Nederlandse-gedichten

Elk mens die op de Heer vertrouwt
zal zegen uit Zijn hand ontvangen.
Door hem wordt dan het heil aanschouwd
God schenkt hem wat hij deed verlangen.
Opdat zijn dank met hart en mond
de Heer voor ’t gunstbewijs zal prijzen.
De zegen die hij ondervond
waarvoor zijn danklied op zal rijzen.

Verwacht het heil alleen van Hem
die voor u als een borg zal blijken.
En met Zijn stem u roept met klem
wiens liefde van u nooit zal wijken.
Hij leert u het geheimenis
van de band die Hij nooit zal breken.
Hij is het licht in duisternis
wat daarin nimmer zal ontbreken.

Heer ga die ene weg met mij
die mij geleidt tot 't eeuwig leven.
En wees mij op die weg nabij
wil met Uw liefde mij omgeven.
Laat door Uw trouw en hand geleid
mij met U 't einddoel eens bereiken.
Tot ik voor mij zie het land zo wijd
zover als Heer mijn oog kan kijken.

U bent de Weg Heer en de Deur
waarop en waardoor ik mag treden.
Tot ik de lichtglans en de kleur
aanschouwend tot in d'eeuwigheden.
Met grote vreugde binnengaand
met d'engelen U lof te zingen.
Voor 's Vaders troon dan blijde staand
in 't licht dat m' eeuwig blijft omringen.

Het smalle pad wil 'k met U gaan
dat naar de hemel mij zal leiden.
Waar 't smet'loos kleed mij aangedaan
door 't stralend wit mij zal verblijden.
Leid mij dan Heer op 't pad omhoog
en wil mij voeren tot Uw vrede.
Die op mij neerdaalt als 'k de boog
de poort des hemels zal betreden.

Ga zonder Jezus niet op weg
maar laat u aan Zijn hand geleiden.
Om met Hem gaand langs struik en heg
de weg bewandelend van verblijden.

Ga met uw Heer en Heiland mee
die u het goede spoor zal wijzen.
Hij schenkt uw hart zijn stille vree
en toont aan u Zijn gunstbewijzen.

Volg Jezus woorden altijd na
en laat u niet door ’t kwaad misleiden.
Zie op naar ’t kruis van Golgotha
het liefdeteken van bevrijden.

Want ieder die op Jezus ziet
mag zich bij Hem geborgen weten.
Hij is ’t die elk Zijn liefde biedt
die Zijn woorden niet zal vergeten.

Met bloemenpracht heeft God gesierd
het oppervlak der aarde.
Wat elke dag Zijn glorie viert
en dat kleurrijk verklaarde.
Geheel Gods schepping zingt het lied
voor Hem in lof verheven.
Voor alles wat de Schepper biedt
aan rijkdom en aan leven.

Wij zien de dieren in het veld
de vogels in de bomen.
De kleuren ons voor 't oog gesteld
ons overal omzomen.
Hoe mooi en weids is de natuur
zover wij kunnen kijken.
Dat in elk jaargetij zo puur
haar schoonheid ons laat blijken.

De grote oceaan, de zee
die ook van vreugde bruisen.
Zij jubelen al ruisend mee
wanneer wij hen doorkruisen.
Zo wordt verbonden elke stem
in 't lied tot God ter ere.
Om lovende en prijzend Hem.
al dankend Hem te eren.

Hoe lang nog zuchten Heer en wachten
hoe lang nog uitzien naar de dag.
Waarop wij Heer Uw komst verwachten
hopend dat die snel komen mag.
Hoe lang nog wachten op de morgen
die oprijst na de laatste nacht.
Hoe lang houdt U Heer nog verborgen
Uw komst in heerlijkheid met macht.

Zult U bekorten en beperken
de tijd waarop Uw heil verschijnt.
U ons de glorietijd laat merken
met eeuwigheid en glans omlijnd.
Heer stel niet uit waarin wij geloven
naar de belofte van Uw woord.
Daal tot ons neder van hierboven
opdat voor ons de Morgen gloort.

Er staat een cirkel opgesteld
met gouden licht en gouden stralen.
Bijeengebundeld die ons meldt
van 't heil waarvan God laat verhalen.
't Is Christus die Zijn licht uitstraalt
dat in de wereld is gekomen.
Dat van de liefde Gods verhaalt
die d' hele aard doet overstromen.

Hij Jezus, 's Heren afgezant,
de trouwe Zoon van God de Vader.
Reikt ons met heil en vree de hand
treedt ons als Goede Herder nader.
Hij nodigt ieder in de kring
geen mens hoeft meer in 't duister toeven.
Hij laat ons met verwondering
voorsmaak van 't eeuwig leven proeven.

Hij is de weg voor ons gegaan
van zond' en schuld ons te bevrijden.
Hij liet zich aan het kruishout slaan
en wilde voor ons allen lijden.
De dood is nu niet 't einde meer
want Christus heeft hem overwonnen.
Nu wacht door Hem de hemel weer
waar 't Hem in liefd' om is begonnen.

De cirkel wordt eens uitgebreid
verruimd eens tot Gods hemelzalen.
De eeuwigheid oneindig wijd
waar Hij ons eens zal binnen halen.
Weet elk wie kiezen zal voor 't licht
dat Jezus Christus ons wil wezen.
Wat voor ons oog staat opgericht
hij heeft geen dood en graf te vrezen.

Heer laat Uw licht over ons schijnen
toon ons de glans van Uw gelaat.
Reik ons Uw handen en Uw woorden
opdat het hart en leven baat.
Ga niet voorbij aan onze zorgen
aan onze moeiten en bezwaar.
Toon ons Heer door Uw trouw en liefde
Uw zegenrijke liefd’gebaar.

Heer nader ons en richt Uw schreden
tot elk die hoopvol U verwacht.
Laat Uw aanwezigheid Heer blijken
toon ons Uw heerlijkheid en macht.
Wil aan ons hart de vreugde schenken
die het zozeer van U begeert.
Om die verheugd Heer te ervaren
en U zich daarmee tot ons keert.

Naar onbekende verten voortgeleid,
achter de horizon van het verlangen.
In 't licht dat onze voeten voorwaarts leidt,
en in haar zachte windselen gevangen.
Komt eens het uur der waarheid en van vreugd,
wanneer wij het beloofde heil aanschouwen.
Als God ons met Zijn koninkrijk verheugt,
waarop wij in het geloof deden vertrouwen.

De Heer gaat door de tijden met ons mee,
Hij brengt ons in het land van Zijn beloften.
Zoals bij Mozes eens het trekken door de zee,
uit slavernij naar 't oord van Zijn gelofte.
Zo redt Hij ons ook eenmaal door Zijn hand,
vanuit de slavernij van onze zonden.
Want ieder kind van God hij ziet het land,
waarin 't geluk de heerlijkheden wordt gevonden.
     
 
 
 

Wij mogen het van U verwachten
U heeft met elk van ons een plan.
Ontsproten Heer aan Uw gedachten
wij weten dat U alles kan.
Uw macht kent immers geen beperken
U schept met handen en Uw woord.
U toont aan ons Uw wonderwerken
U bindt ons met Uw liefdekoord.

U schenkt ons adem schenkt ons leven
U bent met elk van ons begaan.
De liefde is Uw hoogste streven
daarmee omweeft U ons bestaan.
U bent de bron waardoor wij leven
U bent het licht dat voor ons straalt.
Wat op ons pad ons zal omgeven
en ’t einddoel voor ons oog bepaalt.

Weet jij wie je in Christus bent
als mens naar Hem vernoemd?
Dat Hij doorgrondt, dat Hij je kent
en jou met God verzoent.
Ervaar jij ook in je de kracht
die Christus jou verleent.
Erkennend Jezus wondere macht
en met de Heer vereend?

Is Hij voor jou ook nummer een
in 't leven dat je leidt?
Volg jij de Heiland, Hem alleen
volledig toegewijd?
Wie Christus als zijn Leidsman heeft
die mens is welbewaard.
Het heil wat Jezus aan hem geeft
is 't volgen zeker waard.
God schiep in zeven dagen,
de wereld, het heelal.
Hij wist dat Hij zou slagen,
kende de uitkomst al.
Hij schiep voor zijn plezieren,
wat Hij zich had gedacht.
De mens en alle dieren,
en alle bloemenpracht.

Vijf broden en twee vissen,
het hemelse getal.
Men kan zich niet vergissen,
als God 't vermeerderen zal.
Dan vult de Heer de handen,
in zorg voor elke mond.
Wat rest zijn grote manden,
gaand overvloedig rond.

Want zeven laat ons weten,
wat God er mee bedoelt.
Opdat wij niet vergeten,
de kracht waarop het stoelt.
De zeven is onthulling
van alles wat God doet.
Zeven is de vervulling
de kroon op alle goed.
'k Loop schouder aan schouder met Jezus mijn Heer
met Hem door de tijden en dagen.
Ik leg al mijn moeiten en zorg voor Hem neer
die mij daarin wil steunen en schragen.
Ik ga aan Zijn hand op de wegen geleid
waarlangs Hij mij veilig wil voeren.
Al kost dat ook moeite, al kost dat ook strijd,
Zijn hand blijft de mijne beroeren.

Hij schenkt mij Zijn liefde Hij schenkt mij de kracht
de weg met Hem saam te volbrengen.
Waar met Hem aan 't einde de vrede mij wacht
in het licht met haar eeuwig verlengen.
Hij is mij tot troost, ja Hij stilt mijn verdriet
Hij zal mij in Zijn trouw bewaren.
Hij laat mij niet los en hetgeen wat Hij biedt
is de hemel met haar engelenscharen.
Ik kan alleen maar van de hemel dromen
want 'k weet niet hoe 't er echt zal zijn.
Als God mij roept en ik mag binnenkomen,
genodigd tot het eeuwige festijn.
Ik weet alleen 't is niet zoals op aarde,
de hemel heeft een heel speciale sfeer.
Die geeft haar zalen dan ook hemelwaarde,
en daar vandaan kijkt God op mensen neer.

Want allerlei verhalen doen de ronde
maar 't is slechts beeldspraak mij verteld.
Die opgeschreven is uit vele monden,
en op papier voor ons op schrift gesteld.
'k Kan over d' hemel enkel fantaseren,
dat het er goed is, is aan ons beloofd.
Het is er licht met altijd blijde sferen,
en God is van de engelenschaar het hoofd.

De hemel blijkt het Paradijs te wezen,
waar God zit op Zijn gouden troon.
Waar Hem de lof en eer steeds wordt bewezen,
en de verlosten jubelen op hoge toon.
Het blijkt een plaats met vele heerlijkheden,
die mijn en ons verstand te boven gaan.
Maar die ik wel eenmaal hoop te betreden,
om met Gods engelen voor Zijn troon te staan.
Verwachtend zien wij uit naar morgen
de dag die alles anders maakt.
Een toekomst komend zonder zorgen
door 't eeuwig heilslicht aangeraakt.
Er is een hand die ons zal leiden
ons voerend naar het land van licht.
Naar oorden van geluk, verblijden
wat voor ons oog wordt opgericht.

Steeds naderbij komt deze morgen
na wisseling van dag en nacht.
Waarop wij eens voorgoed geborgen
verblijd worden naar huis gebracht.
De eerste stralen die reeds blinken
gaan als haar boden reeds vooruit.
Tot het bazuingeschal zal klinken
definitief haar komst besluit.

Weest dan alert, blijf hoopvol waken
tot eens de overwinning schalt.
God zal voor ons de strijd gaan staken
waarop de boze niet meer bralt.
Dan wordt het kwaad voorgoed gebonden
en worden wij voorgoed bevrijd.
Door Christus vrijgepleit van zonden
het eeuwig Godsrijk ingeleid.
Heer, wilt U maar mijn blik verwijden,
die vaak zo dikwijls is vernauwd.
Heer, haal de schellen van mijn ogen,
en laat mij helder zien, aanschouwt.
De dingen met een hart bewogen,
Heer neem de sluiers van mij weg.
Die mij het helder zien beletten,
en wijs mij door Uw woord de weg.
Waarop ik Heer mijn voet zal zetten.

Laat mij niet als een blinde wezen,
die tastend in het duister rond.
Voor struikeling en val moet vrezen
een mens die nergens houvast vond.
Maar laat mijn ogen helder kijken,
daar waar in nood hulp is vereist.
Met hart en ziel mijn hand zal reiken,
waarheen Uw hand, Uw stem mij wijst.
Kanaal Heer van Uw liefd' mag blijken.

Heer, leid mijn leven langs die paden
zoals U die voor mij beschikt.
Schenk mij een hart met wijs beraden,
dat zuiver handelt weegt en wikt.
Laat het gericht zijn op belangen,
niet van mijzelf, maar van mijn naast'.
Dat 't hoogste goed laat zijn 't verlangen,
in liefde steeds naar hem gehaast.
Heer door Uw liefdewoord gevangen.
Leg je leven in Mijn handen
kind dan ben je welbewaard.
Nimmer maak Ik jou ten schande
Ik heb Mijn liefde jou verklaard.
Als je hart tot Mij wil spreken
laat het woord dan Abba zijn.
Ik zal Mijn trouw aan jou nooit breken
altijd rond en met jou zijn.

Weet je kind maar stil geborgen
in Mijn liefde die je draagt.
Iedere dag zal Ik voor je zorgen
't nodige schenken wat je vraagt.
Al je pijn, verdriet en noden
buig Ik eens tot vreugde om.
Heil geluk word je geboden
kind eens in Mijn Heiligdom.

Lieve kind, Ik ben jouw Herder
die de wacht houdt en die waakt.
En die trekkend met jou verder
tranen eens tot parels maakt.
Op een dag kind zul je juichen
en je hart zal zijn verblijd.
Al het onrecht valt in duigen
waar je hart nog onder lijdt.

Ik zal voor jou het licht ontsteken
en je voeren naar het Licht.
't Zal je kind aan niets ontbreken
op het feest dat Ik aanricht.
Als je eens bent thuisgekomen
na de lange aardse strijd.
Mag je in Mijn hemel komen
feestend in de eeuwigheid.
U bent het Heer die vrede schenkt,
die rust biedt aan vermoeide harten.
En ons in liefde steeds gedenkt,
wetend van vreugden en van smarten.
U gaat aan tranen nooit voorbij,
maar zult z' ons van de ogen wissen.
In trouw staat U ons steeds terzij,
wij kunnen Heiland U niet missen.

Ons leven zonder U is doods
wie zou in ons de leegte vullen?
Wie biedt als U Uw liefde groots,
laat met haar mantel ons omhullen.
De mens die naar U zoekt en vindt,
hij zal bij U de vrede vinden.
Geliefd door U als kind bemind,
door hem vast aan Uw hart te binden.
God in de hoge,
met ons bewogen,
vol van liefde, zorg en trouw.
Hij zal nooit schaden,
schenkt ons genade,
Zijn woorden zijn een reddend touw.
Daarmee omwonden,
bevrijdt van zonden,
door Zijn vergeven,
mogen w' herleven,
door Jezus Christus Zijn lieve Zoon.
Hij zal ons geven,
het eeuwig leven,
Hij zal gedenken,
Gods kinderen wenken,
Hij schenkt aan ons eens 't hemels loon.

Hij zal bewaren,
ons eens vergaren,
en ons eens plaatsen in het licht.
De dag zal komen,
waarvan wij dromen,
als 't Godsrijk groots wordt opgericht.
Hij deelt ons mede,
de eeuw'ge vrede,
die neer zal dalen,
uit 's hemels zalen,
in rijke stromen vloeiend uit.
De aarde sieren,
om feest te vieren,
Hij zal ons kronen,
wij zullen wonen,
in 't huis des Heren naar Zijn besluit.

Melodie L.v.d.K 477
Het geloof maakt alle dingen mogelijk
haar kracht en macht zijn onbeperkt.
Hoe groot de wens of hoe onmogelijk
wie haar bezit weet hoe het werkt.
De grondslag is het Godsvertrouwen
het is de macht van 's Heren woord.
Wie op dat fundament zal bouwen
voor hen gaat open elke poort.

Want geloof dat als een mosterdzaadje
in God geworteld is gegroeid.
Verandert rijk ons levensplaatje
dat boven moeiten ons ontgroeit.
Het is 't gereedschap om te strijden
het is de kracht van ons bestaan.
Het heeft de woorden van bevrijden
waar onze voet vast op zal staan.

Het zal de hoogste muren slechten,
de hoogste bergen haalt het neer.
Wanneer wij onze harten hechten
aan de beloften van de Heer.
Het schept door zeeën vaste paden,
rivier en meren legt het droog.
Het stormgeweld zal ons niet schaden
want 't geloof voert wegen naar omhoog.

Laat dan het geloof uw richtsnoer wezen,
op alle wegen waar u gaat.
Dan hebt u waarlijk niets te vrezen
dan wordt uw leven niet geschaad.
Het geloof doet over kracht beschikken
en toont aan ons het resultaat.
Het laat ons op de uitkomst blikken
naar ieders inzicht en zijn maat.

Hoe groter geloof, hoe groter werken
een mens zal zien op 't levenspad.
Die God voor hem zal gaan bewerken
de schatten die het rijk bevat.
God zal door 't geloof Zijn wonderen tonen
wat Hij al eeuwen heeft gedaan.
Wie op Hem bouwt die zal Hij lonen
en gelovig op Zijn wegen gaan.
God heeft Zijn voordeur niet gesloten
die voor een ieder openstaat.
En komend bij Hem aan zal bellen
die bij de deur te wachten staat.
God sluit Zijn kinderen niet buiten
daarvoor is Zijn hart veel te groot.
Het was dat hart dat deed besluiten
om ons te redden van de dood.

In Bethlehem is het begonnen
op Golgotha is het voltooid.
Gods plan Zijn Zoon tot ons te zenden
gekruist doornenkroon getooid.
Zijn Zoon die voor ons wilde lijden
heeft ons de weg weer vrijgemaakt.
Hij kwam om zondaars te bevrijden
en met Zijn liefde aangeraakt.

De deur naar God blijft voortaan open
tot al Gods kinderen binnen zijn.
En iedereen die is genodigd
aanwezig is op 't groot festijn.
Want God zal eens een feest aanrichten,
dat eeuwigdurende zal zijn.
En opgesierd met hemellichten
steeds rijk voorzien van spijs en wijn.