God houdt je vast, laat je nooit vallen
die jou als Zijn kind zeer bemint.
Behorend tot de duizendtallen
die Hij met liefd’ aan zich verbindt.
Want ook jij hoort tot Zijn familie
die Hij het liefst rond zich vereent.
Eens wordt aan elk Gods domicilie
voorgoed ‘t eeuwig verblijf verleend.

Het Godsrijk dat eens zal verschijnen
waarover Hij als koning heerst.
Dat deelt God eenmaal met de zijnen
waar eeuwig de liefd’ overheerst.
Het Godsrijk met zijn heerlijkheden
zo schoon dat ‘t alles overtreft.
Dat mag je als mens eens gaan betreden
dan wordt Gods zegen pas beseft.

Doordrongen word je van de waarde
van alle schoonheid die je ziet.
Die is veel grootser dan op aarde
want die valt daarbij in het niet.
Hier mag je nu voortaan verblijven
en krijg je van God een nieuw huis.
De schoonheid is niet te beschrijven
maar bent voor altijd bij God thuis.


You have no rights to post comments