De bron waaruit steeds mag geput
biedt lafenis die m’ onderstut.
Door ’t heldere vocht wat ik graag proef
dat is voor mij dagelijks genoeg.

Die bron blijkt Jezus mij te zijn
Hij maakt mijn leven tot festijn.
Zijn zegen die mij overspoelt
wordt tot in ’t diepst der ziel gevoeld.

Zijn bron van liefde die steeds stroomt
is het waarvan ik heb gedroomd.
Die zich met geloof en hoop vereent
en mij daardoor ’t geluk verleent.