Nederlandse-gedichten

In Jezus geloven is zo simpel
daar zijn geen dogma’s nodig voor.
Je hebt echt niets aan dat gewimpel,
volg Hem maar in ’t gewezen spoor.
Elk dogma immers is een stelling,
die door de mensen is bedacht.
Slechts Jezus woorden en vertelling,
zijn voor je geloof in Hem van kracht.

In dogma’s kan geen waarheid schuilen,
het zijn verzinsels van de mens.
Ze zijn niet voor Gods Woord te ruilen,
al blijkt dat dikwijls de tendens.
Het woord van Jezus dat is helder,
dat Hij steeds zonder opsmuk spreekt.
Hij immers is de heilvermelder,
van vrede die op aarde aanbreekt.

Het zijn echt niet de theologen,
zij hebben wijsheid niet in pacht.
Hun visie heeft ons vaak bedrogen,
hun woord heeft weinig zeggingskracht.
Want dogma’s blijken slechts formules,
die Gods Woord in de weg gaan staan.
Zij zijn als klinkende pendules,
die geheel andere wijzen slaan.

Het woord wat Jezus steeds blijft spreken,
dat is de Waarheid houdt dat vast.
Want van de dogma’s is gebleken,
zij zijn voor het geloof slechts ballast.
Blijf Jezus' woorden maar vertrouwen,
en leg de dogma’s naast u neer.
Door in het geloof op Hem te bouwen,
steeds op Zijn woord, van Hem de Heer.

Licht is sterker dan het duister,
krachtiger door overmacht.
Overwinnend met haar luister,
en haar Goddelijke kracht.
Licht zal altijd overwinnen,
zorgt dat duisternis verdwijnt.
Licht laat nooit het duister binnen,
waar zij met haar kracht verschijnt.

Duisternis zal zij verdrijven,
al de schimmen van de nacht.
Tot zij ons niet meer beklijven,
maar het licht ons weer toelacht.
Uit de hemel wordt gezonden,
licht dat alles overstraalt.
Waardoor ’t duister wordt gebonden,
uit zijn verste hoek gehaald.

Licht zal altijd overleven,
dat van oudsher al bestond.
Als ons ’t duister zal omgeven,
volgt steeds weer de morgenstond.
Licht kent zoveel variaties,
van een ongekende maat.
Licht bezit zoveel creaties,
die zij aan ons tonen laat.

Nimmer zal het licht verliezen,
licht verkreeg de heerschappij.
Duisternis hij pakt zijn biezen,
zijn macht is voorgoed voorbij.
Licht vestigt zich op de tronen,
waar haar glans zich breed weerkaatst.
Op de plaats waar zij zal wonen,
en voor eeuwig is geplaatst.

Het is heerlijk om met Hem te wandelen,
vertrouwd met Jezus om te gaan.
Verbaasd, verrukt zijnd door Zijn handelen,
de wonderen door Zijn hand gedaan.
Want ook vandaag toont Hij Zijn krachten,
herstelt Hij lichaam ziel en geest.
Van hen die op genezing wachten,
de hulpvraag uit hun ogen leest.

Gebeden hebben ’t krachtvermogen,
te tillen boven moeiten uit.
Steeds kijkt Jezus in hart en ogen,
als Hij met macht tot hulp besluit.
Hij registreert het geloofsvertrouwen,
dat Hem tot handelen inspireert.
Om steeds de mens weer op te bouwen,
die met zijn nood zich tot Hem keert.

Ook heden zien wij grote wonderen,
die voor onze ogen zijn gebeurd.
Want niemand hoeft zich af te zonderen,
of wordt door Jezus afgekeurd.
Er blijkt geen willekeur te vinden,
in wonderen door Hem volbracht.
Bij wie zich rondom Hem bevinden,
ieder wordt op Zijn tijd bedacht.

‘t Heeft niets met klein geloof te maken,
maar Jezus weet wat ’t beste is
’t Zijn tijd is om hen aan te raken,
wanneer de tijd er rijp voor is.
Want geloof vraagt biddend om volharding,
tot ’t eens door Hem beantwoord wordt.
En ’t mensenhart niet tot verharding,
merkt dat Zijn Geest wordt uitgestort.

Licht achter gesloten ogen
dringt na ’t sterven tot ons door.
En een hand ons toegestoken
gaat ons leidend daar heen voor.
Helder licht met gouden stralen
trekt ons komend naderbij.
Om de ziel te gaan bevrijden
tredend in Gods heerschappij.

’t Stoffelijk lichaam wordt geborgen
onze ziel reist naar de Heer.
Want met open geestesogen
zien wij dan de hemelsfeer.
Het nieuwe huis dat wij bewonen
waar God op de drempel wacht.
Daar zal Hij Zijn schatten tonen
door Jezus eenmaal thuisgebracht.


Een liefde groot niet te bevatten
ligt als een mantel om ons heen.
Het blijkt een van de grootste schatten
waarmee de Schepper ons verscheen.

Door deze liefde stil gedragen
het kleed dat als een schild beschut.
Gesteund, vertroost in tegenslagen
tot redding uitkomst steeds benut.

Die liefde maakt ons stil van binnen
vervult ons hart met dankbaarheid.
Die liefde laat ons steeds bezinnen
wat liefde ons brengt waarheen zij leidt.

Gods liefde laat ons hart weer hopen
zij brengt ons steeds in vreugdestaat.
Om in haar blinkend licht te lopen
dat eeuwig schijnt en nooit vergaat.

Haar rijkdom is aan ons gegeven
vult rijkelijk ons voortbestaan.
Want liefde 't hoogste goed in 't leven
biedt God ons mensen dagelijks aan.

De grote kudde van de Heer
kent witte en zwarte schapen.
Elk brengt op zijne wijs Hem eer
Hij waakt wanneer zij slapen.

Dit is het kleurrijk onderscheid
met beiden trekt Hij verder.
Hij blijft Zijn schapen toegewijd
Hij immers is hun herder.

Voor Hem zijn alle schapen één
zijn zorg geldt dan ook allen.
Vergeten zal de Heer nooit één
Hij kent beide aantallen.

Ook in de wereld van vandaag
valt onderscheid te merken.
Dat duidelijk en nimmer vaag
ook ’t beeld is in de kerken.

Ook daar treft men een eigen kleur
die ons laat onderscheiden.
Maar ieder bij Gods toegangsdeur
op zijne wijs laat leiden.

De tint loopt ook van wit naar zwart
met ook nog varianten.
Wat God beschouwt dat blijkt ons hart
doorgrond aan alle kanten.



Het leven laat geen tijd voor tranen,
steeds meer gaan wij er aan voorbij.
Waar mensen zich verdrietig wanen,
in ’t zwart gekleed een lange rij.
Of zomaar door hun leed en zorgen,
die hen geen toekomst uitzicht biedt.
Maar steeds de grauwe dag van morgen,
verborgen tranen in ’t verschiet.

Er wordt steeds minder troost geboden,
steeds minder aandacht voor ’t verdriet.
Voor tranen van de grootste noden,
die men rondom bij mensen ziet.
Men moet verdriet, tranen wegslikken,
verwerken moet men ’t vaak alleen.
Omdat wij mensen laten stikken,
en hun verdriet niet snel verdween.

Wij gaan steeds meer voorbij aan tranen,
en hebben slechts voor vreugde tijd.
Voor pure lol, goedkoop in banen,
door de commercie voortgeleid.
Hier is geen goede God te vinden,
in deze wereld woont Hij niet.
’t Blijkt ’s werelds plaats van welbevinden,
waar men haar uitverkorenen ziet.

Maar zij die op een troostwoord wachten,
daar wordt door ons niet aan gedacht.
Hen die na slapeloze nachten,
een zware nieuwe dag weer wacht.
God vraagt van ons dat wij gaan handelen,
wanneer een medemens zwaar lijdt.
Door hem volwaardig te behandelen,
hem troost biedt, van ’t verdriet bevrijdt.

Kijk eens bij jezelf naar binnen,
wat daar woont en bij je leeft.
Vorsend in die heldere spiegel,
aan jou ’t beeld en inzicht geeft.
Waardoor je dan moet beamen,
dat je als mens weer hebt gefaald.
Niet beantwoord hebt aan normen,
jou door Jezus zijn verhaald.

Tegen ’t licht wordt dan gehouden,
waarvoor jij je schamen zult.
Omdat je weer niet de woorden,
naar Zijn opdracht hebt vervuld.
’t Lijkt van buitenaf heel anders,
maar van binnen is het zwart.
’t Liefdelicht blijkt te ontbreken,
tot in ’t diepste van je hart.

Want de Heer Hij ziet je daden,
schade die is toegebracht.
In je omgang met de mensen,
hield Zijn woord niet in gedacht’.
Daarmee heb je Hem verloochend,
en gezegd: Ik ken U niet.
Tot Hem die verdrietig kijkend,
d’ ongerechtigheden ziet.

Hoe kan Hij je nu vergeven,
zolang jij je niet bekeert?
En je hart met schuld en zonden,
Hem slechts met de lippen eert!
Blijf maar in die spiegel kijken,
want het beeld wordt niet vervaagd.
Voordat jij als mens belijdend,
Hem en mens vergeving vraagt.

Wie zijn naasten heeft beschadigd,
doet dat ook de Heiland aan.
Die je enkel begenadigt,
als je weer tot Hem zult gaan.
Speel geen spel met mooie woorden,
want daar kijkt Hij dwars door heen.
Want dan wijst Hij je op daden,
oorzaak zijnd van pijn, geween!





Zal Hij op aarde geloof nog vinden,
wanneer Hij eenmaal wederkomt.
Bij al Zijn schapen Zijn beminden,
Zijn kudde op het wereldrond.
Of deed hen wolf en beer verslinden
doordat zij waren afgedwaald.
En zal Hij nergens geloof meer vinden,
omdat ’t tot het nulpunt is gedaald.

Zijn er dan nog wel trouwe schapen,
op Hem de Heer, hebben gewacht.
Of lieten zij door ’t kwaad zich kapen,
voordat zij werden thuisgebracht.
Hij heeft hen immers laten weten,
dat voor Zijn komst verdrukking wacht.
Dat moesten zij nimmer vergeten.
tot komen zou de laatste nacht.

Hij vroeg hen immers steeds te waken,
tot Hij hun Herder wederkomt.
Zorgend rondom dat ’t kwaad zal staken,
en tot in eeuwigheid verstomt.
Hij wil hen immers zalig maken,
Hij gaf Zijn leven aan het kruis.
Om in het Godsrijk plaats te maken,
hen brengend eens bij Vader thuis.
 
Want Jezus hoopt dat er miljoenen,
voor Zijn verlossing over zijn.
Door Hem met God laten verzoenen,
en eeuwig leven in Zijn schijn.
Wie voor Zijn komst reeds is gestorven,
maar in Hem Herder heeft geloofd.
Heeft ’t eeuwig leven reeds verworven,
dat hem door Jezus is beloofd!

Kinderen zijn wij van een Vader,
die ons liefheeft en bemint.
Liefdevol komt Hij ons nader,
schenkt Zijn gaven aan elk kind.
Die Hij ons wil toebedelen,
met een mild vrijgevig hart.
En die elk laat mededelen,
dat Hij nooit zijn kinderen tart.

Onderscheid zal Hij nooit maken,
niet naar ras en niet naar kleur.
Ieder zal gelijkheid smaken,
God schenkt vreugde in majeur.
Vader zal geen kind vergeten,
dat tot Zijn gezin behoort.
En Hij laat hen dagelijks weten,
zegen door Zijn liefdewoord.

Hij zal hoeden en beschermen,
allen door Zijn hand beschut.
Ja Hij biedt elk Zijn ontfermen,
waar Hij steeds mee onderstut.
Vader schept ons blijde sferen,
en geniet van wat Hij geeft.
Wie zijn zonden af zal zweren,
weet dat Vader hem vergeeft.


Ga met Jezus maar tuinieren,
op Zijn grote arbeidsveld.
Daarmee zul je Hem plezieren,
als je wordt te werk gesteld.
Mensen immers zijn als planten,
en als bloemen in het perk.
Ja er blijkt aan alle kanten,
in de tuin van Jezus werk.

Water geven en bemesten,
zodat er niet een verdort.
Groei te volgen en te testen,
zodat ’t telkens beter wordt.
Met ’t gereedschap je gegeven,
’t blijde evangeliewoord.
Zul je naar het hoogste streven
want daar kun je goed mee voort.

’t Vraagt veel liefde en verzorgen.
en ontzettend veel geduld.
Maar eens zie je op een morgen,
grote wonderen onthuld.
Als de tuin is op gaan bloeien,
tot een weelderig geheel.
Omdat jij met ’t woord ging sproeien,
viel die vreugde jou ten deel.

Jezus zal je dan belonen,
voor wat jou is toevertrouwd.
Als je aan de Heer zult tonen,
wat voor Hem is opgebouwd.
Samen zul je met Hem wandelen,
stil genietend van al ’t werk.
Dat door naar Zijn woord te handelen,
gesierd is met het liefdemerk.


Als een steen in het water die kringen verspreidt
zo hoort immers ons geloof te wezen.
Dat net als die kringen groeiend uitgedijd
haar zichtbare kracht heeft bewezen.
Want dit is het voorbeeld van ’t geloof dat steeds groeit
herkenbaar voor wie het aanschouwen.
Om telkens opnieuw door het geloof weer geboeid,
volledig met vast Godsvertrouwen.

Mensen pas toch op uw woorden,
schade is gauw toegebracht.
En veroorzaakt vaak veel wonden,
omdat er niet werd nagedacht.
Zet een wacht dan voor uw lippen,
die ’t venijn steeds tegenhoudt.
Maar maak u met liefdewoorden,
dagelijks meer en meer vertrouwd.

Tel tot tien in uw gedachten,
telkens voor u antwoord geeft.
Wees bedachtzaam in uw spreken,
als u iets te zeggen heeft.
Richt u naar Gods liefderegel,
zijnde steeds het hoogste goed.
Bindt de liefde als een zegel,
aan uw hart en uw gemoed.

Vaak nog door twijfel overmand
wordt dikwijls met het geloof gestreden.
Als twijfel krijgt de overhand
van wat wij gelovig eens beleden.
Dan blijkt de rots als fundament
van ’t vaste geloof ons te ontbreken.
En blijft bij ieder mens bekend
ons vaste geloof in twijfel steken.

Maar is ons geloof echter gebouwd
gevestigd op de sterke rotsen.
Dan wordt geen twijfel meer aanschouwd
die hart en ziel dooreen laat klotsen.
Dan kennen wij de zekerheid
van ’t geloof dat wonderen laat aanschouwen.
Dat met ons meereist door de tijd
en waar wij vast op kunnen bouwen.


Een doel om na te streven
is liefde als ’t hoogste goed.
Om rijkelijk haar te geven
mild en in overvloed.

Dit doel vraagt constant werken
vraagt eindeloos geduld.
Resultaat te bewerken
in ’t liefdekleed gehuld.

Met steeds dit doel voor ogen
een warm en open hart.
Medemenselijk bewogen
dagelijks opnieuw gestart.

Laat ons toch huizen van liefde bouwen,
woningen waar God plezier aan beleeft.
Mensen vol vreugde ja mannen en vrouwen,
waar men in liefde om elkander steeds geeft.
Waar men behulpzaam, zachtmoedig en vriendelijk,
elkander bejegent steeds zoals het behoort.
Oprecht is en eerlijk naar ieder beminnelijk,
zal leven en werken gedachtig Gods woord.

Laat ons toch huizen van liefde bouwen,
waar het voor mensen goed vertoeven is.
En men de liefde van ver kan aanschouwen,
waar alles gedeeld wordt kent niemand gemis.
Dat zijn dan de huizen die er moeten komen,
op de stevigste fundamenten gebouwd.
Maak waar en vervul met elkaar deze dromen,
dan worden die huizen eens zeker aanschouwd.


Er is voor iedereen genoeg
als Jezus brood en vis laat delen
en dat gezegend rondgaat onder velen
het wonder dat Hij biddend vroeg.

Er is voor iedereen genoeg
overal waar Hij zal verschijnen
Jezus laat nooit een mens verkwijnen
die Hem om hulp en bijstand vroeg.

Er is voor iedereen genoeg
aan kracht voor hen die in Hem geloven
genezing schenkt Hij dan van boven
de mens die gelovig daarom vroeg.

Er zijn voor iedereen genoeg
ook nu nog wonderen te aanschouwen
op Hem de Heer, de Geest vertrouwen
elk wie Hem om een teken vroeg.

Er is voor iedereen genoeg
als Jezus komt met hemelgaven
waarmee Hij lichaam, ziel wil laven
meer zegening dan men ooit vroeg.

God zoekt steeds naar oprechte harten,
waarin zich trouw en liefd’ bevindt.
Die warm voor Hem en anderen kloppen,
Hem en zijn medemens bemint.
Hij zoekt ook naar vaardige handen,
voor ’t grote werk dat moet gedaan.
Die door de liefde zijn bewogen,
om daarmee aan de slag te gaan.

Zou jij je bij God willen melden:
Hier ben ik Heer zet mij maar in.
Om je door Hem te laten plaatsen,
op ’t arbeidsveld voor hartsgewin.
God wil een grote schare mensen,
waar trouw en liefde in ’t vaandel staat.
Die willen leven naar Zijn woorden,
dat is het doel waar het God om gaat.

Er valt nog zoveel te bewerken,
wat voor de Heer nog moet voltooid.
Weet Hij schenkt elk daarvoor de krachten,
waarmee Hij medewerkers tooit.
Eens komt de dag van Gods belonen,
voor al het werk op aard gedaan.
Dan biedt de Heer aan elk Zijn gaven,
met ruime maat liefdevol aan.


Heb jij de goede keus gemaakt,
om voor de juiste weg te kiezen.
Hoe moeilijk die ook wezen zal,
en het doel niet uit het oog verliezen.
Je weet dat er twee wegen zijn,
de brede en de smalle.
De eerste is een weg vol schijn,
de andere het best van alle.

De brede weg met zijn glamour,
met al zijn schitteringen.
Die weg leidt je naar het verderf,
dat je daar zal omringen.
De smalle weg is ’t andere pad,
dat je ook kunt bewandelen.
Die leidt je naar de hemelstad,
in ’t kiezen juist zult handelen.

Op welke weg ga jij nu voort,
de brede of de smalle?
Toen jij daar bij het kruispunt stond,
welk pad deed jou bevallen?
Koos je verkeerd, je kunt nog terug,
om ’t smalle pad te kiezen.
Er is een zijweg en een brug, 
om ’t heil niet te verliezen.

Want daar wacht Jezus weer op jou,
die ’t goede pad zal wijzen.
Dat als jij in Zijn voetspoor gaat,
Hij voor je op laat rijzen.
Wacht niet te lang en loop niet door,
want dan zal ’t je berouwen.
Maar geef aan Jezus' stem gehoor,
dan zul je ’t heil aanschouwen.

Niet vlak zal ’t smalle pad steeds zijn,
door bergen en door dalen.
Met Hem als leidsman op die weg,
zul je eens het einddoel halen.
Vertrouw je maar aan Jezus toe,
blijf wandelen aan Zijn zijde.
En luisterend naar Hem merk je hoe,
Hij jouw hart wil verblijden.

Steek je handen uit de mouwen,
werk mee aan Gods koninkrijk.
Door er met Hem aan te bouwen,
geef Hem van jouw inzet blijk.
Handel naar Gods tekeningen,
die je worden voorgelegd.
En volvoer daarvan de dingen,
die Hij je heeft uitgelegd.

Start met vrede te gaan stichten,
ga daarmee standvastig door.
Blijf je op Gods woorden richten,
en geef daaraan steeds gehoor.
Begin daarna met liefd te schenken,
in de kringen om je heen.
En steeds aan Gods bouwplan denken,
samen met Hem, nooit alleen.

Dan zal ’t Godsrijk eindelijk komen,
op een dag dan breekt het door.
Ziend het licht om van te dromen,
zet je beste beentje voor.
’t Resultaat zul je eens aanschouwen,
en vervult wat God je vraagt.
Als met schitterende flambouwen,
de nacht door die dag wordt vervaagt.