Nederlandse-gedichten

Heer help ons naar Uw leer te leven
leer ons Uw woorden te verstaan.
Dan zult U ons Uw rijkdom geven
wanneer wij op Uw paden gaan.

Heer wil ons op die wegen leiden
en voer ons veilig aan Uw hand.
Schenk aan ons dan dit hartsverblijden
Uw liefde ons als onderpand.

Leer ons Uw woorden te volbrengen
zoals U het van ons verlangt.
Dan zult U onze dagen lengen
in ’t land dat elk van U ontvangt.


Werk aan een hemels paradijs op aarde
en zet je in voor ’t koninkrijk van God.
Jouw arbeid is voor Hem van d’ allergrootste waarde
zo werk je mee aan ’s mensen en aan ’s werelds lot.

Je kunt nog zoveel werk voor God verrichten
ga voor Gods koninkrijk gerust aan ’t werk.
Door op de toekomst je daarvan met hoop te richten
maak je door inzet voor die mooie toekomst sterk.

Bewerk het land tezamen met de mensen
die door God op je levensweg zijn neergezet.
Leer met elkaar te leven naar Gods wet en wensen
en leg je handelen Hem telkens voor in het gebed.

Zorg dat de aarde als een paradijs zal worden
zich strekkende tot ’t uiterste van Oost en West.
En blijf jezelf steeds met het liefdekleed omgorden
dan volgt met God geleidelijk aan zeker de rest.

Want op een dag zal uit de hemel nederdalen
het hemels licht en ’t Goddelijk koninkrijk beloofd.
Dan zal God voor je inzet je zeer ruim betalen
dan zie je Hem als Schepper van het al als hoofd.

Durf op een blijde toekomst hopen
je uit het veld te nimmer slaan.
Laat nooit die hoop door mensen slopen
maar blijf het pad met Jezus gaan.
Want zekerheid zal Hij je geven
als jij maar op Zijn woord vertrouwt.
En met Hem voortgaat door dit leven
tot je Gods toekomst blij aanschouwt.

Laat je door mensen niet weerhouden
te geloven in wat Jezus zegt.
Zij die je voor onnozel houden
door wie Zijn heilswoord wordt weerlegd.
Want in jouw hart liet Jezus planten
de kiem en vruchten van de hoop.
Verspreid die hoop naar alle kanten
gedurend heel je levensloop.

Want eenmaal zal die toekomst dagen
waar je naar uitkeek, hebt verwacht.
Dan zullen bergen vrede dragen
dan is het voortaan nooit meer nacht.
De hemel daalt dan op de aarde
en plaatst haar in het Goddelijk licht.
Die wordt tesaam een nieuwe gaarde
dan wordt Gods koninkrijk gesticht.

In de ritmiek van de seconden
van de minuten en elk uur.
Laat scherp de eenzaamheid zich voelen
als ‘k door het raam naar buiten tuur.
De wereld om mij heen heeft zich verstild
alleen de slagen van de klok laten zich horen.
Ik zoek naar iets dat m’ uit de diepten tilt
een lichtvlam die in ’t duister blij zal gloren.

De eenzaamheid greep met haar handen
mijn wezen tot in ’t diepste aan.
Als ijzig ijs dat zich laat strekken
beklemmend kwam in mijn bestaan.
Plots klonk een stem ’t bevrijdend woord
“Ik heb je lief en zal je nooit verlaten”.
Dat in mijn nood zo duidelijk werd gehoord
“Ik ben er kind als Vriend om mee te praten”.

Sindsdien is nu mijn hart vervuld met vrede
is d’ eenzaamheid teniet gedaan.
Ik legde in Gods hand mijn handen
en ben getroost de weg met Hem gegaan.
De pijn ’t verlies waaraan ik leed
die heeft Hij van mij weggenomen.
En ’t wonder wat Hij op mijn bede deed
Hij is met licht in ’t duister van mijn hart gekomen.

Ieder christen heeft een opdracht
en een taak die moet vervuld.
Die door God hem is gegeven
aan hem duidelijk onthuld.
Missionair zal ieder wezen
op ’t gewezen arbeidsveld.
En daar werkend onderwijzen
waar hij is te werk gesteld.

Al zijn inzet zal hij geven
al zijn liefde zijn geduld.
Zelfs als ’t nodig is zijn leven
met een vast geloof vervuld.
Dat de Heer hem eens zal lonen
als hij God de vruchten toont.
Heeft gewoekerd met talenten
daar mee God de eer betoond.

Er komt een nieuwe tijd
dichtbij na elke morgen.
Waarmee God ons verblijdt
eeuwig bij Hem geborgen.

Geen leed zal er meer zijn
geen dood, verdriet te vrezen.
Geen tegenspoed geen pijn
maar vreugde zal er wezen.

Komt zie de dag breekt aan
gewekt door zonnestralen.
Ons wacht een nieuw bestaan
de Bruigom komt ons halen.

Hij roept ons voor het feest
geliefden mogen komen.
tot Hem die troost, geneest
de feestzaal binnenstromen.

Wij zitten met Hem aan
Hij schenkt ons spijs en wijnen.
Een totaal nieuw bestaan
biedt Hij aan al de Zijnen.

Woorden een voor een gesproken
met het hart tot God gericht.
Hebben steeds het licht ontstoken
waarvoor ’t nachtelijk duister zwicht.
Dat ons dikwijls kan beklemmen
als ons hart door angst verkilt.
Biddend zich tot God mag wenden
tot Zijn vrederust verstilt.

Alle woorden die wij spreken
worden door de Heer verstaan.
Die Zijn trouw nooit zal verbreken
uitkomst biedt de Heer steeds aan.
Want de woorden die wij bidden
hebben grote zeggingskracht.
Kunnen wonderen bewerken
door des Heren grote macht.

Gods schepping is Zijn schilderij
door Hem gesierd met warme kleuren.
Zij toont zich rijk aan u en mij
als levend wonderlijk gebeuren.
Het groen der aard het blauw der zee
toont ons haar allermooiste tinten.
God voert ons door Zijn wereld mee
naar ’t woud van groene terebinten.

Gods hand wijst ons op de natuur
en toont aan ons de schoonste dieren.
In tinten kleurrijk en zo puur
die ’t levend schilderij doen sieren.
God wijst ons naar de hoogste top
de bergen met besneeuwde flanken.
Hij neemt ons mee de heuvels op
maakt ons attent op vogelklanken.

Elkeen die ’t schilderij beziet
moet wel in stilt’ verwonderd zwijgen.
Voor wat de Schepper aan hem biedt
en wat wij uit Gods hand verkrijgen.
Want rentmeesters zullen wij zijn
die aangesteld over Gods gaven.
Getrouw aan Gods gestelde lijn
zich richten naar ’s Heren maatstaven.

Dit schilderij van Gods palet
de arbeid van Zijn Geest, Zijn handen.
Daarin heeft Hij ons neergezet
verbonden door Zijn liefdebanden.
Hij schonk ons d’ aarde als bezit
haar te bewerken te bewonen.
Om van ’t ons aangereikt bezit
de Heer de rijke vrucht te tonen.

Ons hart is net als breekbaar glas
kan even als de geest gebroken.
Als met geweld elk wordt belaagd
met woorden als een pijl doorstoken.
De inslag laat hen beiden beven
en laat hen krimpen van de pijn.
Dat blijkt een duidelijk vast gegeven
hoe kwetsbaar daardoor mensen zijn.

Ons hart is net als breekbaar glas
gelijk de geest en heel ons leven.
Behoedzaamheid wordt er gevraagd
en liefde om haar na te streven.
Het is Gods hand die zich ontfermt
als wij die beiden tot Hem keren.
Dan is Hij het die ons beschermt
door ’t kwade voor ons af te weren.

Met vreugde werd jij kind ontvangen
voor ons was je een Godsgeschenk.
Vervuld heeft God ons hartsverlangen
jouw komst dat was Zijn liefdeswenk.

Helaas mochten wij niet behouden
wat God aan ons had toevertrouwd
Hij nam je weg toen viel de koude
je werd voor ’t laatst door ons aanschouwd.

Een bittere strijd werd er gestreden
wij vroegen God naar het waarom
er na de vreugd zwaar moest geleden
om ’t kind nu in Zijn heiligdom.

Gods liefde leerde ons berusten
vol overgave aan Zijn trouw.
Om daarin veilig te gerusten
Hij tilde ons uit ’t geestelijk nauw.

Ons kind nu bij de Heer geborgen
vond in de hemel plaats bereid.
Waar God als Vader nu zal zorgen
voor ’t kind tot in der eeuwigheid.

De hoop der wereld is op Hem gesteld
waar velen wachtend uitzien naar de grote morgen.
Als God de laatste dagen heeft geteld
om komend met Zijn rijk voor ons met heil te zorgen.
Die grote blijde dag breekt eenmaal aan
wanneer bazuinen ons de komst des Heren melden.
En alle volken voor Hem zullen staan
dan maakt God Zijn beminden rijk en welgestelden.

Al wie Zijn Zoon de Christus dan belijdt
elk mens waarvoor de Heiland pijnlijk heeft geleden.
Die wordt van schuld en oordeel dan bevrijd
en mag vol vreugd het Godsrijk jubelend binnentreden.
Want Jezus zal voor elk bij Vader voorspraak zijn
opdat Gods kinderen aan de eeuwige dood onttrokken.
Met Hem gaan feesten drinkend van de beste wijn.
en bij Gods feestmaal eeuwigdurende betrokken.

Wie kent er niet de hoge golven
wanneer die hem terneer zal slaan.
En door de eenzaamheid bedolven
zijn weg alleen moet verdergaan.
Wie kent er niet dat krachtig stromen
dat hem of haar dan overspoelt.
Een mens met zijn verstoorde dromen
die dan zijn eenzaamheid zo voelt.

Soms staat ons ’t water aan de lippen
door die gevoelens meegevoerd.
Men kan zijn angsten niet ontglippen
voelt zich verlaten, voelt zich beroerd.
Maar God Hij zag die mens en hoorde
de weeklacht van zijn luide stem.
Die ’t smeekgebed van hem verhoorde
dat tot Hem steeg uit nood met klem.

De Heer omvatte met Zijn handen
de mens in al zijn eenzaamheid.
Hij liet voor hem het licht weer branden
want God blijkt steeds tot hulp bereid.
Die zal de Heer ook steeds weer zenden
aan ieder die Hem daarom vraagt.
Want God is ’t die in zijn ellende
de mens die tot Hem bidt ook draagt.

Hij is het losgeld voor ons leven
Hij heeft aan ’t kruis ervoor betaald.
Zijn bloed en lichaam ons gegeven
Zijn dood heeft toekomst ons bepaald.
Hij gaf zichzelf in pijn en lijden
Zijn bloed als wijn Zijn lichaam ’t brood
Dat ons van zonden liet bevrijden
van schuld en van de eeuwige dood.

Hij werd geboeid en vastgenageld
op ’t kruis na geseling als straf.
Met zwepen op Hem neer gehageld
zonder dat Hij een pijnkreet gaf.
Toen joeg men spijkers door Zijn handen
en ook door beide voeten heen.
En plaatste Jezus toen ten schande
omhoog aan ’t kruis voor iedereen.

Hij heeft de marteling verdragen
van dorst en pijnen door Hem heen.
Die fel Zijn lichaam door deed jagen
onder de zon die Hem bescheen.
Hij voelde zich door God verlaten
en schreeuwde al Zijn angsten uit.
Vertwijfeling in hoge mate
klonk als een noodkreet hard en luid.

Toen heeft de Heer de Geest gegeven
’t gekroonde hoofd viel stil terzij.
Met scherpe doornen was ’t omgeven
toen was Zijn doodsstrijd dus voorbij.
Daarna heeft men de Heer begraven
en legde Hem in ’t donker graf.
Men sloot dit graf als vele graven
daarna stil met een sluitsteen af.

Drie dagen waren er verstreken
en ’t ging die dag zoals voorzegd.
Dat er door Jezus is gebleken
Hij ’t doodskleed toen heeft afgelegd.
Hij liet zich aan Maria tonen
die zag dat Hij was opgestaan.
Zo wilde Hij de mensheid lonen
intens met iedereen begaan.

Sindsdien mogen wij allen vieren
verlossing van de bittere dood.
Jezus wil met Zijn licht ons sieren
Zijn overwinning die is groot.
Hij heeft de dood voorgoed verslagen
beperkt heeft Hij zijn macht en tijd.
Het gouden losgeld is geslagen
dat ons van eeuwige dood bevrijdt.


Vergeet o mens dit ene niet
al ’t geen in bruikleen slechts verkregen.
Van alles wat de Heer u biedt
dat is besprenkeld met Zijn zegen.
Al ’t aardse wat de Heer u schenkt
dat is met tijdelijkheid omgeven.
Maar wel met ’s Heren liefd’ doordrenkt
Hij overspoelt daarmee uw leven.

Weet eenmaal komt voor elk de dag
dat aards bezit hem niet zal baten.
Dan maakt God hem van ’t uur gewag
om alles achter te gaan laten.
Maar wie zijn ogen heeft gericht
op wat hierna voor hem zal komen.
Ziet dan in ’t Goddelijk hemels licht
vervulling van zijn schoonste dromen.

God reikt hem dan Zijn schatten aan
die roest noch mot kunnen verslinden.
En tot in eeuwigheid bestaan
zoals die nergens zijn te vinden.
Elk die zijn hart naar boven richt
op wat hij eenmaal zal ontvangen.
De heerlijkheid Gods toegedicht
mag daar hartstochtelijk naar verlangen.

Want dan is er geen bruikleen meer
ontvangt de mens het eeuwig leven
Zijn schat, een leven tot Zijn eer
de rijkdom Gods die Hij zal geven.
Daar zijn Gods tijden mee vervuld.
een feest zal ‘t eeuwig leven wezen
Als God Zijn gaven ons onthult
waarvoor Zijn naam dan zij geprezen.

Als je door God bent aangeraakt
dan neemt je leven ook een wending.
Door Hem wordt alles nieuw gemaakt
je krijgt een opdracht en een zending.
Voortaan wordt nu je weg bepaald
door God Hij is je opdrachtgever.
Met jou uit ’t leven het beste haalt
en van jouw leven is de wever.

Hij geeft jouw levenskleed de kleur
naar het patroon van ’s Heren keuze.
Hij weeft dit kleed zonder een scheur
volmaaktheid dat is ’s Heren leuze.
Eenmaal laat God dit kleed je zien
want Hij bekijkt het werk van boven.
Wat jij van onderen slechts kunt zien
in ’t resultaat vertrouwend geloven.

Want eenmaal toont God het patroon
dat naar Zijn planning is geweven.
Wanneer je staan mag voor Gods troon
en in mag gaan in ’t eeuwig leven.
Dan slaat God jou die mantel om
die je voorgoed met trots mag dragen.
Als je in ’s hemels heiligdom
bevrijd zult zijn van d’ aardse plagen.

Gratis zijn de mooiste dingen
die ons dagelijks omringen.
Zoals liefde lucht en zon
waar de dag steeds mee begon.

Gratis is zo veel te krijgen
de muziek die niet zal zwijgen.
Bloemenpracht in de natuur
grote schoonheid rijk en puur.

Gratis wordt aan ons gegeven
uit Gods hand aan ons het leven.
Die zijn liefde om ons weeft
die Hij elke dag weer geeft.

Gratis zijn er zo veel dingen
die ons dagelijks omringen.
’t Zijn beslist er meer dan tien
die de Schepper ons laat zien.

Gratis is ook Gods genade
waarin wij als mensen baden.
God die zonde en schuld vergeeft
wenst dat ieder eeuwig leeft.

Gratis blijkt altijd Gods streven
wat Zijn milde hand zal geven.
Die in alle ding voorziet
wat God ons in liefde biedt.

Je zoekt een weg alleen als een ontheemde
en gaat de lange weg der eenzaamheid.
Je voelt je leeg en koud je voelt je vreemde
en weet niet waar de weg je henen leidt.
Je hebt het liefste wat je had verloren
de mens die altijd naast je heeft gestaan.
’t Verdriet trok in je leven diepe sporen
bij tijd en wijle laat je nog je tranen gaan.

Je hebt de woorden uitgeschreeuwd naar boven
God toegeroepen; Heer waarom, waarom!!!
Want eenzaamheid beproeft je menselijk geloven
Gods troostwoord spreekt; Mijn liefste kijk niet om!
Richt toch je ogen steeds op morgen
en leef gezegend als Mijn kind vandaag!
In zekerheid dat Ik voor je blijf zorgen
en door de eenzaamheid bemoedigd verder draag.

Met God kom je de eenzaamheid te boven
en ben je immers nooit meer echt alleen.
Niets kan je immers uit Zijn handen roven
want die zijn altijd veilig om je heen.
Herinneringen aan wat was die blijven
de beelden in je geest en hart bestaan.
Als witte lelies die op ’t water drijven
en zachtjes golvend op de stroming gaan.

Waar mensen je als medemens verlaten
de dood hen wegrukt uit dit aards bestaan.
Verschijnt Gods licht en liefd’ in hoge mate
Hij is getrouw en biedt Zijn hand je aan.
Wanneer de stille uren je gaan kwellen
als je gedachten weer naar vroeger gaan.
Laat God je elke rijke zegen tellen
die al je eenzaamheid teniet laat gaan.

Geen moeite heeft de Heer gespaard
Gods liefde heeft de mens bewaard.
Die blijkt op heil en redding uit
voor iedereen naar Zijn besluit.

De goede God zond ons Zijn Zoon
die dragen zou het zondaarsloon.
Voor ’s mensen daad eens in de hof
die daardoor neerviel in het stof.

Sinds eeuwen staat er nu een kruis
want Jezus Christus brengt ons thuis.
De dood die Hij voor ons verwon
laat ons weer leven in Gods zon.

Dit kruis dat toont ons telkens weer
de grote liefde van de Heer.
Tezamen met die van de Zoon
eren wij die op hoge toon.

Ons lied dat hart en mond verlaat
stijgend tot hemelhoogten gaat.
Dankt blij de Vader en de Zoon
in ’t heilig licht der hemel woon.


Geluk gaat over ogenblikken
gaat over dat suprême moment.
Wat God je voelen laat en blikken
waardoor je het steeds opnieuw herkent.

Geluk zijn vaak die stille uren
met je geliefde hand in hand.
Samen over het water turen
zonsondergang aan de waterkant.

Geluk zit bij jezelf van binnen
en jij bekend bent bij de bron.
Waar je steeds weer geluk kunt winnen
waar ’t vloeiende tot jou begon.

Geluk betekent zeker weten
en geloven dat God van jou houdt.
Dat Hij je nimmer zal vergeten
als jij maar op Zijn woord vertrouwt.

Uit duizenden zou ik herkennen,
de stem van Hem wiens liefd’ mij bindt.
Tussen ‘t geroezemoes der stemmen,
waar ook ter wereld ‘k mij bevind.
Geen enkele twijfel zou ik voelen,
omdat Hij daag’lijks met mij spreekt,
en mij verhaalt van Zijn bedoelen,
met mij, die nooit Zijn trouw verbreekt.

Het is de Heer Hij laat mij weten,
van liefde en trouw, Hij is mijn vrind.
Hij is de Zoon van God de Vader,
van wie ik zijn mag ook Zijn kind.
In alles wil Hij mij geleiden,
in alles is Hij mij nabij.
Hij is mijn kracht, mijn troost, verblijden,
Hij staat mij steeds met hulp terzij.

Zijn liefdevolle fluisteringen,
Zijn leringen, Zijn zacht vermaan.
Waarmee Hij mij steeds blijft omringen,
op alle wegen die wij gaan.
Zijn sterke handen die mij dragen,
waar paden onbegaanbaar zijn.
Daar zal Hij steunen en mij schragen,
mij troostend in verdriet en pijn.

Hij schenkt mijn hart Zijn stille vrede,
die al ‘t verstand te boven gaat.
Brengt mijn onrustig hart tot rede,
en schenkt mij vreugd in ruime maat.
Wat zou ik zonder Hem toch moeten,
in deze aardse woestenij.
Als Hij niet richten zou mijn voeten,
en Hij niet daag’lijks was met mij.