Nederlandse-gedichten

Met Hem op reis, de lange tocht aanvaard,
om samen 't einddoel te bereiken.
Gaand aan Zijn hand,
laat Hij Zijn liefde blijken,
Die met Zijn trouw aan mij wordt openbaart.

Hij gaat mij voor de weg die Hij mij wijst,
om in Zijn voetsporen te treden.
Door 't woeste land
leidt Hij met zorg mijn schreden.
Waar voor mijn oog het hooggebergte rijst.

Hij trekt met mij door menig diepe dal,
leidt mij door bruisende rivieren.
Hij waarschuwt mij,
voor slang en wilde dieren.
Behoedt mij steeds voor struikelen en val.

Ik word gewezen op het boze kwaad,
dat onderweg mij kan belagen.
Dat onverwachts,
plots voor mij op komt dagen.
En met haar wapens mij naar 't leven staat.

Maar met Hem overwin ik, kom ik thuis,
Hij immers blijft mij voortgeleiden.
Die zekerheid,
zal steeds mijn hart verblijden.
Ik weet dat 'k eens zal wonen in Zijn huis.

De lange tocht met Hem komt eens ten eind,
dan gaan voor mij de deuren open.
Dan mag ik blij
de hemel binnenlopen.
Om daar voorgoed samen met Hem te zijn.
Biddend naar U opgeklommen,
stap voor stap de ladder op.
Klinkt wat mijn hart op zal sommen
uit haar diepten naar U op.
Moeiten die ik heb te dragen,
U ook brengend dank en lof.
Komend Heer met vele vragen,
stijgend tot Uw hemelhof.

'k Wil op zoveel 't antwoord weten,
van wat ik Heer niet begrijp.
Maar misschien ben ik vergeten,
voor het antwoord nog niet rijp.
'k Zal geduldig moeten wachten,
op het antwoord naar 't waarom.
Tot het eens in heldere nachten,
komt vanuit Uw heiligdom.

Als een lichtflits uit de hoge,
komend als bij donderslag.
Stelt U 't antwoord mij voor ogen,
wat 'k van U verwachten mag.
Het waarom zult U ombuigen,
zijnde op 't waartoe gericht.
Waar Uw liefd' van zal getuigen,
in 't aan mij geschonken licht. 
Als je leven is gebroken,
en je enkel scherven ziet.
Ga tot Hem die ze wil helen,
aan jou weer de uitkomst biedt.
Als je neerzit bij de brokken,
rijk versplinterd om je heen.
Kun je slechts een weg bewand'len,
dat is gaan tot God alleen.

Liefdevol wil Hij herstellen,
al hetgeen wat jij niet kunt.
Maar de Heer zal het bewerken,
die jou weer Zijn vrede gunt.
Luister naar Gods wijze woorden,
sprekend tot je hart en geest.
God zal 't zijn met liefdekoorden
die je innerlijk geneest.

Alles zal Hij nieuw gaan maken,
door Zijn vinger aangeraakt.
Ja Hij zal je hart verblijden
en weer vreugdekreten slaakt.
Geloof de Heer zal weer herbouwen,
wat in puin gevallen is.
Stel op Hem maar je vertrouwen,
dan komt 't goed en gaat niets mis.

't Zijn d' engelen die rondom ons zweven
schijnbaar onmerkbaar op ons pad.
Maar 'k weet dat zij ons steeds omgeven
en met ons gaan van stad tot stad.
Zijn hemelwachters zal God zenden,
als leiders, hoeders, in gevaar.
Die vaak voor ons de weg verkenden,
ons hielpen met een handgebaar.

Gods engelen zijn gewone mensen,
dus niet opvallend in 't verkeer.
Maar zij vervullen wel Gods wensen
en ook de onze menig keer.
Gods engelen zij bezitten krachten,
veel groter dan een mens die heeft.
Zij horen tot de hemelmachten,
waarvan een leger ons omgeeft.

Bescheidenheid blijft hen steeds sieren,
grootmoedig zijn zij, sterk van aard.
Hun werk voor God schenkt hun plezieren,
al wordt hen alles niet verklaard.
Slechts aan de hoogsten in hun Orde,
spreekt God Zijn woord, gedachten uit.
Vertelt hoe dingen moeten worden,
naar Zijn bevel en Zijn besluit.

Slechts Gabriel en Michael weten,
zij voeren Gods besluiten uit.
Die nooit een engel zal vergeten,
maar handelen zal naar Gods besluit.
Zo hebben engelen vele taken,
die onder allen zijn verdeeld.
Want God zal 't voor Zijn engelen maken
dat nooit een engel zich verveelt.

Zo zijn er werkers, zangers, strijders,
ontelbaar is Gods legioen.
De laatsten dat zijn de bevrijders,
bestrijdend hen die onrecht doen.
Gods legerschaar zal overwinnen
de boze en zijn heerschappij.
Zij brengen ons de hemel binnen,
God schenkt Zijn engelen u en mij.

Leg in ons hart de juiste woorden,
als onze mond ze eenmaal spreekt.
Laat die verbindend zijn als koorden,
en nooit de goede banden breekt.
Laat vriendelijkheid, oprechtheid, liefde,
daarvan steeds weer de klanken zijn.
Opdat geen woord, zal kwetsen, griefde,
dat schade toebrengt met veel pijn.

Leer ons steeds weer naar U te kijken,
die ons daar in ten voorbeeld bent.
En naar dit beeld ons leven ijken,
dat door ons heen U wordt herkend.
Behoedt ons dat wij anderen schaden,
dat onze tong niemand verwondt.
Leer ons zorgvuldig Heer beraden,
plaats Heer een wacht voor onze mond.

Laat door de mond dan onze woorden,
steeds uit het hart gegrepen zijn.
Geproefd door allen die ze hoorden,
steeds mogen zijn als goede wijn.
Laat uit ons hart het beste komen,
wat U daar in heeft neergelegd.
En dat uit onze harten stromen
met liefde telkens uitgezegd.

Gods liefde is de warme mantel
die Hij om onze schouders slaat.
Elk mens die hem krijgt omgeslagen,
vindt bij die grote liefde baat.
Die liefd’ heeft bovenaardse krachten
waarmee de Heer ons liefd’vol steunt.
En daar de zegen van verwachten
wie vol vertrouwen op God leunt.

Gods oog ziet wat er leeft van binnen
aan goedheid en aan kwaad in ’t hart.
De boosheid om te overwinnen
die reden is van pijn en smart.
God ziet de tranen in de ogen
die zachtjes druppelend vallen neer.
Hij is met smart en pijn bewogen
en met de wonden van ’t hartzeer.

Gods streven is en blijft steeds helen
daar waar Hij wonden breuken ziet.
Die Hij genezen zal bij velen
aan wie Hij graag Zijn uitkomst biedt.
Hij zal de diepe wonden sluiten
en zorgt voor een geheel herstel.
Waarmee Gods liefde wil besluiten
Zijn liefde troost ons wonderwel.

Melodie Licht dat ons aanstoot in de morgen
en bundel Tussentijds nr 118

Ons wordt een spiegel voorgehouden,
om liefd' te schenken aan elkaar.
Daarvan is Jezus ons ten voorbeeld,
in woord en daad en in gebaar.
Hij heeft ons d' opdracht meegegeven
te zijn van Hem een spiegelbeeld.
Om Hem daarin steeds na te streven
aan ons getoond en meegedeeld.

Maar om Zijn beeld te reflecteren
moeten wij ook een spiegel zijn.
Om zo goed mogelijk weer te geven,
wie Jezus is, wie Hij wil zijn.
Het beeld van Jezus kan slechts stralen,
door wat Hij in ons heeft gelegd.
Aan liefde waar wij van verhalen,
zijnd' met ons hart aan Hem gehecht.

Wie als zo'n spiegel wil fungeren,
zoals door Jezus is bedoeld.
Biedt aan de Heer geheel zijn leven,
dat op de liefde is gestoeld.
Om gaandeweg steeds meer te lijken,
een mens te worden naar Zijn beeld.
Die aan Zijn liefde zich wil ijken,
te zijn van Hem een spiegelbeeld.

Maar niemand van ons kan bereiken,
het beeld wat hem voor ogen staat.
't Volmaakte zullen wij nooit halen,
dat boven ons vermogen gaat.
Maar Jezus vraagt dat wij gaan streven
dat Hij door ons heen wordt gekend.
En door onze manier van leven,
als Zaligmaker wordt herkend.

Hoeveel kan een mens verdragen
aan kwetsuren, pijn, verdriet.
Aan de last van tegenslagen
zorgen die het leven biedt.
Hoeveel kunnen schouders torsen
’s mensen geest voordat hij breekt.
Hoeveel kracht kan men vermorsen
voordat dit zich eindelijk wreekt?

Veerkracht draaglast deze beiden
kennen bij elk mens een grens.
Die tot instorting kan leiden
door negatieve tendens.
Slechts met Gods hulp komt men verder
als Zijn hand het noodlot keert.
En voor ons als Goede Herder
in de nood ons bidden leert.

U Heer met majesteit bekleed,
uw hand zo machtig sterk en breed,
Uw liefd' die wij aanschouwen.
In alles wat U ons bereid,
wat door Uw liefd' ons toegewijd,
U ons blijft toevertrouwen.
In Uw genade ligt verwoord,
beloften van Uw heilig woord,
het woord voor ons ten leven.
Dat als een licht rondom zich spreidt,
een mantel die zacht om ons glijdt,
met liefd' aan ons gegeven.

Uw woord geklonken is gehoord,
een toorts van licht die ongestoord,
voor onze voet zal schijnen.
Die met ons mede gaat op reis,
op weg naar 't hemels paradijs,
dat voor ons zal verschijnen.
Uw woord leidt op de weg daarheen,
het is Uw stem die niet verdween,
die U steeds weer laat horen.
Al gaan wij door de zwartste nacht,
wij worden veilig thuisgebracht,
de morgen zal eens gloren.

Melodie Psalm 68
Besef hoe kort dit leven is
de dagen uit Gods hand gegeven.
Die God lardeert met lafenis
Hij levensbron blijft ons omgeven.
Een tijd waarin men vreugd, verdriet
maar ook Gods zegen mag ervaren.
Welke Hij uit Zijn hand ons biedt
die ons ook behoedt in gevaren.

Wees Gode dankbaar voor elk uur
elke minuut aan ons gegeven.
Toegevoegd aan de levensduur
door God voor ieder mens geweven.
Dat als een rijk en prachtig kleed
in liefde aan ons is geschonken.
En u van Gods genade weet,
van uw geboorte af beklonken.

Eens komt aan 't aardse leven 't eind
maar wacht wie gelooft het eeuwig leven.
Om dan voor altijd bij God zijnd
die nieuwe rijkdom ons zal geven.
In 't licht dat alles overstijgt
krijgt ieder van God tot bekroning,
naast hemelschatten die hij krijgt,
daar van de Heer zijn hemelwoning.

Ga hier op aard met wijsheid om
met tijd die u is toegemeten.
Want God alleen Hij kent de som
waar Hij de uitkomst van blijft weten.
Realiseer hoe vluchtig, snel
uw dagen naar het einde vlieden.
En met elk uur dat tel na tel
de tijd toont wat God heeft te bieden.
De Heer wil jou zo graag ontmoeten,
Hij kijkt al jaren naar je uit.
Om jou in liefde te begroeten,
wanneer je komt tot 't besluit.
Zijn roepstem heeft al vaak geklonken,
maar nochtans kreeg Hij geen gehoor.
De wereld om je heen bleef lonken,
dat was jouw weg, daar koos je voor.

Maar Jezus Hij blijft op jou wachten,
Hij heeft de tijd, Hij heeft geduld.
Totdat je aan het eind der krachten,
tot Hem zult gaan met al je schuld.
Hij wil je een ander leven schenken
dan 't leven wat je nu nog leidt.
En in Zijn liefde je gedenken,
van moeiten zorg en schuld bevrijdt.

Waarom zul je nog langer dralen,
waarom niet tot de Heer gegaan?
Om Hem je zonden te verhalen,
en al wat er is misgegaan.
Hij zal je van je schuld bevrijden,
vergeving vind je bij de Heer.
Leg alle pijn verdriet en lijden,
maar stil voor Jezus voeten neer.

Laat Hem voortaan je hart bewonen,
waarin Zijn licht steeds branden zal.
Dan zal Hij je met liefde tonen,
hoe dan je leven worden zal.
Je zult de rijkdom gaan ervaren,
de stille vrede die Hij brengt.
Zijn hand zal hoeden en bewaren,
die ook aan jou Zijn zegen schenkt.

Er klinkt een roepstem in het duister
die duidelijk tot ons is gericht.
Ons redden wil van smart en kluister
en ons wil trekken naar het licht.
De diept’ waarin wij ons bevinden
wordt thans doorbroken door die stem.
Die tot ons spreekt als Zijn beminden
het is de liefdesstem van Hem.

Plots gaat het duister voor ons  wijken
en daagt in ’t duister eindelijk licht.
Dat onze redding zal gaan blijken
door deze stem tot ons gericht.
Een nieuwe weg ligt voor ons open
waarop blij onze voeten gaan.
In ’t licht waarop ons hart bleef hopen
dat ons voor ogen nu blijft staan.

't Is liefde die ons draagt,
geen kracht blijkt immers sterker.
Zij is het die steeds schraagt,
en van het heil bewerker.
Zij zoekt het kwade niet,
maar is zijn tegenstrever.
Om 't kwaad heeft zij verdriet,
als immers gulle gever.

Het goede streeft zij na,
haar vaandel hoog geheven.
Zij is nooit uit op scha,
maar altijd op het leven.
Dat heeft haar hoogste doel,
wat zij steeds wil bereiken.
Steeds zuiver van gevoel,
waaraan men zich kan ijken.

Zij is naast hoop en geloof,
van deze drie de meeste.
Zij houdt zich nimmer doof
want liefde laat ons feesten.
't Is liefd' die overwint,
door muren heen kan breken.
Wie zich op liefd' bezint,
zal nooit een mens meer wreken.

De dood is door Hem overwonnen
het is nieuw leven dat ons wacht.
Daar bleek het Jezus om begonnen
toen Hij Zijn strijd voor ons volbracht.
De deur van d’ hemel staat weer open
God heeft Zijn hand ons toegereikt.
Wij mogen hem weer binnenlopen
sinds ’t heil door God voor ons bereikt.

Jezus gehoorzaam aan Zijn Vader
voerde tot ’t eind Zijn opdracht uit.
Hij plaatste liefde in het kader
passend in Zijn en Gods besluit.
Geen groter liefde is te vinden
die iemand schonk op deze aard.
Elk wie Hem volgt zijn, Zijn beminde
Hij is ons lof en danklied waard.

Gods zegen zit in vele dingen,
wanneer het oog die maar wil zien.
Ze doen u dagelijks omringen
en als u telt vaak meer dan tien.
Maar wij vergeten vaak te tellen,
de zegeningen die God geeft.
Terwijl Hij dikwijls blijft vertellen,
hoeveel Hij voor ons over heeft.

Het blijft maar uit de hemel stromen,
en vloeien uit Gods gulle hand.
Vaak mooier nog dan onze dromen,
vult onze handen tot de rand.
Hij laat ze rijkelijk overlopen,
als gunstbewijzen van Zijn hart.
Vervult de wens waarop wij hopen,
en schenkt elk rijkelijk zijn part.

Gods hart blijkt ruim vol goede gaven,
waaraan maar steeds geen einde komt.
Waarmee Hij hart en ziel wil laven,
door vreugde die Hij strooit in 't rond.
De Heer laat ons als vorsten leven,
als wij Hem echt zijn toegedaan.
Dan zal Hij ons het beste geven,
en biedt dat steeds genadig aan.

Leer Hem voor alles dan te danken,
wat uit Zijn handen tot u vloeit.
En dat met dankbaarheid verklanken,
door trouw en liefde uitgegroeid.
Dan zal de bron nimmer verdrogen,
en vloeit de hoorn des overvloeds.
Voortdurend steeds vanuit de hoge
met ruime zegen, alle goeds.

Zeer kostbaar is de levenstijd
door God op aarde toebereid.
Waar nog de mens zijn woning heeft
verlangend dat hij eeuwig leeft.
Naar de beloften Gods gedaan
om eens de hemel in te gaan.

Snel vlucht, vliedt hier het leven voort
voordat de dood ons levenskoord.
eens op een dag doorsnijden zal
ons meevoert naar het dodendal.
Een troost een zekerheid bestaan
Gods liefd’ bleek met de mens begaan.

Hij zond tot ons Zijn Een'ge Zoon
die dragen zou het zondaarsloon.
Hij heeft van duisternis bevrijd
en leidt ons naar Gods nieuwe tijd.
Waar ons het nieuwe leven wacht
met door Gods woord beloofde pracht.

Want Christus reist met ons terzij
Zijn stem klinkt op u bent van Mij!
Ik breng u na dit leven thuis
waar u mag wonen in Gods huis.
Daar is door Mij u plaats bereid
eeuwig in Mijn aanwezigheid.

Samen rondom Gods woord,
mogen wij de boodschap horen.
Van Gods liefde en Zijn trouw,
blijde toekomst die zal gloren.
Om het woord van God ten leven
dat Hij spreekt en tot ons klinkt.
Ook aan anderen door te geven,
en in harten binnendringt.

Samen rondom Gods woord,
zullen wij ons laten leiden.
Met bemoediging en troost,
onze medemens verblijden.
En de liefd' centraal te stellen,
zoals God dat van ons vraagt.
Om aan mensen te vertellen,
dat God ons in liefde draagt.

Samen rondom Gods woord,
mogen wij elkander wijzen,
op wat God ons heeft beloofd,
en Hem voor Zijn goedheid prijzen.
Laat ons dan een lichtje wezen,
in wat ieder spreekt en schrijft.
Wat gehoord is en gelezen,
blij in harten achterblijft.
God is voor ieder mens barmhartig
genadig liefdevol en trouw.
Niemand is als God zo ruimhartig
bij Hem staat niemand in de kou.
Met warmte blijft Hij ons omgeven
Hij koestert allen in Zijn hand.
De Heer Hij schonk aan ons het leven
en d' aarde als bewoonbaar land.

Al wie Hem kent weet zich geborgen
steeds voortgedragen in Zijn licht.
Zich openbarend elke morgen
als 't weer voor ons wordt opgericht.
Behoeften zal God steeds vervullen
Hij schenkt wat ieder nodig heeft.
Zal al Zijn gaven rijk onthullen
die Hij aan ons in liefde geeft.

De schuld en zond' die wij bedreven
waarmee ons leven is belast.
Worden belijdend door God vergeven
door Hem die reinigt en schoon wast.
God laat vergeven zonden zinken
naar 't allerdiepste van de zee.
Hij schenkt ons brood geeft wijn te drinken
Zijn hand voert liefdevol ons mee.
Gedenk elk woord dat Hij gesproken heeft
en klinken laat voor aller hart en oren.
Dat is het woord wat ruimte en leven geeft,
voor ons het blijde licht zal laten gloren.
Zijn woord is machtig en bezit de kracht.
het maakt door liefde ons weer als herboren.

Zijn woord gaat in en uit waarheen het wil
en op Zijn adem laat het zich verklanken.
Het wil beluisterd ademloos en stil,
gehoord zijn naar Zijn mond en stem geklanken.
Het is Zijn woord dat in de Waarheid leidt,
het licht waarvoor wij Hem steeds zullen danken.

Dit is het woord dat vaststaat eeuwig blijft,
wat duidelijk voor ons staat opgeschreven.
In schrift dat hart en ziel voortaan beklijft,
tot leidraad en tot licht aan ons gegeven.
Waarop de Geest voor ons Zijn schijnsel werpt,
die ieder woord ervan in ons laat leven.

Melodie L.v.d.K 487
Wij mogen in het licht vertoeven
dat God voor ons heeft opgericht.
Zo laat Hij ons Zijn liefde proeven
genadig mild op ons gericht.

God die voor ons het licht wil wezen
daarvan de bron en oorsprong is.
Door Hem wordt goedheid, trouw bewezen
Zijn liefde is 't geheimenis.
 
Door 't licht en liefd' van God gedragen
door beiden dagelijks omhuld.
Reikt God Zijn hand 't met Hem te wagen
wiens woord beloften rijk vervult.

Melodie lied 412 uit Gezangen voor Liturgie (RK bundel)
en melodie lied 488A in L.v.d.K.