Nederlandse-gedichten

Verhef je niet boven de mensen
ga op een voetstuk niet staan.
Want daar zul je eenmaal afvallen
dan is het snel met je gedaan.
Dan ligt eens je wereld in stukken
en zie je die rondom verspreid.
Bespot door hen om je mislukken
geen hand die tot hulp is bereid.

Want wie zich verhoogt wordt vernederd
’t is Gods woord dat het je zegt.
Dan word je door mensen belegerd
en vergaat het in ‘t leven je slecht.
Wie heersen wil hij wordt verstoten
voor hem is bij niemand meer plaats.
Met as en met pek overgoten
werpt men hem dan uit, buitengaats.

Verhef je niet boven de mensen
je bent aan je naasten gelijk.
Wie niet als een dienaar wil wezen
blijkt ook niet geschikt voor Gods rijk.
Een kameel zal eerder bereiken
Gods Rijk door het oog van de naald.
Voor wie zich verheft zal eens blijken
dat hij dat doel nimmer behaald.

Alleen als jij je zult bekeren
dan is er nog redding en hoop.
Als jij van Gods woorden wilt leren
beseffend zij zijn niet goedkoop.
Wie trots is betaalt met zijn leven
maar als hij zijn zonden belijdt.
Dan zal God die altijd vergeven
want daartoe is Hij steeds bereid.

Laat liefde en eenvoud je sieren
die boodschap geeft God je graag mee.
Daar zul je Hem erg mee plezieren
want liefde dat was Gods idee.
Geen hoogmoed waardoor je kunt vallen,
maar ’t voorleeft en houdt aan Gods woord.
Respect ondervindend van allen
in ’t leven de liefde verwoordt.

Een blinde hij heeft goede oren
zou hij Gods roepstem wel verstaan.
En beter dan dat wij die horen
als God ons roept bij onze naam.
Die door kakofonie van klanken
en beelden voor ons oog verstoord.
Daardoor veel slechter wordt ontvangen
waardoor Gods stem niet wordt gehoord.

Een blinde hoeft zich slechts te richten
door training op Gods stemgeluid.
Hij ziet geen beelden en gezichten,
want zijn ontvanger staat nooit uit.
Hij wordt niet afgeleid door zaken
die ’t horen van Gods stem belet.
Maar kan zich door God laten raken,
omdat hij beter daar op let.

Wij zienden hebben vaak problemen
met het vernemen van Gods stem.
Die afleiding ons blijft ontnemen
te weinig vaak gericht op Hem.
Gods fluisteringen zijn te horen
als wij er maar voor open staan.
Wanneer zij klinken tot onz’ oren
en om hun inhoud te verstaan.

In stilte is Gods stem waarneembaar,
met oor en hart op God gericht.
Zo maakt Hij ons Zijn woord dan kenbaar
voor Hem geknield met d’ ogen dicht.
Dan zijn wij even als die blinde
waardoor wij Gods stem goed verstaan.
Keer in tot Mij dan zult u vinden,
de weg om die met Mij te gaan.

Waarom kijk je zo bedrukt
welke last heb jij te dragen.
Dat ’t in ’t leven niet meer lukt
mens wat heb je dan te klagen.
Waarom zie Ik toch nog steeds
droeve tranen in je ogen.
Al je zonden heb Ik reeds
weggedragen diep bewogen.

Waarom kijk je toch niet blij
alle schuld is je vergeven.
’k Droeg ze aan het kruis voorbij
opdat jij voortaan zou leven.
Waarom geloof je Mij nog niet
en blijf je nog steeds volharden
In dat nodeloos verdriet
dat je enkel blijft verwarren.

Kijk maar Ik ben opgestaan
zie de tekenen in Mijn handen.
Want ook jij mens bent voortaan
vrijgepleit van schuld en schande.
Neem toch Mijn verzoening aan,
daarvoor gaf ik juist Mijn leven.
Dat ook voortaan jouw bestaan
weer met licht zou zijn omgeven.

Laat je twijfels nu toch varen,
luister niet wanneer men zegt.
Dat God zonden blijft bewaren
die je worden voorgelegd.
Alles wat God heeft vergeven
door Mijn bloed voor jou van Mij.
Heeft Hij nu een plek gegeven
en daar komt Hij nooit meer bij.

In de diept der zee geborgen
kijkt God daar nooit meer naar om.
En ook op de Oordeelsmorgen
ligt daar niet de optelsom
van je zonden ooit bedreven
want Ik heb je vrijgepleit.
Door Mijn kruisdood zul je leven
tot in alle eeuwigheid.

‘k Ben je Heiland en je redder
neem Mijn woorden dus maar aan.
Kies in ’t leven Mij als Herder
die je altijd voor zal gaan.
Blijf je in het zwart niet kleden
van Mij krijg je ’t witte kleed.
Als je eens zult binnentreden
in het land dat hemel heet.




Besluit en doe niets zonder God,
maar blijf altijd Zijn leiding vragen.
Bij elke stap en ga steeds tot
Hem vragend al je levensdagen
of wat je wilt past in Zijn plan
om ’t door Hem goed te laten keuren.
Uitvoerbaar is en of het kan,
dan opent Hij daarvoor de deuren.

Want waar God niet in is gekend
dat is gedoemd om te mislukken.
En valt al wat je hebt gepland
daarmee al gauw in duizend stukken.
Maar wat met God is overlegd
maakt aanspraak op Zijn milde zegen.
Maar altijd zal de Heer terecht,
die binnen Zijn plan overwegen.

Niet alles wat God voorgelegd
waarvoor wij Zijn goedkeuring vragen.
Wordt door de Heer terzij gelegd
maar door Zijn zegen voortgedragen.
Werk met God steeds aan ’t resultaat
en houdt Zijn woord altijd voor ogen.
Want dat is waar het Hem om gaat
dan volgt Zijn zegen uit de hoge.

Als ’t verdriet niet is te dragen
pijn in ’t hart van binnen schrijnt.
Mag je God vertroosting vragen
dan zorgt Hij dat pijn verdwijnt.

Als je tranen rijkelijk vloeien
dan stelpt God die, droogt ze af.
Hij ontdoet je van de boeien
van ’t verdriet dat je omgaf.

Vergeet nooit tot God te vluchten
met je grootst en kleinst verdriet.
Want zo goed als God kan troosten
dat kunnen de mensen niet.

Ons leven kent twee glazen deuren
die ons de beelden laten zien.
Van wat eens was en gaat gebeuren
verleden, toekomst laten zien.
De eerste toont herinneringen
de beelden uit voorbije tijd.
Die als wij binnengaan omringen
met droefheid of met vreugd verblijdt.

De tweede deur waardoor wij kijken
schept beelden wat er kan verwacht.
Die soms voor ons onduidelijk blijken
gehuld in nevelen grijs en zacht.
Want meestal zien wij slechts contouren
en is de toekomst voor ons vaag.
Niet wetend waar die heen zal voeren,
wij blijven mensen van vandaag.

Want heel beperkt kunnen wij blikken
wat ons de toekomst brengen zal.
En moeten ons daar ook in schikken
dat is met toekomst het geval.
Maar ’t heden laat wel aan ons merken
van vreugde of dreiging die bestaat.
En daarmee hoop of angst versterken
voor wat de mens te wachten staat.

Wij kunnen van ’t verleden leren
goed met het heden om te gaan.
Om met verstand onheil te keren
als donkere tijden breken aan.
Die glazendeuren in ons leven
schonk God om ons te zijn tot nut.
Aan ons daarmee de kans te geven
dat men zijn leven goed benut.

Want ook in bredere verbanden
op kleine en op wereldschaal.
Zien wij hoe snel wij kunnen stranden
wat invloed heeft op allemaal.
Maar zij die op de Heer vertrouwen
en met Hem kijken door die deur.
Laat Hij iets van Zijn toekomst schouwen
zo brengt Hij ons hart in majeur.

Een zekerheid wordt ons gegeven
door God wiens hand alles beheerst.
Hij is de Heer van dood en leven
die ook over de toekomst heerst.
De Heer Hij laat aan ons beloven
een blijde toekomst zonder zorg.
Niets kan ons uit Zijn hand ontroven
want God staat voor die toekomst borg.


Is je zelfbeeld zwaar geschonden
door wat je hebt meegemaakt.
In het leven door de wonden
die je hart hebben geraakt.
Ben je soms jezelf verloren
door wat je is aangedaan.
God Hij maakt je weer herboren
door ermee naar Hem te gaan.

God Hij zal weer restaureren
't zelfbeeld dat verwrongen werd.
En je nieuwe wegen leren
die daarvoor waren versperd.
Want je mag er voor Hem wezen
Hij noemt je zijn hartendief.
Van Hem heb je niets te vrezen
want Hij heeft je waarlijk lief.

't Is Zijn liefd' aan je gegeven
die jouw zelfbeeld weer herstelt.
En weer voort kunt in het leven
niet meer door 't gevoel bekneld
dat je leven deed bepalen
maar dat niet meer invloed heeft.
Wat zo vaak je neer deed halen
voortaan nimmer je omgeeft.

Geloof dat God dit kan bewerken
wegneemt wat je heeft geschaad.
En je door Zijn liefd' laat merken
dat de Heer je nooit verlaat.
Maar altijd bij Hem mag komen
met je last verdriet en pijn.
Waar voor Hij het onderkomen
is met liefde als 't medicijn.

Wij zijn als bladeren die vallen van de bomen,
als zij vergeeld verdort zijn in het herfstgetij.
Of in een ander jaargetijde dat zal komen
en God ons roept je tijd is hier voorbij.
Maar nooit als bladeren zullen wij verwaaien,
en door de wind tot grote hoogten opgestuwd.
Neerdwarrelend opnieuw weer op te waaien,
om daarna weer te worden voortgestuwd.

Want God laat ons nooit uit Zijn handen vallen,
wij zijn als bladeren kostbaar in ‘s Heren hand.
Hij telt elk uur per dag de vele duizendtallen
en koestert hen met liefd’ naar ‘t woord gestand.
Hij neemt elk blaadje in Zijn ruime handen
daarin houdt Hij ze allen stevig vast bijeen.
Om ieder blad met goud te gaan omranden
en daarbij vergeet God er nimmer geen.

Hij veegt bijeen al wat Hij vindt op aarde,
aan bladeren die daar nog liggen wijd verspreid.
Want ieder boomblad dat heeft voor Hem waarde
als een nieuw blad rijp voor de eeuwigheid.
Om aan de bomen die God daar laat groeien
door Hem met alle zorg opnieuw door Hem geënt.
Daar in de eeuwige zomer op te bloeien,
en door Gods liefde in eeuwigheid gedrenkt.
     

Hij is de Geneesheer van ziekten en kwalen
van wonden geslagen in ’t menselijk hart.
Van Hem doen de ronde ook vele verhalen
dat Hij met Zijn machtswoord de dood heeft getart.
Gestorvenen zijn op Zijn woord weer verrezen
Hij schonk in Zijn liefde hun ’t leven weer terug.
Hij heeft aan de mensen Zijn Almacht bewezen
Hij sloeg met Zijn liefde naar mensen een brug.

Ook heden ten dagen kan Hij nog genezen
en toont Hij de mensen wonderlijke kracht.
Hij wil ook vandaag uw Geneesheer graag wezen
Zijn naam staat voor liefde in praktijk gebracht.
Hij heeft voor ons mensen Zijn leven gegeven
Hij droeg onze zonden getorst aan het kruis.
Daarmee werd Hij brug naar het eeuwige leven
de sleutel die past op de deur van Gods huis.

Ga tot uw Geneesheer met lasten en kwalen
Hij is tot uw heling, genezing bereid.
Om u uit de diepten van ’t leven te halen
Hij zorgt dat uw hart zich vol vreugde verblijdt.
Hij vraagt geen vergoeding maar slechts hart en leven
waarvan Hij zo graag de bewoner wil zijn.
Om u in uw leven het beste te geven
verlost van uw zonden uw kwalen uw pijn.

De gouden zon die dagelijks weer verschijnt
is als Gods knipoog brekend door de wolken.
Want in het licht dat voor onze ogen schijnt
blijft God hier mee Zijn liefde en trouw vertolken.
Zelfs als Gods trouwe blik door wolken lijkt bedekt
dan is die toch rondom voortdurend nog aanwezig.
Totdat het schijnsel van de zon weer wordt ontdekt,
bevestigend God Hij is immers nooit afwezig.

Hij stelde zon en maan als trouwe wachters aan
omringd door cirkels van miljarden sterren.
Die met planeten aan de weidse hemel staan
waarvan de lichtglans tot ons komt van verre.
Zo laat Hij dag en nacht aan ons Zijn grootheid zien
waarin Hij zich als Schepper ons laat openbaren
dat als wij door de wolken weer Zijn knipoog zien.
Hij daarmee ons Zijn grote liefde blijft verklaren.


God kan wat humor best waarderen
Hij houdt wel van een schaterlach.
Vindt dat men serieuze sferen
geregeld wel doorbreken mag.
Hij ziet graag vreugde op gezichten
in plaats van uitgestrekenheid.
Waar velen zich tot Hem mee richten
ziet graag een hart dat zich verblijdt.

Al is de Heer ook hoog verheven
past ons de eerbied Hem bereid.
God is van mening dat in ’t leven
een gulle lach hoort op z’n tijd.
Traditioneel zijn wij als mensen
maar God weet met een grap wel raad.
En zich veel goede grappen wensen
waarmee men Hem ook lachen laat.

Ook bij de Heer kan men ontdekken
dat Hij veel humor in zich heeft.
Om daar een lach mee op te wekken
als Hij humor ten beste geeft.
Daarmede wil Hij aan ons leren
dat grap en humor op z’n tijd
ondanks vaak serieuze sferen
de lach het is die ons bevrijdt.

Het is in Gods oog ook niet nodig
om altijd serieus te zijn.
Die stelling vindt Hij overbodig
want echte humor vindt Hij fijn.
Ook God kan humoristisch wezen
komt vaak verrassend uit de hoek.
Dat heeft Hij door de tijd bewezen.
maar Hij blijft staan als God te boek.

Toen God de mensen heeft geschapen
stond humor bij Hem bovenaan.
Want dat blijkt vaak het beste wapen
om daarmee ’t leven door te gaan.
Geen mens kan echter God nastreven
in grootheid en in heiligheid.
Hij is en blijft steeds hoog verheven
met wijsheid en in heerlijkheid.




Er is een plaats een land waar tijd niet meer bestaat
maar waar wij eenmaal zullen leven in een andere dimensie.
Die nu nog ons gevoel en ons verstand te bovengaat
maar die wij krijgen toebedeeld als Goddelijke attentie.
Een land een koninkrijk met Goddelijk licht omgeven
waar alles anders is als hier door ons op aard gekend.
Waar al Gods uitverkorenen eens zullen gaan beleven
de heerlijkheid genietend in wat ons wordt toegekend.

Niets is er daar wat ons aan de aarde nog herinnert
maar zich versmelten zal met haar tot een vernieuwd geheel.
Die vol van gouden glansen in haar glorie schittert
daar heerst de vreugd die allen eenmaal worden ten deel.
Wat eeuwig leven is daar kan men slechts van dromen
nu nog niet zichtbaar tastbaar voelbaar en doorleefd.
Maar zeker is het dat eens door Gods woord zal komen
als Hij het land en ’t eeuwig leven ter beschikking geeft.

Hemel en aarde wordt vernieuwd als God herschept
en alles met een nieuwe gloed geheel opnieuw zal overtrekken.
Want niemand zal de last waarmee hij op aarde was behept
in ’t koninkrijk dat komen zal die daar kunnen ontdekken.
In taal en beelden blijven wij naar woorden zoeken
dat iets verwoorden kan van wat ons eens te wachten staat.
Maar ’t schrijven van gedichten en van vele boeken
kan nimmer ‘t peilen want dat blijft beperkte mensen maat.
     


Geven is zaliger dan te ontvangen
dat is het woord wat Jezus tot ons sprak.
Maar menig mens kent een ander verlangen
ontvangt liever waarbij het geven ontbrak.
Zo zullen zij nooit de vreugd kunnen proeven
de zaligheid waarover Jezus het had.
En met hun hebzucht de Heiland bedroeven
niet handelend naar 't geen in Zijn woorden vervat.

Geven is zaliger dan te ontvangen
het tilt ons ver boven de bezitsdrang uit.
Waarin zoveel mensen nog zitten gevangen
maar vreugd schept wanneer men tot geven besluit.
Laat ons dan vervullen de woorden des Heren
dat geeft ons het zalige rijke gevoel.
Waarover Hij sprak en aan ons wilde leren
door te geven beantwoorden gaan aan het doel.

Geven is zaliger dan te ontvangen
want dat maakt harten van mensen zo blij.
Wanneer wij gaan doen wat de Heer zal verlangen
niet langer meer gaand aan Zijn woorden voorbij.
Als wij aan de naasten bereid zijn te geven
ontvangen wij zegen die komt uit Gods hand.
Die zal op ons rusten en sierend ons leven
want geven leert ons wat men van God ontvangt.

Geven is zaliger dan te ontvangen
daarom geeft God ons Zijn zegen zo graag.
Om te gaan vervullen wat mensen verlangen
schenkt Hij ons Zijn gaven mild ook weer vandaag.
Ook heeft God in 't leven Zijn Zoon ons gegeven
die op Zijn beurt voor ons Zijn leven weer gaf.
Waardoor Hij ons mensen schonk 't eeuwige leven
door 't kruis en Zijn opstanding weer uit het graf.

Als de avond is gevallen
overgaande in de nacht.
Leggen wij ons weer ter ruste
wetend God Hij houdt de wacht.
In de beden die wij spreken
uit de diepten van ons hart.
Mag dan komen onze uiting,
vreugde, zorgen, onze smart.

Als de zorgen ons aangrijpen
en ons van de slaap berooft.
Mogen wij nimmer vergeten
dat God uitkomst heeft beloofd.
Laat het moede hoofd maar rusten
want dat is een goed besluit.
Om altijd weer te beseffen
morgen ziet 't er anders uit.

Als de zon zich met haar stralen
in de vroege ochtend meldt.
Wees dan dankbaar en tevreden
al Gods zegening geteld.
Immers altijd na de zorgen
breekt weer tijd van vreugde aan.
Die ons hart weer zal verblijden
komend uit Gods hand vandaan.

Geef mij een teken Heer dat U mij hebt verhoord
een duidelijk signaal dat komend uit de hoge.
Als het bewijs dat U mijn beden hebt gehoord
tastbaar gemaakt met liefde voor mijn ogen.

Geef mij dat teken Heer dat U mij hebt verstaan
waarmee U aan mij Heer in Uw liefde laat weten.
Wat U met al mijn smekingen Heer hebt gedaan
toon mij Heer dat U mij niet bent vergeten.

Gun mij dat teken van U Heer dat ik verwacht.
waarnaar mijn hart verlangend uitziet op blijft hopen.
Om te ervaren wat Uw liefd' Heer heeft bedacht
ik stel mijn hart voor Uw verrassing open.

Geef mij Uw teken Heer dat stil maakt en verbaasd
en ik het resultaat zie van Uw liefd'vol handelen.
Leer mij beseffen Heer dat U nooit overhaast
een weg kiest om die samen te bewandelen.

Geef mij dat teken Heer dat dankbaarheid vereist,
als U mij 't wonder voor mijn ogen laat aanschouwen.
Waardoor mijn ziel Uw goedheid en Uw liefde prijst
waarop ik in mijn leven Heer kan bouwen.

Gun mij dat teken Heer dat ik zo graag wil zien
dat in mijn hart mijn geloof in U Heer zal versterken.
Geduldig wacht ik tot U daar in gaat voorzien
om op een dag Uw teken op te merken.





Hoe machteloos kun je je voelen
als ’t rondom je zo duister blijkt.
En door een deken grauw omsluiert
die maar niet weg wil, van je wijkt.
Ondanks dat je de zon ziet schijnen
maar daar geen vreugde aan beleeft.
Die niet de grauwheid laat verdwijnen
die je van binnen sterk omgeeft.

Hoe machteloos kun je je voelen
wanneer die grauwheid je beklijft.
En alles zinloos wordt ervaren,
niets wat die grauwheid weer verdrijft.
Wanneer je moe terneergeslagen
je door de uren, dagen vecht.
En zo graag in je hart ontslagen
wordt van de grauwheid daar gehecht.

Hoe machteloos kun je je voelen
als hart en ziel door somberheid.
De put waarin je deed belanden
je geest niet van die last bevrijdt.
Omdat je zoveel kreeg te dragen
aan last van tegenslag verdriet.
En nergens licht meer op ziet dagen
wat je opnieuw weer uitkomst biedt.

Hoe machteloos kun je je voelen
wanneer je ’t niet meer uiten kunt.
En al je tranen blijven stokken
die je niet echt bevrijding gunt.
Om al de pijn te laten stromen
van wat je al zo lang beheerst.
De grauwheid om verstoorde dromen
die dag aan dag steeds overheerst.

Hoe machteloos kun je je voelen
als je omgeving niet begrijpt.
Door wat er jou is overkomen
en naar die noodmaatregel grijpt.
Die je van alles kan bevrijden
als je wilt kiezen voor de dood.
Omdat je verder niet wilt lijden
en zo verlost wordt van je nood.

Maar door te kiezen om te sterven
sluit je hier wel de kansen af.
Die je nog mogelijk kunt verwerven
en God je graag in handen gaf.
Neem niet het heft in eigen handen
zoek hulp bij anderen en de Heer.
Vertel hoe dat je schip kon stranden
en leg het open voor Hem neer.

Kom dan en leg bij God je lasten
maar in vertrouwen bij Hem neer.
Hij is in staat en laat verdwijnen
diep in je hart die grauwe sfeer.
Want bij de Heer daar mag je schuilen
komen met al je zorg verdriet.
Om bij Hem komend uit te huilen
verwachtend d’ uitkomst die Hij biedt.

God neemt de tijd om je te helpen
zorgt dat de grauwheid weer verdwijnt.
Hij laat voor jou het licht weer schijnen
waarmee je leven wordt omlijnd.
Want God de Vader zal je dragen
Zijn liefde en trouw zijn om je heen.
Hij laat jou al je levensdagen
Zijn kind ook geen moment alleen.

Als donkere wolken je omfloersen,
in 't leven nergens uitzicht ziet.
Geen lichtpunt om op af te koersen,
wat je weer hoop en vreugde biedt.
Wanneer je dagen zijn bevangen
en ook je hart met somberheid.
Dan kan een mens er naar verlangen
van deze last te zijn bevrijdt.

Wanneer depressie zich laat gelden
in 't leven met zijn ongerief.
Ook dan blijft God het je vermelden,
Ik ben nabij en heb je lief.
Hij weet dat woorden soms niet raken,
niet hebben het gewenst bereik.
Toch blijft Zijn liefd' over je waken
en geeft daarvan voortdurend blijk.

Depressie kan een mens verlammen
daar uit ontworstelen dat kost tijd.
Om van die donkere wolkenkammen
met liefd', geduld wordend bevrijd.
In ’t leven zijn er immers zaken,
die voor een mens ingrijpend zijn.
Waardoor depressie hem kan raken,
verduisterend de zonneschijn.

Maar als je vasthoudt aan de woorden
dat God die ketenen verbreekt.
Jouw zin in ’t leven ernstig stoorden,
wat zich door een depressie wreekt.
Dan mag je er vast op vertrouwen
God neemt de grauwe sluiers weg.
Hij laat je weer het licht aanschouwen
dat Hij plaatst op jouw levensweg.


God laat ons van Zijn toekomst dromen
die ons door Zijn woord is beloofd.
En die er op een dag zal komen
ons aan de macht des doods ontrooft.
Dan opent Hij de hemeldeuren
dalende op de aarde neer.
En ’t wolkendek vaneen zal scheuren
omringend ons met vredessfeer.

In woord en beeld wat wij begrijpen
heeft God voor ons een beeld geschetst.
Om in ons hart te laten rijpen
geloof en verlangen wat getest
ons uit laat zien naar deze morgen
waarop Zijn koninkrijk verschijnt.
En voor ons alle aardse zorgen
voor altijd voor ons oog verdwijnt.

Een gouden stad met weidse maten
met bomen altijd durend groen.
Die daar staan langs de gouden straten
in ’t eeuwige zomerseizoen.
Waar waterbronnen en rivieren
doorsnijdend stromend door de stad.
Die daarmee het geheel opsieren
de droom die God voor mensen had.

Die gouden stad waarvan wij dromen
de hoofdstad van Gods Koninkrijk.
Die zal er op die morgen komen
gevend ons van haar glorie blijk.
Met edelstenen rijk omgeven
is dit de stad in ’t eeuwig land.
Waarin we in vrede zullen leven
voor altijd bestuurd door Gods hand.

Hier zal geen ziekte, dood meer wezen
geen rampen, oorlog of dies meer.
Hier hebben wij niets meer te vrezen
in ’t Koninkrijk van God de Heer.
Geluk, zaligheid wordt ervaren
waaraan nimmer een einde komt.
En wij met lofzangen verklaren
de eer van God die nooit verstomt.
     

Luisteren met je hart, vraagt ook om open ogen
de woorden te verstaan, doorvoeld en zijn bewogen.
Met liefde en aandacht voor, wat een mens je laat horen
die van zijn moeiten spreekt, pijn die hem deed doorboren.
Het vraagt ook om verstand, balans om ’t onderscheiden
hoe je met woord en daad, een mens kunt verder leiden.
Die gekwetst is verwond en schade heeft opgelopen
en uit jouw hart en mond, op begrip, troost zal hopen.

Luisteren met je hart, dat is je overgeven
aan het intiem moment, dat je dan zult beleven.
Waarin behoedzaamheid en zorg, veel van je zullen vragen
om in de liefde steeds, je medemens te dragen.
Want luisteren met je hart, werkt anders dan met oren
daar kun je ook als mens, veel intenser mee horen.
Zulk luisteren is een kunst, die God je graag wil leren
Hem vragend om die gunst, door je tot God te keren.

Luisteren met je hart, zet het van anderen open
zo ben je een kanaal, waardoor Zijn liefd’ kan lopen.
En met een woord dat raakt, met liefde kan bevrijden
wat het dan mogelijk maakt, een mens tot God te leiden.
Want wie goed luisteren kan, zal harten gaan ontsluiten
van hen die zich reeds lang, in hun verdriet opsluiten.
Jouw troostwoorden kunnen, hem van de pijn ontboeien
waardoor het plots gebeurt, dat eindelijk tranen vloeien.

Luisteren met je hart, dat is van God een gave
waardoor je voor een mens, kunt worden tot een haven.
Waar hij zich veilig voelt, om steeds weer af te meren
om als het nodig is, er weer naar terug te keren.
Luisteren met je hart, bied je veel mogelijkheden
zet dan samen met God, op deze weg je schreden.
Daarmee zul je dan zijn, zoals God zich zal wensen
een mens die zich met liefde, inzet voor de mensen.

Luisteren met je hart, tot stilte en inkeer komen
dat is het uur waarin, Gods stem weer wordt vernomen.
Daarin komt Hij tot jou, wat Hij je heeft te zeggen
in liefd’ met je vereend, Zijn wil je uit te leggen.
Want luisteren met je hart, dat schenkt je het vermogen,
dat je Gods stem verstaat, Hem ziende in de ogen.
Hij laat je in de geest, stellend op Hem ’t vertrouwen
steeds met een luisterend hart, vrede en geluk aanschouwen.

Ik ben die Ik ben betrouwbaar in handelen
Ik ben die Ik ben als het licht op uw pad.
Ik toon u de wegen waarop u moet wandelen
Ik ben die Ik ben ligt in liefde vervat.
Ik ben die Ik ben getrouw vol genade
Ik ben die Ik ben houd Mijn regels u voor.
Ik ben die Ik ben die u nimmer zal schaden
Ik ben die Ik ben u steeds leidend in ’t spoor.

Ik ben die Ik ben uw God hoog verheven
Ik ben die Ik ben die in liefd’ voor u zorgt.
Ik ben die Ik ben en aan u schonk het leven
Ik ben die Ik ben in Mijn handen u borgt.
Ik ben die Ik ben Ik ken geen beperken
Mijn mogelijkheden die zijn onbegrensd.
Ik laat op uw beden Mijn antwoorden merken
Ik ben die Ik ben 't goede schenkt wat u wenst.

Ik ben die Ik ben uw Schepper en Koning
Ik ben die Ik ben en in alles bekwaam.
Ik ben die Ik ben en in d’ hemelse woning
geëerd en geprezen word steeds om die Naam.
Ik ben die Ik ben deze Naam is voldoende
waarin heel Mijn wezen verankerd gelegd.
Ik ben die Ik ben die uw zonden verzoende
Ik zond u Mijn Zoon die aan ’t kruis werd gehecht.

Ik ben die Ik ben en zal zijn als een Vader
Ik ben die Ik ben die Zijn kinderen bemint.
Ik ben die Ik ben kom gerust tot Mij nader
waar u in Mijn liefde de vrede steeds vindt.
Ik ben die Ik ben weet u bent Mijn beminden
Ik ben die Ik ben die steeds over u waakt.
Ik ben die Ik ben en u aan Mij deed binden
Ik bied u een toekomst die blijde genaakt.