Nederlandse-gedichten

Wij trekken nog dikwijls met wapens ten strijde,
want opdracht en missie moet worden vervuld.
De wereld kent immers haar roerige tijden,
veel landen zijn nog in conflicten gehuld.
Veel mannen zij gaven daarvoor vaak hun leven,
om vrijheid te brengen waar die werd verwacht.
Manmoedig dat bleken zij steeds in hun streven,
maar het heeft hun nog geen overwinning gebracht.

Irak en Afghanistan blijken de haarden,
waar menig soldaat al zijn leven verloor.
Wat heeft in die strijd nog hun leven voor waarde,
voor recht en voor vrede daar kwamen zij voor.
Er zijn er inmiddels al velen gevallen,
het plan en het doel zijn nog lang niet bereikt.
Nog klinken voortdurend er schoten en knallen,
het bewijs dat er nog heel veel tegenstand blijkt.

Ook Israel speelt hier een rol in ’t gebeuren,
met de Palestijnen reeds lang in conflict.
Men kan nog geen teken van vrede bespeuren.
omdat men elkanders voorwaarden niet slikt.
Dit leidt weer tot aanslagen, mensen vermoorden
en tot een spiraal die zich neerwaarts beweegt.
Wat is dan de zin nog van gesproken woorden,
wanneer men de essentie van tafel steeds veegt.

De wereld blijkt steeds meer complexer geworden,
problemen zij vragen een helder mandaat.
Want die liggen duidelijk nog op de borden
en dat is ’t waarbij de conflicten om gaat.
Gods inzicht en licht zijn hier wenselijk geboden
en dat vraagt om wijsheid om moed en om kracht.
Tot vrede ondanks steeds het groot aantal doden,
uiteindelijk met moeite tot stand wordt gebracht.

Een liefde groot niet te bevatten
ligt als een mantel om ons heen.
Het blijkt een van de grootste schatten
waarmee de Schepper ons verscheen.

Door deze liefde stil gedragen
het kleed dat als een schild beschut.
Gesteund, vertroost in tegenslagen
tot redding uitkomst steeds benut.

Die liefde maakt ons stil van binnen
vervult ons hart met dankbaarheid.
Die liefde laat ons steeds bezinnen
wat liefde ons brengt waarheen zij leidt.

Gods liefde laat ons hart weer hopen
zij brengt ons steeds in vreugdestaat.
Om in haar blinkend licht te lopen
dat eeuwig schijnt en nooit vergaat.

Haar rijkdom is aan ons gegeven
vult rijkelijk ons voortbestaan.
Want liefde 't hoogste goed in 't leven
biedt God ons mensen dagelijks aan.

Het wordt steeds donkerder op aarde ,
oorlog geweld neemt steeds meer toe.
De vrede is nog ver te zoeken,
de mensheid wordt van het strijden moe.
Aan alle kanten heerst er dreiging,
reeds vele doden zijn geteld.
Die door ’t gebruik van oorlogswapens,
bloedend ter aarde zijn geveld.

Er rijzen dagelijks meer conflicten,
maar er wordt weinig opgelost.
Omdat halsstarrigheid blijft duren,
die steeds opnieuw weer levens kost.
Veel mensen zijn verminkt, beschadigd,
het is de haat die veel verwoest.
Die steeds de kop weer op blijft steken
en in veel harten ingeroest.

De afstand tussen arm en rijken,
wordt dagelijks meer en meer vergroot.
De armen leven van rantsoenen,
de rijken kennen zelf geen nood.
Toch blijkt op aard genoeg voor velen,
want er is grote overvloed.
Om die met d’ armsten te verdelen,
de weg die men bewandelen moet.

De armen worden steeds maar armer,
de rijken vergaren meer geld.
Want zij hebben het voor het zeggen
en ’t wordt steeds minutieus geteld.
Gelijkheid is nog ver te zoeken,
uitbuiting blijkt nog steeds wat telt.
Begrijpelijk is dan ook ’t vervloeken,
dat de armen aan de rijken meldt.

Wanneer gaat men eens keuzes maken,
dat rijkdom eerlijk wordt verdeeld.
Er niet geleend wordt maar geschonken,
omdat dat is wat God beveelt.
Slechts zo kan er eens vrede komen,
als wij de armsten echt zien staan.
Om van een marginaal inkomen,
komend tot menswaardig bestaan.

Biedt ieder mens gelijke rechten,
dat maakt verhoudingen gezond.
Dan hoeft men ook niet meer te strijden,
voor een rechtmatig stukje grond.
Waarop men woont en kan verbouwen,
voorziend in ’t levensonderhoud.
En daar de vruchten van aanschouwen,
op ’t geen wat hem is toevertrouwd.

Het leven laat geen tijd voor tranen,
steeds meer gaan wij er aan voorbij.
Waar mensen zich verdrietig wanen,
in ’t zwart gekleed een lange rij.
Of zomaar door hun leed en zorgen,
die hen geen toekomst uitzicht biedt.
Maar steeds de grauwe dag van morgen,
verborgen tranen in ’t verschiet.

Er wordt steeds minder troost geboden,
steeds minder aandacht voor ’t verdriet.
Voor tranen van de grootste noden,
die men rondom bij mensen ziet.
Men moet verdriet, tranen wegslikken,
verwerken moet men ’t vaak alleen.
Omdat wij mensen laten stikken,
en hun verdriet niet snel verdween.

Wij gaan steeds meer voorbij aan tranen,
en hebben slechts voor vreugde tijd.
Voor pure lol, goedkoop in banen,
door de commercie voortgeleid.
Hier is geen goede God te vinden,
in deze wereld woont Hij niet.
’t Blijkt ’s werelds plaats van welbevinden,
waar men haar uitverkorenen ziet.

Maar zij die op een troostwoord wachten,
daar wordt door ons niet aan gedacht.
Hen die na slapeloze nachten,
een zware nieuwe dag weer wacht.
God vraagt van ons dat wij gaan handelen,
wanneer een medemens zwaar lijdt.
Door hem volwaardig te behandelen,
hem troost biedt, van ’t verdriet bevrijdt.

Het zal aan kracht je nooit ontberen,
als je Mijn kind die aan Mij vraagt.
Je weet toch kind Ik ben je Vader,
waar nodig je op Mijn schouders draagt. 

Je kunt aan Mij kind alles vragen,
leg wat je wenst maar voor Mij neer.
En wacht tot Ik het op laat dagen,
bij ’t krieken elke ochtend weer. 

Steeds wanneer Ik de zon laat schijnen,
spreid Ik de gaven uit Mijn hand.
Laat die met gouden glans omlijnen,
Ik vul jouw handen tot de rand. 

Ik hoed en schraag je in het leven,
met liefde word je steeds begroet.
Die Ik je rijkelijk zal geven,
oneindig steeds in overvloed.

Zal Hij op aarde geloof nog vinden,
wanneer Hij eenmaal wederkomt.
Bij al Zijn schapen Zijn beminden,
Zijn kudde op het wereldrond.
Of deed hen wolf en beer verslinden
doordat zij waren afgedwaald.
En zal Hij nergens geloof meer vinden,
omdat ’t tot het nulpunt is gedaald.

Zijn er dan nog wel trouwe schapen,
op Hem de Heer, hebben gewacht.
Of lieten zij door ’t kwaad zich kapen,
voordat zij werden thuisgebracht.
Hij heeft hen immers laten weten,
dat voor Zijn komst verdrukking wacht.
Dat moesten zij nimmer vergeten.
tot komen zou de laatste nacht.

Hij vroeg hen immers steeds te waken,
tot Hij hun Herder wederkomt.
Zorgend rondom dat ’t kwaad zal staken,
en tot in eeuwigheid verstomt.
Hij wil hen immers zalig maken,
Hij gaf Zijn leven aan het kruis.
Om in het Godsrijk plaats te maken,
hen brengend eens bij Vader thuis.
 
Want Jezus hoopt dat er miljoenen,
voor Zijn verlossing over zijn.
Door Hem met God laten verzoenen,
en eeuwig leven in Zijn schijn.
Wie voor Zijn komst reeds is gestorven,
maar in Hem Herder heeft geloofd.
Heeft ’t eeuwig leven reeds verworven,
dat hem door Jezus is beloofd!

Als de storm met sterke vlagen,
krachtig in je leven woedt.
Mag je steeds aan Jezus vragen,
of Zijn hand je weer behoedt.
In ’t geweld van wind en regen,
zal Hij zeker naast je staan.
En zij op Zijn machtwoord zwijgen,
zodat jij kunt verder gaan.

Steeds weer als er storm zal naderen,
donkere wolken pakken saam.
Die zich rondom je vergaderen,
roep om hulp in Jezus naam.
Dreigt je levensschip te stranden,
op de woeste levenszee.
Geef dan Jezus ’t roer in handen,
Hij stuurt ’t schip naar veil’ge ree.

Ga met Jezus maar tuinieren,
op Zijn grote arbeidsveld.
Daarmee zul je Hem plezieren,
als je wordt te werk gesteld.
Mensen immers zijn als planten,
en als bloemen in het perk.
Ja er blijkt aan alle kanten,
in de tuin van Jezus werk.

Water geven en bemesten,
zodat er niet een verdort.
Groei te volgen en te testen,
zodat ’t telkens beter wordt.
Met ’t gereedschap je gegeven,
’t blijde evangeliewoord.
Zul je naar het hoogste streven
want daar kun je goed mee voort.

’t Vraagt veel liefde en verzorgen.
en ontzettend veel geduld.
Maar eens zie je op een morgen,
grote wonderen onthuld.
Als de tuin is op gaan bloeien,
tot een weelderig geheel.
Omdat jij met ’t woord ging sproeien,
viel die vreugde jou ten deel.

Jezus zal je dan belonen,
voor wat jou is toevertrouwd.
Als je aan de Heer zult tonen,
wat voor Hem is opgebouwd.
Samen zul je met Hem wandelen,
stil genietend van al ’t werk.
Dat door naar Zijn woord te handelen,
gesierd is met het liefdemerk.


Jezus gaat met je door het leven,
als je allerbeste vriend.
Trouw en liefde zal je omgeven,
en Zijn zegeningen ziend.
Jezus schenkt je hart de blijheid,
die je steeds van Hem ontvangt.
En Hij plaatst je in de vrijheid,
waar je zo naar hebt verlangt.

Aan niets laat Hij ’t je ontbreken,
ontvangt steeds wat je behoeft.
Elke dag opnieuw gebleken,
Zijn en Gods genade proeft.
Van waaruit Hij steeds weer handelt,
en Zijn wegen met je gaat.
Waarop je met Jezus wandelt,
Hij je vriend die nooit verlaat.

Altijd is Jezus aanwezig,
ieder uur is Hij nabij.
In Zijn zorg voor jou steeds bezig,
staat in moeiten je terzij.
Nimmer kun je ooit verdwalen,
als je gaat aan Jezus' hand.
Met Hem zul je ’t einddoel halen,
het aan jou beloofde land.

Mensen pas toch op uw woorden,
schade is gauw toegebracht.
En veroorzaakt vaak veel wonden,
omdat er niet werd nagedacht.
Zet een wacht dan voor uw lippen,
die ’t venijn steeds tegenhoudt.
Maar maak u met liefdewoorden,
dagelijks meer en meer vertrouwd.

Tel tot tien in uw gedachten,
telkens voor u antwoord geeft.
Wees bedachtzaam in uw spreken,
als u iets te zeggen heeft.
Richt u naar Gods liefderegel,
zijnde steeds het hoogste goed.
Bindt de liefde als een zegel,
aan uw hart en uw gemoed.

Er is een warme stem te horen,
die spreekt je aan en roept je naam.
Wil jij voortaan bij Mij behoren,
vriend kom dan maar achter Mij aan.
Die roepstem heeft voor jou gevolgen,
en voor een ieder die besluit.
De stem van Jezus te gaan volgen,
en dringend nodigend je uit.

De Heer Hij heeft met jou Zijn plannen,
en daar Zijn koers voor uitgezet.
Hij wil jouw levensschip bemannen,
en op Zijn aanwijzingen let.
De levenszee wil Hij bevaren,
en daarop graag jouw Stuurman zijn.
Om je te hoeden voor gevaren,
koersend volgens een vaste lijn.

Een kalme reis zal het niet wezen,
daar heeft Hij je op voorbereid.
Met Hem aan ’t roer valt niets te vrezen,
door vaste hand perfect geleid.
Hij zal langs rots en klip laveren,
voert veilig door de stormwind heen.
Woeste golven zal Hij bezweren,
die mogelijkheid heeft Hij alleen.

Je zult de haven eens bereiken,
en met Hem zetten voet aan land.
Als ’t schip daar afmeert zal je blijken,
waar je voorgoed bent aangeland.
Dan ben je voorgoed thuisgekomen,
met Jezus na je lange reis.
En mag je voortaan met Hem wonen,
’t aan jou beloofde paradijs.

Een doel om na te streven
is liefde als ’t hoogste goed.
Om rijkelijk haar te geven
mild en in overvloed.

Dit doel vraagt constant werken
vraagt eindeloos geduld.
Resultaat te bewerken
in ’t liefdekleed gehuld.

Met steeds dit doel voor ogen
een warm en open hart.
Medemenselijk bewogen
dagelijks opnieuw gestart.

Ik liep in d’ avondstilt’ te wandelen,
dichtbij de zee in ’t rulle zand.
Waar ik het water hoorde bruisen,
dat schuimend spoelde op het strand.
Ik keek naar de zwart fluwelen hemel,
met al zijn sterren om mij heen.
Die ik met hun gouden flonkeringen,
wilde gaan tellen een voor een.

Toen plotseling een stem ging spreken,
Mijn kind, dat tellen lukt je niet.
Het aantal sterren is veel groter,
dan jij met mensenogen ziet.
Want elke ster die je ziet stralen,
vertelt een mooi verhaal aan jou.
Dat boven je staat opgeschreven,
’t spreekt van Mijn liefde en Mijn trouw.

Ik ben de Schepper van dit alles,
wat door Mijn woorden is ontstaan.
Wanneer je naar ’t verhaal zult luist’ren,
kun je de boodschap ook verstaan.
Ik heb de dag, de nacht geschapen,
met elk hun licht aan ’t firmament.
Om over mens en dier te waken,
daarvoor is ’t hemellicht bestemd.

Des nachts zijn het de maan en sterren,
des daags is dat de gouden zon.
Waarnaar de mens zijn voet kan richten,
als hij zijn trektocht weer begon.
’t Getal der sterren is oneindig,
zij staan ook voor Mijn eeuw’ge trouw.
En voor Mijn grenzeloze liefde,
waarmee Ik Mij steeds wend tot jou.

Door ’t hier in stilt’ te openbaren,
schenk Ik de sleutel naar geluk.
Die Ik in de avondstilt’ wil geven,
ver van ’t gejacht, dagelijkse druk.
Geniet maar kind je mag ervaren,
dat Ik je God en Schepper ben.
Je Vader kind niet te vergeten,
en elk van jouw gedachten ken.

Ik was verbaasd door deze woorden,         
tot mij gesproken op het strand.
Maar ’t voelde veilig en geborgen,
daar op het strand aan Vaders hand.
Ik zal ook nimmermeer vergeten,
dat wonderlijk speciaal moment.
Wat Hij in liefde mij liet weten,
bemint te zijn, geliefd, gekend.

Er is voor iedereen genoeg
als Jezus brood en vis laat delen
en dat gezegend rondgaat onder velen
het wonder dat Hij biddend vroeg.

Er is voor iedereen genoeg
overal waar Hij zal verschijnen
Jezus laat nooit een mens verkwijnen
die Hem om hulp en bijstand vroeg.

Er is voor iedereen genoeg
aan kracht voor hen die in Hem geloven
genezing schenkt Hij dan van boven
de mens die gelovig daarom vroeg.

Er zijn voor iedereen genoeg
ook nu nog wonderen te aanschouwen
op Hem de Heer, de Geest vertrouwen
elk wie Hem om een teken vroeg.

Er is voor iedereen genoeg
als Jezus komt met hemelgaven
waarmee Hij lichaam, ziel wil laven
meer zegening dan men ooit vroeg.

Heer ik voel mij soms verloren,
in de kille wereld staan.
Als ik zie alle ellende,
die er steeds wordt aangedaan.
Al het leed ’t verdriet en onrecht,
trekt mij dagelijks voorbij.
En dat laat mij steeds weer roepen,
Goede God, Heer waar zijt Gij!

Ik hoeft ’t niet nader te benoemen,
want ik weet dat U ’t ook ziet.
Dat laat mij Uw Naam aanroepen,
waarom God komt U nog niet!
Ik weet ook U moet er om huilen,
als U al ’t geweeklaag hoort.
Waarom blijft U zich verschuilen,
nog achter Uw hemelpoort?

Vader God, hoe lang nog wachten,
voordat de tijd is gerijpt.
Waar Uw kinderen naar uitzien,
en U eindelijk ingrijpt?
Laat Uw Zoon snel wederkomen,
zoals Hij ons heeft beloofd.
En vervul dan onze dromen,
waarin door ons wordt geloofd.

Laat ons Heer toch niet versmachten,
met een hart dat naar U dorst.
Samen met Uw Zoon zal heersen,
als koning en als Vredevorst.
Dagelijks kijk ik door mijn ramen,
tot de hemel openscheurt.
En met mijn hartgrondig Amen,
zien mag dat dit ook gebeurt.

Heb jij de goede keus gemaakt,
om voor de juiste weg te kiezen.
Hoe moeilijk die ook wezen zal,
en het doel niet uit het oog verliezen.
Je weet dat er twee wegen zijn,
de brede en de smalle.
De eerste is een weg vol schijn,
de andere het best van alle.

De brede weg met zijn glamour,
met al zijn schitteringen.
Die weg leidt je naar het verderf,
dat je daar zal omringen.
De smalle weg is ’t andere pad,
dat je ook kunt bewandelen.
Die leidt je naar de hemelstad,
in ’t kiezen juist zult handelen.

Op welke weg ga jij nu voort,
de brede of de smalle?
Toen jij daar bij het kruispunt stond,
welk pad deed jou bevallen?
Koos je verkeerd, je kunt nog terug,
om ’t smalle pad te kiezen.
Er is een zijweg en een brug, 
om ’t heil niet te verliezen.

Want daar wacht Jezus weer op jou,
die ’t goede pad zal wijzen.
Dat als jij in Zijn voetspoor gaat,
Hij voor je op laat rijzen.
Wacht niet te lang en loop niet door,
want dan zal ’t je berouwen.
Maar geef aan Jezus' stem gehoor,
dan zul je ’t heil aanschouwen.

Niet vlak zal ’t smalle pad steeds zijn,
door bergen en door dalen.
Met Hem als leidsman op die weg,
zul je eens het einddoel halen.
Vertrouw je maar aan Jezus toe,
blijf wandelen aan Zijn zijde.
En luisterend naar Hem merk je hoe,
Hij jouw hart wil verblijden.

In Jezus geloven is zo simpel
daar zijn geen dogma’s nodig voor.
Je hebt echt niets aan dat gewimpel,
volg Hem maar in ’t gewezen spoor.
Elk dogma immers is een stelling,
die door de mensen is bedacht.
Slechts Jezus woorden en vertelling,
zijn voor je geloof in Hem van kracht.

In dogma’s kan geen waarheid schuilen,
het zijn verzinsels van de mens.
Ze zijn niet voor Gods Woord te ruilen,
al blijkt dat dikwijls de tendens.
Het woord van Jezus dat is helder,
dat Hij steeds zonder opsmuk spreekt.
Hij immers is de heilvermelder,
van vrede die op aarde aanbreekt.

Het zijn echt niet de theologen,
zij hebben wijsheid niet in pacht.
Hun visie heeft ons vaak bedrogen,
hun woord heeft weinig zeggingskracht.
Want dogma’s blijken slechts formules,
die Gods Woord in de weg gaan staan.
Zij zijn als klinkende pendules,
die geheel andere wijzen slaan.

Het woord wat Jezus steeds blijft spreken,
dat is de Waarheid houdt dat vast.
Want van de dogma’s is gebleken,
zij zijn voor het geloof slechts ballast.
Blijf Jezus' woorden maar vertrouwen,
en leg de dogma’s naast u neer.
Door in het geloof op Hem te bouwen,
steeds op Zijn woord, van Hem de Heer.

Licht is sterker dan het duister,
krachtiger door overmacht.
Overwinnend met haar luister,
en haar Goddelijke kracht.
Licht zal altijd overwinnen,
zorgt dat duisternis verdwijnt.
Licht laat nooit het duister binnen,
waar zij met haar kracht verschijnt.

Duisternis zal zij verdrijven,
al de schimmen van de nacht.
Tot zij ons niet meer beklijven,
maar het licht ons weer toelacht.
Uit de hemel wordt gezonden,
licht dat alles overstraalt.
Waardoor ’t duister wordt gebonden,
uit zijn verste hoek gehaald.

Licht zal altijd overleven,
dat van oudsher al bestond.
Als ons ’t duister zal omgeven,
volgt steeds weer de morgenstond.
Licht kent zoveel variaties,
van een ongekende maat.
Licht bezit zoveel creaties,
die zij aan ons tonen laat.

Nimmer zal het licht verliezen,
licht verkreeg de heerschappij.
Duisternis hij pakt zijn biezen,
zijn macht is voorgoed voorbij.
Licht vestigt zich op de tronen,
waar haar glans zich breed weerkaatst.
Op de plaats waar zij zal wonen,
en voor eeuwig is geplaatst.

Het is heerlijk om met Hem te wandelen,
vertrouwd met Jezus om te gaan.
Verbaasd, verrukt zijnd door Zijn handelen,
de wonderen door Zijn hand gedaan.
Want ook vandaag toont Hij Zijn krachten,
herstelt Hij lichaam ziel en geest.
Van hen die op genezing wachten,
de hulpvraag uit hun ogen leest.

Gebeden hebben ’t krachtvermogen,
te tillen boven moeiten uit.
Steeds kijkt Jezus in hart en ogen,
als Hij met macht tot hulp besluit.
Hij registreert het geloofsvertrouwen,
dat Hem tot handelen inspireert.
Om steeds de mens weer op te bouwen,
die met zijn nood zich tot Hem keert.

Ook heden zien wij grote wonderen,
die voor onze ogen zijn gebeurd.
Want niemand hoeft zich af te zonderen,
of wordt door Jezus afgekeurd.
Er blijkt geen willekeur te vinden,
in wonderen door Hem volbracht.
Bij wie zich rondom Hem bevinden,
ieder wordt op Zijn tijd bedacht.

‘t Heeft niets met klein geloof te maken,
maar Jezus weet wat ’t beste is
’t Zijn tijd is om hen aan te raken,
wanneer de tijd er rijp voor is.
Want geloof vraagt biddend om volharding,
tot ’t eens door Hem beantwoord wordt.
En ’t mensenhart niet tot verharding,
merkt dat Zijn Geest wordt uitgestort.

Licht achter gesloten ogen
dringt na ’t sterven tot ons door.
En een hand ons toegestoken
gaat ons leidend daar heen voor.
Helder licht met gouden stralen
trekt ons komend naderbij.
Om de ziel te gaan bevrijden
tredend in Gods heerschappij.

’t Stoffelijk lichaam wordt geborgen
onze ziel reist naar de Heer.
Want met open geestesogen
zien wij dan de hemelsfeer.
Het nieuwe huis dat wij bewonen
waar God op de drempel wacht.
Daar zal Hij Zijn schatten tonen
door Jezus eenmaal thuisgebracht.