De wijsheid klinkt niet langs de straten,
wordt niet gehoord in poort of plein.
Die wijsheid heeft geen grond, geen maten,
zal u niet welgevallig zijn.


Die wijsheid komt van spotters haters,
van hen die onverschillig zijn.
Die wijsheid komt van Godverlaters,
die staan te schreeuwen, groot en klein.


Want die haar spreken met hun tongen,
niet in de vrees des Heren gaan.
Spreken van schijn, klinken verwrongen,
hun wijheid zal slechts kort bestaan.


De wijsheid die zij uit doen spreken,
en komend uit hun geest, hun mond.
Is wijsheid die u op zal breken,
is wijsheid van de koude grond.


Slechts woorden door God zelf gesproken,
zijn wijsheid, lering voor het hart.
Zij zijn het licht voor u ontstoken,
zijn duidelijk, zijn niet verward.


Hoort naar Zijn woorden, Zijn geboden,
waarin u wijsheid heil en licht.
De waarheid u wordt aangeboden,
die wijs is en die U verlicht.


Naar Spreuken 1 vers 20-33

Justus A. van Tricht


24 april 2006

You have no rights to post comments