Nederlandse-gedichten

Samen rondom Gods woord,
mogen wij de boodschap horen.
Van Gods liefde en Zijn trouw,
blijde toekomst die zal gloren.
Om het woord van God ten leven
dat Hij spreekt en tot ons klinkt.
Ook aan anderen door te geven,
en in harten binnendringt.

Samen rondom Gods woord,
zullen wij ons laten leiden.
Met bemoediging en troost,
onze medemens verblijden.
En de liefd' centraal te stellen,
zoals God dat van ons vraagt.
Om aan mensen te vertellen,
dat God ons in liefde draagt.

Samen rondom Gods woord,
mogen wij elkander wijzen,
op wat God ons heeft beloofd,
en Hem voor Zijn goedheid prijzen.
Laat ons dan een lichtje wezen,
in wat ieder spreekt en schrijft.
Wat gehoord is en gelezen,
blij in harten achterblijft.
God is voor ieder mens barmhartig
genadig liefdevol en trouw.
Niemand is als God zo ruimhartig
bij Hem staat niemand in de kou.
Met warmte blijft Hij ons omgeven
Hij koestert allen in Zijn hand.
De Heer Hij schonk aan ons het leven
en d' aarde als bewoonbaar land.

Al wie Hem kent weet zich geborgen
steeds voortgedragen in Zijn licht.
Zich openbarend elke morgen
als 't weer voor ons wordt opgericht.
Behoeften zal God steeds vervullen
Hij schenkt wat ieder nodig heeft.
Zal al Zijn gaven rijk onthullen
die Hij aan ons in liefde geeft.

De schuld en zond' die wij bedreven
waarmee ons leven is belast.
Worden belijdend door God vergeven
door Hem die reinigt en schoon wast.
God laat vergeven zonden zinken
naar 't allerdiepste van de zee.
Hij schenkt ons brood geeft wijn te drinken
Zijn hand voert liefdevol ons mee.
Gedenk elk woord dat Hij gesproken heeft
en klinken laat voor aller hart en oren.
Dat is het woord wat ruimte en leven geeft,
voor ons het blijde licht zal laten gloren.
Zijn woord is machtig en bezit de kracht.
het maakt door liefde ons weer als herboren.

Zijn woord gaat in en uit waarheen het wil
en op Zijn adem laat het zich verklanken.
Het wil beluisterd ademloos en stil,
gehoord zijn naar Zijn mond en stem geklanken.
Het is Zijn woord dat in de Waarheid leidt,
het licht waarvoor wij Hem steeds zullen danken.

Dit is het woord dat vaststaat eeuwig blijft,
wat duidelijk voor ons staat opgeschreven.
In schrift dat hart en ziel voortaan beklijft,
tot leidraad en tot licht aan ons gegeven.
Waarop de Geest voor ons Zijn schijnsel werpt,
die ieder woord ervan in ons laat leven.

Melodie L.v.d.K 487
Wij mogen in het licht vertoeven
dat God voor ons heeft opgericht.
Zo laat Hij ons Zijn liefde proeven
genadig mild op ons gericht.

God die voor ons het licht wil wezen
daarvan de bron en oorsprong is.
Door Hem wordt goedheid, trouw bewezen
Zijn liefde is 't geheimenis.
 
Door 't licht en liefd' van God gedragen
door beiden dagelijks omhuld.
Reikt God Zijn hand 't met Hem te wagen
wiens woord beloften rijk vervult.

Melodie lied 412 uit Gezangen voor Liturgie (RK bundel)
en melodie lied 488A in L.v.d.K.
Biddend naar U opgeklommen,
stap voor stap de ladder op.
Klinkt wat mijn hart op zal sommen
uit haar diepten naar U op.
Moeiten die ik heb te dragen,
U ook brengend dank en lof.
Komend Heer met vele vragen,
stijgend tot Uw hemelhof.

'k Wil op zoveel 't antwoord weten,
van wat ik Heer niet begrijp.
Maar misschien ben ik vergeten,
voor het antwoord nog niet rijp.
'k Zal geduldig moeten wachten,
op het antwoord naar 't waarom.
Tot het eens in heldere nachten,
komt vanuit Uw heiligdom.

Als een lichtflits uit de hoge,
komend als bij donderslag.
Stelt U 't antwoord mij voor ogen,
wat 'k van U verwachten mag.
Het waarom zult U ombuigen,
zijnde op 't waartoe gericht.
Waar Uw liefd' van zal getuigen,
in 't aan mij geschonken licht. 
Een mens kan slechts naar morgen kijken
veel verder kijken kan hij niet.
Is niet als God van wie wij weten
dat Hij de toekomst overziet.
Beperkt daartoe blijkt ons vermogen
wetende wat ons eenmaal wacht.
Wat God in wijsheid afgewogen
voor u en mij reeds heeft bedacht.

God heeft in liefde toegesloten
wat Hij voor elk in petto heeft.
En dat in liefdevorm gegoten
van wat Hij eenmaal aan ons geeft.
Hij zal 't uiteindelijk openbaren
dan wordt de uitkomst ons getoond.
In liefd' die Hij ons blijft verklaren
worden wij eens met heil beloond.

't Zijn d' engelen die rondom ons zweven
schijnbaar onmerkbaar op ons pad.
Maar 'k weet dat zij ons steeds omgeven
en met ons gaan van stad tot stad.
Zijn hemelwachters zal God zenden,
als leiders, hoeders, in gevaar.
Die vaak voor ons de weg verkenden,
ons hielpen met een handgebaar.

Gods engelen zijn gewone mensen,
dus niet opvallend in 't verkeer.
Maar zij vervullen wel Gods wensen
en ook de onze menig keer.
Gods engelen zij bezitten krachten,
veel groter dan een mens die heeft.
Zij horen tot de hemelmachten,
waarvan een leger ons omgeeft.

Bescheidenheid blijft hen steeds sieren,
grootmoedig zijn zij, sterk van aard.
Hun werk voor God schenkt hun plezieren,
al wordt hen alles niet verklaard.
Slechts aan de hoogsten in hun Orde,
spreekt God Zijn woord, gedachten uit.
Vertelt hoe dingen moeten worden,
naar Zijn bevel en Zijn besluit.

Slechts Gabriel en Michael weten,
zij voeren Gods besluiten uit.
Die nooit een engel zal vergeten,
maar handelen zal naar Gods besluit.
Zo hebben engelen vele taken,
die onder allen zijn verdeeld.
Want God zal 't voor Zijn engelen maken
dat nooit een engel zich verveelt.

Zo zijn er werkers, zangers, strijders,
ontelbaar is Gods legioen.
De laatsten dat zijn de bevrijders,
bestrijdend hen die onrecht doen.
Gods legerschaar zal overwinnen
de boze en zijn heerschappij.
Zij brengen ons de hemel binnen,
God schenkt Zijn engelen u en mij.

In nood mag je Gods hulp ervaren
Zijn hand in liefde toegereikt.
Een warme stem die blijft verklaren
dat God met jou Zijn doel bereikt.
Gods trouw en liefd' houdt je in leven
Hij draagt je door de zwartste nacht.
Wanneer die plots je zal omgeven
dan schenkt de Heer je moed en kracht.

In donkere tijden van je leven
voelend de bodem van 't bestaan.
Door 't duister van de put omgeven
reikt God je steeds het licht weer aan.
Je kunt niet uit Gods handen vallen
Hij die zich over jou ontfermt.
Maar richt ze op als hoge wallen
waarmee Hij je voor 't kwaad beschermt.

Het zijn die handen die je dragen
waarin je vast geborgen bent.
Blijf God om Zijn beschutting vragen
in moeiten tot de Heer gerend.
Hij zal je sluitend in Zijn armen
van binnen brengen weer tot rust.
Zo toont de Heer jou Zijn erbarmen
maakt van Zijn trouw en liefd' bewust.

De tekst is te zingen op de melodie van Psalm 118 LvdK

Gods liefde is de warme mantel
die Hij om onze schouders slaat.
Elk mens die hem krijgt omgeslagen,
vindt bij die grote liefde baat.
Die liefd’ heeft bovenaardse krachten
waarmee de Heer ons liefd’vol steunt.
En daar de zegen van verwachten
wie vol vertrouwen op God leunt.

Gods oog ziet wat er leeft van binnen
aan goedheid en aan kwaad in ’t hart.
De boosheid om te overwinnen
die reden is van pijn en smart.
God ziet de tranen in de ogen
die zachtjes druppelend vallen neer.
Hij is met smart en pijn bewogen
en met de wonden van ’t hartzeer.

Gods streven is en blijft steeds helen
daar waar Hij wonden breuken ziet.
Die Hij genezen zal bij velen
aan wie Hij graag Zijn uitkomst biedt.
Hij zal de diepe wonden sluiten
en zorgt voor een geheel herstel.
Waarmee Gods liefde wil besluiten
Zijn liefde troost ons wonderwel.

Melodie Licht dat ons aanstoot in de morgen
en bundel Tussentijds nr 118

Een mens blijft zoeken naar de sporen
waarin hij iets van God ontwaart.
Hij wil zo graag iets zien en horen
wat het bestaan van God verklaart.
Toch hoeft de mens niet ver te zoeken
bewijzen vindt hij om zich heen.
Die op zijn vraag succes laat boeken
waardoor onduidelijkheid verdween.

Kijk maar eens rond met open ogen
met daarbij een ontvankelijk hart.
Dan raakt de mensenziel bewogen
door wat God eens heeft opgestart.
De wonderen zijn niet meer te tellen
aanschouwende in de natuur.
Die van Gods almacht ons vertellen
God die wil zijn als naaste buur.

Verwondering moet ons bevangen
als wij 't geschapene rondom zien.
Maar 't stilt nog steeds niet ons verlangen
om toch een glimp van God te zien.
Dat echter zou ons oog verblinden
wij kunnen in Gods licht niet staan.
De gloed daarvan zou ons ontbinden
door kwaad en zond' door ons begaan.

Toch is het mogelijk te bespeuren
de scheppings grootheid van de Heer.
De wonderen die Hij liet gebeuren
en nog geschieden keer op keer.
Het is bekend velen ontkennen
dat waarlijk er een God bestaat.
Vader om steeds naar toe te rennen
in ons gebed als 't moeilijk gaat.

Ik geloof en richt mij op de feiten
die wijzen mij op Gods bestaan.
Wiens woord van trouw en liefd' nooit splijten
bindend wil zijn in 't samengaan.
Die God heb ik mijn hart gegeven
vertrouw 'k volledig op Zijn woord.
Dat ik eenmaal eeuwig zal leven
in 't licht van 't Goddelijk hemels oord.

Hoeveel kan een mens verdragen
aan kwetsuren, pijn, verdriet.
Aan de last van tegenslagen
zorgen die het leven biedt.
Hoeveel kunnen schouders torsen
’s mensen geest voordat hij breekt.
Hoeveel kracht kan men vermorsen
voordat dit zich eindelijk wreekt?

Veerkracht draaglast deze beiden
kennen bij elk mens een grens.
Die tot instorting kan leiden
door negatieve tendens.
Slechts met Gods hulp komt men verder
als Zijn hand het noodlot keert.
En voor ons als Goede Herder
in de nood ons bidden leert.

Vrienden laat de moed niet zinken
is het woord dat Jezus spreekt.
Zie in 't leven Mijn licht blinken
dat in 't duister nooit ontbreekt.
Ik laat het elke dag weer schijnen
zodat 't iedereen verblijdt.
't Licht dat nimmer zal verdwijnen
maar waarin Ik u verder leid.

Weet dit licht blijft eeuwig stralen
verliest nimmer glans en kracht.
Want het blijft voor u verhalen
van Mijn overwinningsmacht.
Blijf getrouw dit licht maar volgen
stralend in de duisternis.
Die er eens door wordt verzwolgen
en er daarna nooit meer is.

Want Ik ben tot u gekomen
's werelds licht dat voor u schijnt.
Waar u biddend van bleef dromen
en uw leven thans omlijnt.
Koester u dan in de stralen
die Ik met warmte tot u zend.
En u van Mijn liefd' verhalen
zoals een mens die niet kent.
Besef hoe kort dit leven is
de dagen uit Gods hand gegeven.
Die God lardeert met lafenis
Hij levensbron blijft ons omgeven.
Een tijd waarin men vreugd, verdriet
maar ook Gods zegen mag ervaren.
Welke Hij uit Zijn hand ons biedt
die ons ook behoedt in gevaren.

Wees Gode dankbaar voor elk uur
elke minuut aan ons gegeven.
Toegevoegd aan de levensduur
door God voor ieder mens geweven.
Dat als een rijk en prachtig kleed
in liefde aan ons is geschonken.
En u van Gods genade weet,
van uw geboorte af beklonken.

Eens komt aan 't aardse leven 't eind
maar wacht wie gelooft het eeuwig leven.
Om dan voor altijd bij God zijnd
die nieuwe rijkdom ons zal geven.
In 't licht dat alles overstijgt
krijgt ieder van God tot bekroning,
naast hemelschatten die hij krijgt,
daar van de Heer zijn hemelwoning.

Ga hier op aard met wijsheid om
met tijd die u is toegemeten.
Want God alleen Hij kent de som
waar Hij de uitkomst van blijft weten.
Realiseer hoe vluchtig, snel
uw dagen naar het einde vlieden.
En met elk uur dat tel na tel
de tijd toont wat God heeft te bieden.
Wie met liefd' in 't hart kan kijken
begiftigd is met Gods gena.
Laat ook van die liefde blijken
toont ze ook en laat niet na
om de liefde uit te delen
rijk geduldig in het rond.
Aan zijn naaste en zo velen
komend uit zijn hart en mond.

Want waar liefde wordt gegeven
en gevoeld, geproefd, gedeeld.
Daar is rijkdom in het leven
waar de liefd' wordt uitgedeeld.
Weet de liefde zoekt een woning
in het hart van ieder mens.
Waar zij zoekt naar haar bekroning
naar Gods woord en naar Zijn wens.

 

Er klinkt een roepstem in het duister
die duidelijk tot ons is gericht.
Ons redden wil van smart en kluister
en ons wil trekken naar het licht.
De diept’ waarin wij ons bevinden
wordt thans doorbroken door die stem.
Die tot ons spreekt als Zijn beminden
het is de liefdesstem van Hem.

Plots gaat het duister voor ons  wijken
en daagt in ’t duister eindelijk licht.
Dat onze redding zal gaan blijken
door deze stem tot ons gericht.
Een nieuwe weg ligt voor ons open
waarop blij onze voeten gaan.
In ’t licht waarop ons hart bleef hopen
dat ons voor ogen nu blijft staan.

Jezus Hij laat geen mens alleen
Hij laat wie tot Hem komt dat blijken.
Zijn trouw en liefd’ geldt menigeen
voor Hem is iedereen gelijke.

Hij is de Heer die wonderen toont
waarover mensen zich verbazen.
Waar Hij de minsten mee beloont
brengt daarmee ’t priestervolk tot razen.

Na al wat er beschreven is
hoe Hij tot ’t laatst dronk uit de beker.
Voltrok zich het geheimenis
stelde Hij ’t eeuwig leven zeker.

Ook heden blijft de Heer nabij
Zijn liefde en trouw blijft ons omvatten.
Hij gaat aan noden niet voorbij
en blijft ons bij de handen vatten.

Zijn zegen zendt Hij op ons neer
met gaven wil Hij ons verblijden.
Hij schenk ze ons dagelijks keer op keer
ook deze tijd blijft Hij ons leiden.

Hij voert ons naar de toekomst heen
die God aan ieder mens beloofde.
Waar vreugde is en geen geween
voor elk die in Zijn woorden geloofde.

De dood is door Hem overwonnen
het is nieuw leven dat ons wacht.
Daar bleek het Jezus om begonnen
toen Hij Zijn strijd voor ons volbracht.
De deur van d’ hemel staat weer open
God heeft Zijn hand ons toegereikt.
Wij mogen hem weer binnenlopen
sinds ’t heil door God voor ons bereikt.

Jezus gehoorzaam aan Zijn Vader
voerde tot ’t eind Zijn opdracht uit.
Hij plaatste liefde in het kader
passend in Zijn en Gods besluit.
Geen groter liefde is te vinden
die iemand schonk op deze aard.
Elk wie Hem volgt zijn, Zijn beminde
Hij is ons lof en danklied waard.

Hij wijst in liefde ons de weg
in liefde omringend met Zijn zegen.
En overal waar wij ook gaan
komen wij steeds Gods goedheid tegen.

Wie stil zijn oor te luisteren legt
kan duidelijk Gods roepstem horen.
Al wat Hij spreekt kan men verstaan
met open hart en open oren.

Al wie de stem des Heren volgt
zal in zijn leven niet verdwalen.
Maar is verzekerd dat hij ’t doel
zijn eindbestemming eens zal halen.

Zeer kostbaar is de levenstijd
door God op aarde toebereid.
Waar nog de mens zijn woning heeft
verlangend dat hij eeuwig leeft.
Naar de beloften Gods gedaan
om eens de hemel in te gaan.

Snel vlucht, vliedt hier het leven voort
voordat de dood ons levenskoord.
eens op een dag doorsnijden zal
ons meevoert naar het dodendal.
Een troost een zekerheid bestaan
Gods liefd’ bleek met de mens begaan.

Hij zond tot ons Zijn Een'ge Zoon
die dragen zou het zondaarsloon.
Hij heeft van duisternis bevrijd
en leidt ons naar Gods nieuwe tijd.
Waar ons het nieuwe leven wacht
met door Gods woord beloofde pracht.

Want Christus reist met ons terzij
Zijn stem klinkt op u bent van Mij!
Ik breng u na dit leven thuis
waar u mag wonen in Gods huis.
Daar is door Mij u plaats bereid
eeuwig in Mijn aanwezigheid.

Licht dat mij aanraakt mij wil raden
licht dat doorbreekt met gouden glans.
Licht dat mij bindt met duizend draden,
licht dat mijn hart verlicht nochthans.
Licht dat met gouden glans omgeven,
blijft zweven hangend om mij heen.
Dat is het licht het licht ten leven,
het blijde licht dat mij verscheen.

Licht dat blijft stralen alle dagen
geheiligd licht dat nooit verbreekt.
Beveil'gend licht dat op komt dagen,
gezegend licht dat nooit verbleekt.
Licht dat de morgenstond zal kleuren,
met heldere stralen wereldwijd.
Licht dat uit 's hemels open deuren,
genadiglijk haar stralen spreidt.

Licht met dit licht steeds overgoten,
in kringen van oneindigheid.
Licht waar mijn leven mee omsloten,
het heerlijk licht der eeuwigheid.
Licht uit de hemel neergevallen,
weerkaatsend Goddelijke schijn.
Licht dat met duizenden kristallen,
blijft schitteren zo klaar en fijn.

Melodie: Licht dat ons aanstoot in de morgen
en bundel Tussentijds nr 118