Nederlandse-gedichten

De grote kudde van de Heer
kent witte en zwarte schapen.
Elk brengt op zijne wijs Hem eer
Hij waakt wanneer zij slapen.

Dit is het kleurrijk onderscheid
met beiden trekt Hij verder.
Hij blijft Zijn schapen toegewijd
Hij immers is hun herder.

Voor Hem zijn alle schapen één
zijn zorg geldt dan ook allen.
Vergeten zal de Heer nooit één
Hij kent beide aantallen.

Ook in de wereld van vandaag
valt onderscheid te merken.
Dat duidelijk en nimmer vaag
ook ’t beeld is in de kerken.

Ook daar treft men een eigen kleur
die ons laat onderscheiden.
Maar ieder bij Gods toegangsdeur
op zijne wijs laat leiden.

De tint loopt ook van wit naar zwart
met ook nog varianten.
Wat God beschouwt dat blijkt ons hart
doorgrond aan alle kanten.



Ieder christen heeft een opdracht
en een taak die moet vervuld.
Die door God hem is gegeven
aan hem duidelijk onthuld.
Missionair zal ieder wezen
op ’t gewezen arbeidsveld.
En daar werkend onderwijzen
waar hij is te werk gesteld.

Al zijn inzet zal hij geven
al zijn liefde zijn geduld.
Zelfs als ’t nodig is zijn leven
met een vast geloof vervuld.
Dat de Heer hem eens zal lonen
als hij God de vruchten toont.
Heeft gewoekerd met talenten
daar mee God de eer betoond.

Kijk eens bij jezelf naar binnen,
wat daar woont en bij je leeft.
Vorsend in die heldere spiegel,
aan jou ’t beeld en inzicht geeft.
Waardoor je dan moet beamen,
dat je als mens weer hebt gefaald.
Niet beantwoord hebt aan normen,
jou door Jezus zijn verhaald.

Tegen ’t licht wordt dan gehouden,
waarvoor jij je schamen zult.
Omdat je weer niet de woorden,
naar Zijn opdracht hebt vervuld.
’t Lijkt van buitenaf heel anders,
maar van binnen is het zwart.
’t Liefdelicht blijkt te ontbreken,
tot in ’t diepste van je hart.

Want de Heer Hij ziet je daden,
schade die is toegebracht.
In je omgang met de mensen,
hield Zijn woord niet in gedacht’.
Daarmee heb je Hem verloochend,
en gezegd: Ik ken U niet.
Tot Hem die verdrietig kijkend,
d’ ongerechtigheden ziet.

Hoe kan Hij je nu vergeven,
zolang jij je niet bekeert?
En je hart met schuld en zonden,
Hem slechts met de lippen eert!
Blijf maar in die spiegel kijken,
want het beeld wordt niet vervaagd.
Voordat jij als mens belijdend,
Hem en mens vergeving vraagt.

Wie zijn naasten heeft beschadigd,
doet dat ook de Heiland aan.
Die je enkel begenadigt,
als je weer tot Hem zult gaan.
Speel geen spel met mooie woorden,
want daar kijkt Hij dwars door heen.
Want dan wijst Hij je op daden,
oorzaak zijnd van pijn, geween!





Woorden een voor een gesproken
met het hart tot God gericht.
Hebben steeds het licht ontstoken
waarvoor ’t nachtelijk duister zwicht.
Dat ons dikwijls kan beklemmen
als ons hart door angst verkilt.
Biddend zich tot God mag wenden
tot Zijn vrederust verstilt.

Alle woorden die wij spreken
worden door de Heer verstaan.
Die Zijn trouw nooit zal verbreken
uitkomst biedt de Heer steeds aan.
Want de woorden die wij bidden
hebben grote zeggingskracht.
Kunnen wonderen bewerken
door des Heren grote macht.

Kinderen zijn wij van een Vader,
die ons liefheeft en bemint.
Liefdevol komt Hij ons nader,
schenkt Zijn gaven aan elk kind.
Die Hij ons wil toebedelen,
met een mild vrijgevig hart.
En die elk laat mededelen,
dat Hij nooit zijn kinderen tart.

Onderscheid zal Hij nooit maken,
niet naar ras en niet naar kleur.
Ieder zal gelijkheid smaken,
God schenkt vreugde in majeur.
Vader zal geen kind vergeten,
dat tot Zijn gezin behoort.
En Hij laat hen dagelijks weten,
zegen door Zijn liefdewoord.

Hij zal hoeden en beschermen,
allen door Zijn hand beschut.
Ja Hij biedt elk Zijn ontfermen,
waar Hij steeds mee onderstut.
Vader schept ons blijde sferen,
en geniet van wat Hij geeft.
Wie zijn zonden af zal zweren,
weet dat Vader hem vergeeft.


Ons hart is net als breekbaar glas
kan even als de geest gebroken.
Als met geweld elk wordt belaagd
met woorden als een pijl doorstoken.
De inslag laat hen beiden beven
en laat hen krimpen van de pijn.
Dat blijkt een duidelijk vast gegeven
hoe kwetsbaar daardoor mensen zijn.

Ons hart is net als breekbaar glas
gelijk de geest en heel ons leven.
Behoedzaamheid wordt er gevraagd
en liefde om haar na te streven.
Het is Gods hand die zich ontfermt
als wij die beiden tot Hem keren.
Dan is Hij het die ons beschermt
door ’t kwade voor ons af te weren.

Als een steen in het water die kringen verspreidt
zo hoort immers ons geloof te wezen.
Dat net als die kringen groeiend uitgedijd
haar zichtbare kracht heeft bewezen.
Want dit is het voorbeeld van ’t geloof dat steeds groeit
herkenbaar voor wie het aanschouwen.
Om telkens opnieuw door het geloof weer geboeid,
volledig met vast Godsvertrouwen.

De hoop der wereld is op Hem gesteld
waar velen wachtend uitzien naar de grote morgen.
Als God de laatste dagen heeft geteld
om komend met Zijn rijk voor ons met heil te zorgen.
Die grote blijde dag breekt eenmaal aan
wanneer bazuinen ons de komst des Heren melden.
En alle volken voor Hem zullen staan
dan maakt God Zijn beminden rijk en welgestelden.

Al wie Zijn Zoon de Christus dan belijdt
elk mens waarvoor de Heiland pijnlijk heeft geleden.
Die wordt van schuld en oordeel dan bevrijd
en mag vol vreugd het Godsrijk jubelend binnentreden.
Want Jezus zal voor elk bij Vader voorspraak zijn
opdat Gods kinderen aan de eeuwige dood onttrokken.
Met Hem gaan feesten drinkend van de beste wijn.
en bij Gods feestmaal eeuwigdurende betrokken.

Vaak nog door twijfel overmand
wordt dikwijls met het geloof gestreden.
Als twijfel krijgt de overhand
van wat wij gelovig eens beleden.
Dan blijkt de rots als fundament
van ’t vaste geloof ons te ontbreken.
En blijft bij ieder mens bekend
ons vaste geloof in twijfel steken.

Maar is ons geloof echter gebouwd
gevestigd op de sterke rotsen.
Dan wordt geen twijfel meer aanschouwd
die hart en ziel dooreen laat klotsen.
Dan kennen wij de zekerheid
van ’t geloof dat wonderen laat aanschouwen.
Dat met ons meereist door de tijd
en waar wij vast op kunnen bouwen.


Hij is het losgeld voor ons leven
Hij heeft aan ’t kruis ervoor betaald.
Zijn bloed en lichaam ons gegeven
Zijn dood heeft toekomst ons bepaald.
Hij gaf zichzelf in pijn en lijden
Zijn bloed als wijn Zijn lichaam ’t brood
Dat ons van zonden liet bevrijden
van schuld en van de eeuwige dood.

Hij werd geboeid en vastgenageld
op ’t kruis na geseling als straf.
Met zwepen op Hem neer gehageld
zonder dat Hij een pijnkreet gaf.
Toen joeg men spijkers door Zijn handen
en ook door beide voeten heen.
En plaatste Jezus toen ten schande
omhoog aan ’t kruis voor iedereen.

Hij heeft de marteling verdragen
van dorst en pijnen door Hem heen.
Die fel Zijn lichaam door deed jagen
onder de zon die Hem bescheen.
Hij voelde zich door God verlaten
en schreeuwde al Zijn angsten uit.
Vertwijfeling in hoge mate
klonk als een noodkreet hard en luid.

Toen heeft de Heer de Geest gegeven
’t gekroonde hoofd viel stil terzij.
Met scherpe doornen was ’t omgeven
toen was Zijn doodsstrijd dus voorbij.
Daarna heeft men de Heer begraven
en legde Hem in ’t donker graf.
Men sloot dit graf als vele graven
daarna stil met een sluitsteen af.

Drie dagen waren er verstreken
en ’t ging die dag zoals voorzegd.
Dat er door Jezus is gebleken
Hij ’t doodskleed toen heeft afgelegd.
Hij liet zich aan Maria tonen
die zag dat Hij was opgestaan.
Zo wilde Hij de mensheid lonen
intens met iedereen begaan.

Sindsdien mogen wij allen vieren
verlossing van de bittere dood.
Jezus wil met Zijn licht ons sieren
Zijn overwinning die is groot.
Hij heeft de dood voorgoed verslagen
beperkt heeft Hij zijn macht en tijd.
Het gouden losgeld is geslagen
dat ons van eeuwige dood bevrijdt.


Laat ons toch huizen van liefde bouwen,
woningen waar God plezier aan beleeft.
Mensen vol vreugde ja mannen en vrouwen,
waar men in liefde om elkander steeds geeft.
Waar men behulpzaam, zachtmoedig en vriendelijk,
elkander bejegent steeds zoals het behoort.
Oprecht is en eerlijk naar ieder beminnelijk,
zal leven en werken gedachtig Gods woord.

Laat ons toch huizen van liefde bouwen,
waar het voor mensen goed vertoeven is.
En men de liefde van ver kan aanschouwen,
waar alles gedeeld wordt kent niemand gemis.
Dat zijn dan de huizen die er moeten komen,
op de stevigste fundamenten gebouwd.
Maak waar en vervul met elkaar deze dromen,
dan worden die huizen eens zeker aanschouwd.


Als je door God bent aangeraakt
dan neemt je leven ook een wending.
Door Hem wordt alles nieuw gemaakt
je krijgt een opdracht en een zending.
Voortaan wordt nu je weg bepaald
door God Hij is je opdrachtgever.
Met jou uit ’t leven het beste haalt
en van jouw leven is de wever.

Hij geeft jouw levenskleed de kleur
naar het patroon van ’s Heren keuze.
Hij weeft dit kleed zonder een scheur
volmaaktheid dat is ’s Heren leuze.
Eenmaal laat God dit kleed je zien
want Hij bekijkt het werk van boven.
Wat jij van onderen slechts kunt zien
in ’t resultaat vertrouwend geloven.

Want eenmaal toont God het patroon
dat naar Zijn planning is geweven.
Wanneer je staan mag voor Gods troon
en in mag gaan in ’t eeuwig leven.
Dan slaat God jou die mantel om
die je voorgoed met trots mag dragen.
Als je in ’s hemels heiligdom
bevrijd zult zijn van d’ aardse plagen.

God zoekt steeds naar oprechte harten,
waarin zich trouw en liefd’ bevindt.
Die warm voor Hem en anderen kloppen,
Hem en zijn medemens bemint.
Hij zoekt ook naar vaardige handen,
voor ’t grote werk dat moet gedaan.
Die door de liefde zijn bewogen,
om daarmee aan de slag te gaan.

Zou jij je bij God willen melden:
Hier ben ik Heer zet mij maar in.
Om je door Hem te laten plaatsen,
op ’t arbeidsveld voor hartsgewin.
God wil een grote schare mensen,
waar trouw en liefde in ’t vaandel staat.
Die willen leven naar Zijn woorden,
dat is het doel waar het God om gaat.

Er valt nog zoveel te bewerken,
wat voor de Heer nog moet voltooid.
Weet Hij schenkt elk daarvoor de krachten,
waarmee Hij medewerkers tooit.
Eens komt de dag van Gods belonen,
voor al het werk op aard gedaan.
Dan biedt de Heer aan elk Zijn gaven,
met ruime maat liefdevol aan.


Je zoekt een weg alleen als een ontheemde
en gaat de lange weg der eenzaamheid.
Je voelt je leeg en koud je voelt je vreemde
en weet niet waar de weg je henen leidt.
Je hebt het liefste wat je had verloren
de mens die altijd naast je heeft gestaan.
’t Verdriet trok in je leven diepe sporen
bij tijd en wijle laat je nog je tranen gaan.

Je hebt de woorden uitgeschreeuwd naar boven
God toegeroepen; Heer waarom, waarom!!!
Want eenzaamheid beproeft je menselijk geloven
Gods troostwoord spreekt; Mijn liefste kijk niet om!
Richt toch je ogen steeds op morgen
en leef gezegend als Mijn kind vandaag!
In zekerheid dat Ik voor je blijf zorgen
en door de eenzaamheid bemoedigd verder draag.

Met God kom je de eenzaamheid te boven
en ben je immers nooit meer echt alleen.
Niets kan je immers uit Zijn handen roven
want die zijn altijd veilig om je heen.
Herinneringen aan wat was die blijven
de beelden in je geest en hart bestaan.
Als witte lelies die op ’t water drijven
en zachtjes golvend op de stroming gaan.

Waar mensen je als medemens verlaten
de dood hen wegrukt uit dit aards bestaan.
Verschijnt Gods licht en liefd’ in hoge mate
Hij is getrouw en biedt Zijn hand je aan.
Wanneer de stille uren je gaan kwellen
als je gedachten weer naar vroeger gaan.
Laat God je elke rijke zegen tellen
die al je eenzaamheid teniet laat gaan.

Steek je handen uit de mouwen,
werk mee aan Gods koninkrijk.
Door er met Hem aan te bouwen,
geef Hem van jouw inzet blijk.
Handel naar Gods tekeningen,
die je worden voorgelegd.
En volvoer daarvan de dingen,
die Hij je heeft uitgelegd.

Start met vrede te gaan stichten,
ga daarmee standvastig door.
Blijf je op Gods woorden richten,
en geef daaraan steeds gehoor.
Begin daarna met liefd te schenken,
in de kringen om je heen.
En steeds aan Gods bouwplan denken,
samen met Hem, nooit alleen.

Dan zal ’t Godsrijk eindelijk komen,
op een dag dan breekt het door.
Ziend het licht om van te dromen,
zet je beste beentje voor.
’t Resultaat zul je eens aanschouwen,
en vervult wat God je vraagt.
Als met schitterende flambouwen,
de nacht door die dag wordt vervaagt.


Geluk gaat over ogenblikken
gaat over dat suprême moment.
Wat God je voelen laat en blikken
waardoor je het steeds opnieuw herkent.

Geluk zijn vaak die stille uren
met je geliefde hand in hand.
Samen over het water turen
zonsondergang aan de waterkant.

Geluk zit bij jezelf van binnen
en jij bekend bent bij de bron.
Waar je steeds weer geluk kunt winnen
waar ’t vloeiende tot jou begon.

Geluk betekent zeker weten
en geloven dat God van jou houdt.
Dat Hij je nimmer zal vergeten
als jij maar op Zijn woord vertrouwt.

Heer help ons naar Uw leer te leven
leer ons Uw woorden te verstaan.
Dan zult U ons Uw rijkdom geven
wanneer wij op Uw paden gaan.

Heer wil ons op die wegen leiden
en voer ons veilig aan Uw hand.
Schenk aan ons dan dit hartsverblijden
Uw liefde ons als onderpand.

Leer ons Uw woorden te volbrengen
zoals U het van ons verlangt.
Dan zult U onze dagen lengen
in ’t land dat elk van U ontvangt.


Werk aan een hemels paradijs op aarde
en zet je in voor ’t koninkrijk van God.
Jouw arbeid is voor Hem van d’ allergrootste waarde
zo werk je mee aan ’s mensen en aan ’s werelds lot.

Je kunt nog zoveel werk voor God verrichten
ga voor Gods koninkrijk gerust aan ’t werk.
Door op de toekomst je daarvan met hoop te richten
maak je door inzet voor die mooie toekomst sterk.

Bewerk het land tezamen met de mensen
die door God op je levensweg zijn neergezet.
Leer met elkaar te leven naar Gods wet en wensen
en leg je handelen Hem telkens voor in het gebed.

Zorg dat de aarde als een paradijs zal worden
zich strekkende tot ’t uiterste van Oost en West.
En blijf jezelf steeds met het liefdekleed omgorden
dan volgt met God geleidelijk aan zeker de rest.

Want op een dag zal uit de hemel nederdalen
het hemels licht en ’t Goddelijk koninkrijk beloofd.
Dan zal God voor je inzet je zeer ruim betalen
dan zie je Hem als Schepper van het al als hoofd.

Durf op een blijde toekomst hopen
je uit het veld te nimmer slaan.
Laat nooit die hoop door mensen slopen
maar blijf het pad met Jezus gaan.
Want zekerheid zal Hij je geven
als jij maar op Zijn woord vertrouwt.
En met Hem voortgaat door dit leven
tot je Gods toekomst blij aanschouwt.

Laat je door mensen niet weerhouden
te geloven in wat Jezus zegt.
Zij die je voor onnozel houden
door wie Zijn heilswoord wordt weerlegd.
Want in jouw hart liet Jezus planten
de kiem en vruchten van de hoop.
Verspreid die hoop naar alle kanten
gedurend heel je levensloop.

Want eenmaal zal die toekomst dagen
waar je naar uitkeek, hebt verwacht.
Dan zullen bergen vrede dragen
dan is het voortaan nooit meer nacht.
De hemel daalt dan op de aarde
en plaatst haar in het Goddelijk licht.
Die wordt tesaam een nieuwe gaarde
dan wordt Gods koninkrijk gesticht.

In de ritmiek van de seconden
van de minuten en elk uur.
Laat scherp de eenzaamheid zich voelen
als ‘k door het raam naar buiten tuur.
De wereld om mij heen heeft zich verstild
alleen de slagen van de klok laten zich horen.
Ik zoek naar iets dat m’ uit de diepten tilt
een lichtvlam die in ’t duister blij zal gloren.

De eenzaamheid greep met haar handen
mijn wezen tot in ’t diepste aan.
Als ijzig ijs dat zich laat strekken
beklemmend kwam in mijn bestaan.
Plots klonk een stem ’t bevrijdend woord
“Ik heb je lief en zal je nooit verlaten”.
Dat in mijn nood zo duidelijk werd gehoord
“Ik ben er kind als Vriend om mee te praten”.

Sindsdien is nu mijn hart vervuld met vrede
is d’ eenzaamheid teniet gedaan.
Ik legde in Gods hand mijn handen
en ben getroost de weg met Hem gegaan.
De pijn ’t verlies waaraan ik leed
die heeft Hij van mij weggenomen.
En ’t wonder wat Hij op mijn bede deed
Hij is met licht in ’t duister van mijn hart gekomen.