Zij zat in stilte ineengedoken
eenzaam uitkijkend door het raam.
Haar hart was door ’t verdriet gebroken
haar lippen vormden zacht zijn naam.
Haar vingers kromden zich tezamen
doorstrengeld liggend in haar schoot.
Met d’ echtgenoot nu niet meer samen
verwerkte zij alleen zijn dood.

Zij zond tot God haar stille beden
waarin zij vele vragen sloot.
Zij deelde die aan Vader mede
waarmee zij haar gebed besloot.
Met scherpte werd haar hart doorsneden
door ’t zwaard van pijn ermee bezwaard.
Zijn foto van nog kort geleden
werd als een kostbaar goed bewaard.

God had hem plots tot zich genomen
riep Zijn geliefde kind naar huis.
Zij wist hij was haar nu ontnomen
maar hij was nu bij Vader thuis.
Dat was haar troost in deze dagen
na ’t afscheid bij ‘t gedolven graf.
Nu moest zij d’ eenzaamheid verdragen
die haar als mens voortaan omgaf.

Maar God Hij was haar niet vergeten
kwam elke avond op bezoek.
Als Hij Zijn troostwoord haar liet weten
vanuit Zijn woord het Bijbelboek.
Daarin vond zij de kracht te dragen
de lasten van haar eenzaamheid.
In wijsheid tellende haar dagen
ook eenmaal gaand tot God bereid.