Nederlandse-gedichten

Leer je naaste accepteren
en aanvaarden zo hij is.
Hem als mens niet af te weren
uit jouw oogpunt om ’t gemis
dat je bij hem moest ontdekken
toon hem dat hij wordt aanvaard.
Liefde voor hem op te wekken
en die ook aan hem verklaart.

Leer als met Gods blik te kijken
naar je naaste medemens.
Laat je liefde voor hem blijken
en vervul daarmee Gods wens.
Waardevol zijn in Gods ogen
alle mensen stuk voor stuk.
En Hij is met elk bewogen
wenst een leven van geluk.

Als een parel blijken mensen
elk afzonderlijk in Zijn hand.
God komt met Zijn beste wensen
tot ons uit het hemelland.
Lege handen wil Hij vullen
jij bent ook door God bemind.
Gaven wil Hij je onthullen
zoals Hij die ’t beste vindt.

Immers van God kun je leren
Hij die jou ook accepteert.
Ook je naaste te accepteren
zoals ’t woord van God je leert.
Hem waar nodig is te dragen
in de liefd’ als ’t moeilijk is.
En aan God de wijsheid vragen
leiding vragen in ’t gemis.

De Heer heeft tot beminde jou verkoren
je bent voor Hem beslist de moeite waard.
En mag tot Zijn geroepene behoren
Hij heeft Zijn grote liefde aan je verklaard.
Volg Hem Hij zal op ’t levenspad je leiden
met Hem wordt ’t einddoel zeker eens bereikt.
’t Vooruitzicht wat Hij biedt zal je verblijden
eens zie je hoever al Zijn liefde voor je reikt.

’t Is Zijn genade waaruit je mag leven
het is Zijn eeuwige trouw die je omsluit.
Als jij je hart en leven Hem zult geven
is dat voor jou ’t belangrijkste besluit.
Veranderd zal dit alles voor je maken
niets is gelijk meer aan de tijden van voorheen.
De Heer laat je zijn heil en vreugde smaken
Zijn liefdewoord dat geldt voor jou alleen.

Het blijkt speciaal wat Hij je heeft te zeggen
de grote rijkdom die je wordt beloofd.
Door hart en leven in Zijn hand te leggen
waaruit geen mensenkind ooit kan ontroofd.
De Heer wil Zijn beloften duidelijk maken
maakt waar elk woord dat tot je wordt gezegd.
Wanneer aan jou Zijn Goddelijke zaken
met liefde aan je worden uitgelegd.

De Heer heeft tot beminde jou verkoren
je blijft voor hem beslist de moeite waard.
Hij hoopt dat jij Zijn boodschap aan zult horen
waar Hij Zijn grote liefde in verklaart.
Hij zal aan jou Zijn rechterhand toereiken
tot steun en kracht in ’t levenstij nabij.
Want met de Heer valt alles te bereiken
Hij immers spreekt tot jou Mijn vriend volg Mij.

Met goud en zilver komt men niet de hemel binnen
want aardse rijkdom wordt voor d’ hemelpoort geweerd.
Men kan er in de hemel ook niets mee beginnen
in  de kerk verteld en door Gods Woord geleerd.
Want wie met goud en zilver dacht God om te kopen
wordt al bij voorbaat door God zelf teleurgesteld.
Als Hij vermeldt dat niemand zo kan binnenlopen
die niet tot Jezus' volgeling wordt geteld.

Slechts door genade Gods kan pas een mens betreden
de plaats die als de hemel staat ons welbekend.
Geen mens op aard’ bereikt Gods eeuwigheden
als hij niet Jezus Christus als zijn Heer erkent.
Wie opziet naar het kruis waar aan Hij heeft gehangen
en daarbij neergeknield zich aan de Heiland geeft.
Die mens ervaart naar Gods beloft’ ’t verlangen
dat Hij eenmaal voorgoed met Christus leeft.

Want Jezus zal voor elk de hemelpoort ontsluiten
waardoor wie Hem erkent hem ook mag binnengaan.
En ieder mag zijn grote vreugd dan uiten
als hij Gods hemelschatten daar ziet staan
Die zijn veel rijker dan een grote schat op aarde
die aangetast door roest en mot vergaat.
De hemelschat van God die houdt zijn waarde
want die schenkt God beminden met een ruime maat.

In gesprekken die wij voeren
is goed luisteren van belang.
Om de ander te begrijpen
door het beeld dat men ontvangt.
Bij ons spreken is geboden
uiterste zorgvuldigheid.
Bij elk mens die met zijn noden
komt tot een gesprek bereid.

Ook de meest gewone dingen
vragen om een wijs beleid.
En die blijvend ons omringen
mee gaan met ons door de tijd.
Helderheid is steeds geboden
als wij spreken met elkaar.
En blijkt ’s levenslast een loden
als wij luisteren naar elkaar.

‘t Gaat altijd om goed te luisteren
dat is wat God van ons vraagt.
Juiste woorden in laat fluisteren
waarmee men de ander draagt.
Om het juiste woord te spreken
telkens op een goed moment.
Zonder dat men ’t hart zal breken
van elk die zich tot ons wendt.

Kort door de bocht zal men niet wezen
maar vol liefde en geduld.
Waardoor de ander niet te vrezen
heeft en zijn geheim onthult.
Slechts liefde zal gesprekken dragen
daarin immers ligt de kracht.
Voor wij spreken luisterend vragen
wat de Heer van ons verwacht.

Ik vecht mij steeds weer naar U toe
tegen de stroming in.
Al maakt het leven mij soms moe
toch zoek ik Uw bemin.
Heer vat en reik mij toch Uw hand
trek mij uit ’t duister op.
Ga met mij naar ’t beloofde land
door U gehaald uit ’t slop.

Kom met Uw liefdewoord tot mij
Heer draag mijn leven voort.
Mijn hulp in nood Heer dat zijt Gij
wiens oor mijn roepstem hoort.
Ik vertrouw op U mijn God en Heer
Uw liefde en genade.
Ik leg hart en leven voor U neer
laat m’ in Uw zegen baden.

Laat om mij heen Uw liefdeschijn
doorlopend om mij stralen.
Elk duister met zijn zwart venijn
voor mij Heer neder halen.
Zodat de dageraad verschijnt
voor mij de nacht laat wijken.
En voor mijn oog het zonlicht schijnt
dat voor mij staat te prijken.

God laat de tijd zich niet ontstelen
maar Hij vraagt aandacht voor Zijn woord.
De afgedwaalden zijn er velen
maar naar Zijn woord wordt slecht gehoord.
De Bijbel blijft vaak dicht geslagen
vindt minder weerklank dan weleer.
Men ziet veel slechts in onze dagen
wat is een gruwel voor de Heer.

De normen, waarden die vervagen
geweld, seks, drugs zij nemen toe.
De scheidingen in onze dagen
maken God triest, maken Hem moe.
De regels die God heeft gegeven
worden steeds minder nageleefd.
En zo wordt in dit aardse leven
Gods woord niet langer nagestreefd.

Zo blijken er nog heel wat zaken
die echt niet door de beugel gaan.
Maar die Gods hart ten diepste raken
en Hij ons mensen ziet begaan.
Gelachen wordt om de profeten
die wijzen op het Goddelijk woord.
Wat velen door de tijd vergeten
door vuil besmeurd langzaam gesmoord.

Waar zijn zij die nog willen horen
en wiens geweten tot ons spreekt.
Op deze weg gaan wij verloren
als ’t lichtend woord Gods ons ontbreekt.
Kom richt uw leven tot bekering
belijdt uw schuld aan God heb spijt.
Trek uit het woord van God uw lering
want God biedt ons slechts kort de tijd.

God laat de tijd zich niet ontstelen
de Heer heeft reeds Zijn plannen klaar.
Ga voor ’t te laat is toch met velen
tot Jezus Hem uw Middelaar.
Wil Vader Zoon en Geest behoren
belijdt al ’t kwaad dat God vergeeft.
Dan gaat u zeker niet verloren
omdat u uit genade leeft.

Het woord van God zal overwinnen
en kan door niets ooit afgeremd.
Daar valt niets tegen te beginnen
God heeft Zijn doel goed afgestemd.
Hij wil dat liefd’ zal overheersen
en niet het woekerende kwaad.
De liefdewet ons zal beheersen
dat is hetgeen waarom ’t God gaat.

Zie dan de dag des oordeels naderen
die wordt door God niet uitgesteld.
Het uur dat Hij ons zal vergaderen
wordt straks door de bazuin vermeld.
Dan maakt Gods hand de boekrol open
waarin dan alle namen staan.
Die ’t Godsrijk mogen binnenlopen
achter Jezus  hun Heiland aan.

Ga niet je levensweg alleen
laat Jezus metgezel toch wezen.
Dan heb je waarlijk niets te vrezen
dan voert je weg naar d’ hemel heen.

Ga niet je levensweg alleen
je kunt daarvan de last niet dragen.
Alleen door Jezus’ hulp te vragen
kom je door ’s levens moeiten heen.

Ga niet je levensweg alleen
dan is de kans groot op verdwalen
en dat je ’t einddoel niet zult halen
slechts Jezus wijst de weg er heen.

Ga niet je levensweg alleen
door voor de brede weg te kiezen
Waarop je veel hebt te verliezen
en leidt tot tranen en geween.

Ga niet je levensweg alleen
maar wil het smalle pad betreden.
Dat voert je naar Gods heerlijkheden
met ’t eeuwig licht steeds om je heen.

De grauwe lucht wijst op een woest getij
waar storm en wind ons levensschip bedreigen.
Dat overkomt ook dikwijls u en mij
als hoge golven grip op ’t schip gaan krijgen.
Dan zijn wij stuurloos vaak in deze uren
wanneer de Grote Stuurman aan ons rad ontbreekt.
De storm lijkt dan wel eindeloos te duren
wanneer de wind zich krachtig op ons wreekt.

De grote angst is dat ons scheepje zinkt
en dat het water ons zal overspoelen.
Dat men ten onder gaand met ’t schip verdrinkt
de kille handgreep van de dood zal voelen.
Die in de donkere diepten ons laat glijden
waaraan geen drenkeling al spartelend ontkomt.
En in de korte tijd dat hij moet lijden
weet dat zijn angstkreet in de duisternis verstomt.

Wie echter met de Grote Stuurman gaat
heeft van geen lucht en woest getij te vrezen.
Als hij aan ’t roer de Grote Stuurman laat
dan zal er door Hem steeds weer uitkomst wezen.
Hij spreekt de wind en golven toe te zwijgen
en op Zijn woord wordt alles rondom kalm en stil.
Want wind en golven moeten zich wel neigen
naar de gesproken uiting van Zijn wil.

Wie kent in ’t leven niet zo’n woest getij
met harde winden huizen hoge golven.
Staat dan de Grote Stuurman hem terzij
dan wordt hij niet door ’t stormgeweld bedolven.
Met Hem aan boord dan is die mens geborgen
dan zeilt hij verder op een uiterst kalme zee.
Kent met de Grote Stuurman dan geen zorgen
want die neemt hem naar ’t vaste einddoel mee.

Hij had een loden last te dragen
zijn kruis dat was onnoemelijk zwaar.
Hij sleepte zich voort door de dagen
vroeg God Hoe krijg ik ’t voor elkaar.
Om ’t leven met U vol te houden
als U mijn lasten niet verlicht.
Ik weet dat U van mij blijft houden
en vraag Heer dat U mij opricht.

Zijn lichaam trilde, adem stokte
de spanning was hem veel te groot.
Bad dat hem Gods bevrijding lokte
hem tegemoet kwam in zijn nood.
God wil toch naar mijn beden horen
ik ben de wanhoop Heer nabij.
Heer laat voor mij het licht weer gloren
ga aan mijn zorgen niet voorbij.

Verdelen deed God toen de lasten
hierdoor werd ’t kruis veel minder zwaar.
Hij was het die zijn wonden waste
zo werd die mens Gods liefd’ gewaar.
Wiens trouw hem altijd zal omgeven
van nu tot in de eeuwigheid.
Om zorgeloos daar eens te leven
en daarheen door de Heer geleid.

Een ieder heeft zijn kruis te dragen
zoals die mens in dit verhaal.
Dat mee gaat door zijn levensdagen
herkenbaar voor ons allemaal.
Al wie tot God om hulp zal vragen
verlicht hij ’t dragen van het kruis.
Dat elk tot ’t einde voort moet dragen
veilig geleid naar ’t Vaderhuis.

Besef hoe broos en kwetsbaar liefde is
waarvan de geurroos makkelijk kan breken.
Hoe scherp kan voelen haar gemis
als zij in ’t leven gaat ontbreken.
Besef hoe kostbaar ze als geschenk
in geur en kleuren kan staan pralen.
Waarbij men steeds opnieuw bedenkt
niets bij haar schoonheid het kan halen.

De liefdesroos moet steeds opnieuw gevoed
en rijk voorzien van koel en helder water.
Op tijd bemest steeds aan haar voet
dan ziet men d’ uitkomst daarvan later.
Wanneer haar schoonheid uitgespreid
ons hart vervullen zal met vreugde.
En aanbreekt dan de goede tijd
waarop men blijde zich verheugde.

God schiep de liefderoos als het symbool
die wij met zorg moeten beschermen.
Zij geldt voor ons als het symbool
om ons steeds over te ontfermen.
Laat dan haar geur die ons verblijdt
doorlopend in gedachtenis blijven.
En in het leven dat elk leidt
de liefde blijven onderschrijven.

Geef en ontvang de liefde om niet
doe met je woord nooit een ander verdriet.
Maar wees behulpzaam geduldig en trouw
spreek vaak de woorden Ik houd veel van jou.

Besef dat een scherp woord een hart diep verwondt
zet daarom een wachter voor lippen en mond.
Maar draag het vaandel van liefde steeds uit
waar je de dag mee begint en besluit.

Want elk die lief heeft voldoet aan Gods woord
en dat volbrengt nadat het gehoord.
In woord en in daad in de liefde getrouw
sprekend de woorden Ik houd veel van jou.

Hij is de grote hemelkoning
wiens almacht door ons wordt erkend.
Hij die vanuit Zijn hoge woning
zich met Zijn boodschap tot ons wendt.
Zijn woord gaat over heel de aarde
tot ieder mens van noord naar zuid.
Van oost tot west weerklinkt de waarde
steeds weer tot hart en oren luid.

Hij houdt ons voor om na te leven
de dingen zijnd van groot belang.
Door zorg en liefde steeds te geven
en dat geheel ons leven lang.
Dat is de taak ons opgedragen
die met geduld steeds zal vervuld.
Om daarmee pogend te gaan slagen
en daar ’t succes mee ziet onthuld.

Hij is de Heer van liefde en vrede
zijn trouwe zorg die ons omringt
neemt ons op ’s Heren vleugelen mede
maakt dat men Hem een loflied zingt.
Wij mogen leven uit genade
God zegent ons met gulle hand
met hemelgaven overladen
komt al het goede van Zijn kant.

Ik wil van Uw trouw en liefde zingen
van Uw gena en wijs beleid.
U die als Schepper aller dingen
mijn leven hoedt, mijn leven leidt.
Ik stel op U Heer mijn vertrouwen
want slechts met U speel ik het klaar.
Door op U als mijn rots te bouwen
U hoort mijn stem maakt beden waar.

Als donkere wolken mij omringen
en storm van alle kanten dreigt.
Hoef ik mij niet in bochten wringen
U bent het die zich tot mij neigt.
Dan laat Gij Uw nabijheid voelen
en brengt mijn angstig hart tot rust.
Uw stem spreekt mij van Uw bedoelen
Uw vaststaand woord stelt mij gerust.

Gij komt met lichtglans in mijn leven
die over mij wordt uitgestort.
Van alle zijden zal omgeven
steeds weer wanneer het donker wordt.
Ik leg mijn handen in Uw handen
dan ben ik goed en welbewaard
De liefd’ die in Uw hart blijft branden
wordt elke dag me opnieuw verklaard.

Met U kan ik de zwaarste tijden
gelovig met U Heer doorstaan.
Al moet ik door een vreselijk lijden
de weg van dieptepunten gaan.
Maar ik weet U zult mij weer verhogen
niet laten blijven in het dal.
Verzekerd van Uw alvermogen
dat U mij daaruit redden zal.

De Heer is diep met jou bewogen
met warme blik kijkt Hij je aan.
Hij ziet de tranen in jouw ogen
die daar al parelend in staan.
‘t Verdriet wat je zo blijft beklemmen
wat in je hart van binnen leeft.
En elke blijdschap af blijft remmen
om wat geraakt, je hebt beleefd.

Met zachte stem en liefdekoorden
klinkt, Ik heb ’t pijnlijk hart gezien.
Ik maak het heel met liefdewoorden
zodat het weer wordt als voordien.
De Heer wil jou voor vreugd bestemmen
een ander doel dat heeft Hij niet.
Daarom verwijdert Hij ’t beklemmen
van wat Hij diep van binnen ziet.

Geen tranen zullen er meer vloeien
als die door Hem worden gedroogd.
Hij laat jou door ’t verdriet niet boeien
schenkt jou Zijn vreugd zoals beoogd.
Je hart zal weer van vreugde springen
als al ’t verdriet is weggevloeid.
En Hem de Heer je lied toezingen
die van ’t verdriet jou heeft ontboeid.

In liefde hebt U mij omarmd
met ’t liefdewoord mijn hart verwarmd.
Uw handen hebben mij gestreeld
mijn zorg en moeite heeft U gedeeld.

De vreugde in mijn hart gezaaid
het liefdesvuur hoog opgelaaid
doorstromen mij met vrede en kracht
die door U is tot stand gebracht.

U die mij diep in d’ ogen ziet
vergeet daarbij mijn hart ook niet.
Dat tot de bodem wordt doorgrond
met alles wat U daar in vond.

De deur die daarvan openstaat
noodt dat U Heer er binnengaat.
Daar woning houdt en vast verblijft
de zond’ daarin naar buiten drijft.

Laat ’t hartenhuis dat U bewoont
door U van ’t kwade Zijn verschoond.
Waar liefde voert de boventoon
met heil en vrede als ’t hemels loon.

Eenmaal zal Hij wederkomen
zoals Hij is heengegaan.
Met zijn voeten op de wolken
rechtstreeks op de hemel aan.

Hoopvol mogen wij verwachten
onze Heiland onze Heer.
Als Hij weer komt nederdalen
kerend op de aarde weer.

Blij omringt door hemelscharen
engelen met hun loftrompet.
Wordt die dag door Christus koning
voet op aarde weer gezet.

Knielend zullen wij aanbidden
Hem die uit de hemel komt.
Hem te loven en te eren
met ons lied dat nooit verstomt.

Eeuwige vreugd zullen wij smaken
met elkander blij vereend.
Uit de windstreken gekomen
tot Hem die ons heil verleent.

God schrijft met ons het levensboek
per bladzij één voor één.
Waarop de woorden zullen staan
van vreugde en geween.
Per dag wordt steeds een blad gevuld
beschreven met de inkt.
Die wat geschied is daar vermeldt
gelezen binnendringt.

Het is dit boek kostbaar bewaard
waarin veel dingen staan.
Wat door de tijd is gepasseerd
en wij hebben gedaan.
Zo blijft steeds in herinnering
wat opgeschreven staat.
En door Gods hand geparafeerd
wat Zijn hart heeft geraakt.

Weet goed en kwaad staat genoteerd
al wat men heeft beleefd.
De zonden die men God beleed
de schuld die Hij vergeeft.
Dit laatste wordt door God gewist
zodat het goede blijft.
Waarvan God wil dat niemand mist
de liefd’ die overblijft.

Geen zwarte bladzij laat de Heer
in onze boeken staan.
Slechts die met goud beschreven zijn
blijven er dan bestaan.
De zwarte heeft God weggescheurd
aan het vuur toevertrouwd.
Zodat geen zwart blad ons besmeurd
omdat Hij van ons houdt.

Hij ziet je aan is vol erbarmen
en tilt je uit de diepten op.
Hij sluit je liefd’vol in Zijn armen
voelend zijn warme hartenklop.
Hij spreekt tot jou Zijn liefdewoorden
waarmee je hart bemoedigd wordt.
Hij bindt je met Zijn liefdekoorden
met heil over je uitgestort.

Geen grotere trouw zul je ervaren
geen grotere liefde hier op aard.
God zal je in en uit bewaren
voor onheil door Zijn hand gespaard.
Hij is de Heer zal voor je zorgen
in ieder levenstij nabij.
Hij zorgt vandaag maar zorgt ook morgen
de liefdevolle dat is Hij.


Uw Woord is mij tot dagelijks brood
tot spijze in mijn leven.
Het Woord dat mij genezing bood
genadig mij gegeven.
Het schenkt mij levenslust en kracht
ik kan erop vertrouwen.
Uw Woord beschikt over de macht
die mij heil laat aanschouwen.

Het hemels brood dat ik ontvang
om daar steeds van te eten.
Is ’t heerlijkste wat ik verlang
en nimmer zal vergeten.
Het wordt met gulle hand gedeeld
wanneer het is gebroken.
Niemand die mij dit brood ontsteelt
wat mij wordt toegestoken.

Het Goddelijk Woord dat tot mij klinkt
in liefde uitgesproken.
Is ’t Woord als brood dat binnendringt
’t geluk dat heeft ontbroken.
Maar dat U God veelvuldig schenkt
om mij ermee te voeden.
En met Uw gaven mij gedenkt
Uw hand zal mij behoeden.

Uw ingang en uitgang zal Hij bewaren
Zijn hand op uw schouder zal rusten op u.
Hij blijft en Hij zal u Zijn liefde verklaren
tot troost en tot sterkte in het hier en nu.
Hij schenkt aan uw hart Zijn onmisbare vrede
uw hart dat tot woonplaats de Heer steeds zal zijn.
Hij brengt angst en onrust daarin steeds tot rede
Zijn woord dat Hij spreekt dat is uw reddingslijn.

U kunt op Hem bouwen u kunt Hem vertrouwen
Hij trekt met u mede door dagen en tijd.
Hij laat u Zijn wonderen en heil aanschouwen
als Vader Zijn kind in de liefd’ toegewijd.
Nooit zal Hij u Zijn kind in ’t leven vergeten
maar altijd omringen met trouw en met zorg.
Hij laat u verzekerd daarvan steeds weer weten
en zegt u in liefde, Ik ben u een borg.