Gij komt ons Heer verblijden.
Gij spreekt tot ons Uw woord.
Van liefde en bevrijden
toont wonderen ongehoord.
Door teken en door taal
bewijst Gij ons Uw macht.
Gij brengt ons op verhaal.
Uw Koninkrijk dat wacht.

Een dove kan weer horen.
Een blinde kan weer zien.
Melaatsen afgezworen,
genezen alle tien.
De doden wekt U op
zien weer verbaasd het licht.
Verlamden staan weer op
als Gij hun voet weer richt.

Gij laat Uw liefde blijken,
kind’ren gaan bij U voor.
Met zegen hen verrijken
Gij leent aan hen Uw oor.
Gij deelt Uw gaven uit.
schenkt aan ons vis en brood.
Gij Heer sluit niemand uit
er is geen hongersnood.

Gij roept ons wij Uw schapen
wij volgen Heer Uw stem.
Gij waakt wanneer wij slapen.
geweid zijn wij door Hem.
Hij voert ons op Zijn pad
Hij telt ons één voor één.
Zijn kudde is Zijn schat
verdwalen mag er geen.

Naar Zijn stal zal Hij brengen
Zijn kudde veilig thuis.
Naar weiden, wateren, brengen
de vrede van Zijn huis.
Waar rust en goedheid straalt,
het zonlicht altijd schijnt.
Wat blijde neergedaald,
ook nimmermeer verdwijnt.