Heer 't is zo moeilijk te vergeven,
wanneer ons hart diep is geraakt.
Gekwetst beschadigd in dit leven,
en hartedeuren zijn gekraakt.
Als haat en wrok ons steeds weer treffen,
met vals venijn in heftigheid.
Dat laat ons telkens weer beseffen,
hoe moeilijk 't is in werkelijkheid.

Wij likken dikwijls onze wonden,
waar stromende het bloed uit druipt.
Door U van binnen Heer gevonden,
dat in de verste hoeken kruipt.
Waar het tot stolsels moet gaan komen,
en zo langzaam de wonden dicht.
Maar aan de pijn valt niet 't ontkomen,
die in ons hart is aangericht.

Het kan soms vele jaren duren,
voordat een mens vergeven kan.
Na alles wat hij moest verduren,
geslagen in die valse ban.
Zolang de wond etterend blijft zweren,
en steeds opnieuw weer openspringt.
Kan vergeving niets om doen keren,
doordat de pijn zich nog opdringt.

Maar is de wond eenmaal genezen,
en die tot litteken geheeld.
Dan kan het eindelijk mogelijk wezen,
dat vergeving wordt uitgedeeld.
Waar wrok en bitterheid, blijft knagen,
die uitholt en verteren doet.
Daar blijft een mens zijn levensdagen,
met zuur en bitter steeds gevoed.

Leer Heer, ons anderen te vergeven,
voor wat aan ons is aangedaan.
Opdat zo ieder vrij kan leven,
en opgelucht kan verdergaan.
Als wat er lag wordt opgeheven,
wat door vergeving kan bereikt.
Waardoor er voor ons in het leven,
door vrede opnieuw een toekomst prijkt.

Justus A. van Tricht