Nederlandse-gedichten

Jezus is altijd recht door zee
wanneer Hij ons iets heeft te zeggen.
Hij deelt ons altijd duidelijk mee
wat Hij aan ons heeft uit te leggen.
De Heer Hij draait er nooit omheen
en kiest Zijn woorden steeds zorgvuldig.
Steeds liefdevol wijst Hij alleen
de goede weg te gaan veelvuldig.

Hij wees de priesters vaak terecht
durfde met hen te discussiëren.
De waarheid werd hen aangezegd
die hun verstokte hart moest leren.
Maar bij hen was Hij niet geliefd
zij wilden naar Zijn stem niet horen.
Zij deden niet wat God belieft
en zich niet aan Zijn woorden storen.

Hoe is het nu met ons gesteld
als Jezus recht door zee zal spreken.
Ondanks dat Hij Gods heil vermeldt
ons aanspreekt op onze gebreken.
Hij houdt ons steeds de liefde voor
en wijst ons telkens op de vrede.
Bevindend onder Zijn gehoor
Hij ons vertelt omkleed met reden.

Want dikwijls blijkt de liefde is zoek
waar Jezus steeds op aan blijft dringen.
Hij verlost ons van zondevloek
en wijst ons steeds op deze dingen.
Laat ons dan luisteren naar Zijn woord
Hij leert, ons zegt ook praktiseren.
Dat in ons leven liefde hoort
waarvan wij van Hem kunnen leren.

Laat je aan Mijn hand maar leiden
lieve kind dan komt het goed.
‘k Zal je van de last bevrijden
Ik kom jou telkens tegemoet.
‘k Zie de pijn die in je ogen
spreekt van ’t veel te zwaar gewicht.
Waar je onder gaat gebogen
maar waar Ik jou van verlicht.

Kind je hoeft niets uit te leggen
leg je lasten nu maar neer.
‘k Weet wel wat je Mij wilt zeggen
maar dat hoeft nu echt niet meer.
‘k Zie de ingevallen plooien
van ’t verdriet op je gelaat.
Liefdevol zal ik je tooien
met Mijn vreugd' die nooit vergaat.

Ik neem de touwtjes nu in handen
al wat krom was maak Ik recht.
De je aangerichte schande
zal door Mij worden weerlegd.
Luister niet meer naar de stemmen
van de mensen om je heen.
Die je hart steeds weer beklemmen
volg Mijn stem kind maar alleen.

Ik zal je hart weer restaureren
wat zo dikwijls is verwond.
En het brengen in Mijn sferen
rustig vredig en gezond.
Alle aangerichte schade
wordt met liefd’ door Mij hersteld.
Weet dat Mijn trouw en genade
ook voor jou in ’t leven geldt.

Straks zijn alle beurse plekken
met Mijn balsem zacht geheeld.
Die ‘k in jouw hart moest ontdekken
weggenomen en dat scheelt.
Ik weet kind wat je moest verdragen
maar dat alles is voorbij.
Ik heb je enkel dit te vragen
zet je voet in ’t spoor van Mij.

Blijf Mijn hand maar vast omklemmen
op de weg die Ik met je ga.
Dan kom jij op je bestemmen
volg Mijn richtingwijzer na.
Luister kind maar naar Mijn woorden
die Ik zachtjes tot je spreek.
Want daarmee zal ik verwoorden
Ik laat jou nimmer in de steek.

Morgen zal de dag aanbreken
waar mijn hart op heeft gehoopt.
Daarnaar uitkijkt met verlangen
zoals God het heeft beloofd.

Morgen dan wordt alles anders
dan haalt God ons uit het dal.
Dan schept Hij de nieuwe wereld
die er morgen komen zal.

Morgen laat God ons verbazen
wat Hij voor ons klaar heeft staan.
Aan verrassingen en wonderen
want dan breekt Zijn toekomst aan.

Morgen heet toekomstverwachting
dag die God vervullen gaat.
Ook al blijft het gelovig wachten
tot die Morgen voor ons staat.

Zo blijft Morgen zich herhalen
tot de tijden zijn vervuld.
En God dan voor onze ogen
al Zijn heerlijkheid onthult.

Er vliegt een duif de wereld rond
met een groen takje in zijn snavel.
Maar hij ziet resten op de grond
van rook en vuur door bom en zwavel.

God heeft die witte duif gestuurd
op aarde vrede te gaan brengen.
Waar nu nog steeds de oorlog duurt
en die niet langer te verlengen.

Hij vliegt per dag zo ver hij kan
om daar een takje aan te reiken.
Van Israel naar Afghanistan
om daar de vrede te bereiken.

Overal waar conflicten zijn
laat hij zijn rode oogjes dwalen.
Om met zijn takje teer en fijn
daar met zijn boodschap neer te dalen.

Maar ’t blijkt dat hem het maar niet lukt
om mensen daar te overtuigen.
Hoe geweld op de mensheid drukt
als men voor vrede niet wil buigen.

Met tranen vliegt het duifje terug
en zegt: God ik kon niets bereiken.
Misschien slaat U Heer wel een brug
die vrede sticht, oorlog laat wijken.

De wijsheid die wij vaak ontberen
breekt in het leven ons vaak op.
’t Is een proces van fouten leren
of zijn een bloem die in de knop
zich met haar bladeren gaat ontvouwen
waardoor wij pas haar schoonheid zien.
Zo moet ook wijsheid openvouwen
in ’t hart gelijk een roos misschien.

Wijsheid is reeds zo vaak gebleken
groeit met de jaren langzaam meer.
Maar als er van wordt afgeweken
ontstaat een zeer gespannen sfeer.
Wijsheid weet dikwijls te bereiken
wat op een andere wijs niet lukt.
Haar inzicht kan veel verder reiken
dan met woorden kan uitgedrukt.

God wil ons graag de wijsheid leren
houdt ons de mogelijkheden voor.
Hij leert wijsheid laat triomferen
leidt dikwijls weer in ’t juiste spoor.
Want grof geweld zal nimmer baten
wijsheid, geloof, liefd’ staan niet alleen
Als die met hoop ons gaan verlaten
dan kan een mens nergens meer heen.
     

Ik wil jou graag van een vriend vertellen
Hij die er altijd voor ons is.
Waar je altijd naar toe kunt snellen
met vreugd maar ook met droefenis.
Hij zal je liefderijk omarmen
wanneer je met je zorgen komt.
En ook je hart met liefd’ verwarmen
als je in ’t leven bent verwond.

Hij is de Zoon door God gezonden
Zijn naam Jezus van Nazareth.
Hij maakt je vrij van schuld en zonden
geeft je Zijn antwoord op ’t gebed.
Wanneer jij je tot Hem zult richten
met al je vragen tot Hem vlucht.
Dan zal Zijn woord je hart verlichten
van moeiten waar het onder zucht.

Die vriend zal nimmer je verlaten
Hij blijft in liefd’ je altijd trouw.
Die put Hij steeds uit ’s hemels vaten
en schenkt die dagelijks weer aan jou.
Je kunt op deze vriend vertrouwen
Hij heeft steeds ’t beste met jou voor.
Op al Zijn woorden kun je bouwen
Hij heeft voor jou een luisterend oor.

Bij deze vriend is ’t geen te vinden
wat je bij mensen nimmer vindt.
Die vriend wil zich met jou verbinden
en zegt; Jij bent door Mij bemind.
Ik wil en kan jou alles geven
wat je in geloof van Mij verlangt.
En als Ik dat ervaar in ’t leven
zie je ook wat jij van Mij ontvangt.

Kom met je zorgen maar bij Mij
want Ik zal er je van ontlasten.
Ik draag voor jou aan ’t kruis voorbij
al wat niet op je schouders paste.
Ik neem de zwaarte op Mijn rug
om dat Ik wel ’t gewicht kan dragen.
En geef je levensvreugde terug
je hoeft ’t Mij enkel maar te vragen.

Leg alles voor Mijn voeten neer
dan zal Ik ook je tranen drogen.
Dan zie je alles helder weer
komt er weer blijdschap in je ogen.
Geen mensenkind dat tot Mij komt
hoeft al zijn zorg alleen te dragen.
Want Ik heel elke levenswond
breng troost in leed en tegenslagen.

Door Mij word je weer opgericht
en nooit meer onder zorgen bukken.
Mijn juk is zacht, Mijn last is licht
daarmee moet het in ’t leven lukken.
Vertrouw maar op wat Ik beloof
in liefde tot je hart zal spreken.
Opdat daarin nimmer het geloof
in Mijn woorden je zal ontbreken.
     
 

Ik ben maar weer tot God gerend
ik had weer zoveel te bespreken.
Ik weet Hij is met ’t geen bekend
dat weer zo moeilijk is gebleken.
De strijd die al zo lang gevoerd
zoveel geduld en kracht blijft vragen.
De zorg waar door ‘k word meegevoerd
de zware last die ik heb te dragen.

Maar ik weet in mijn benauwenis
tot wie ik telkens weer kan vluchten
Als ’t in mijn hart weer duister is
en het van zorg en moeit’ moet zuchten.
Ik leg mijn moede hoofd dan neer
beveiligd in Gods Vaderarmen.
Dan keert de rust in mijn hart weer
door Zijn liefde en Zijn erbarmen.

Ik voel dat God zich steeds ontfermt
en Zijn nabijheid warm laat voelen.
Waarin ik als Zijn kind beschermd
de woorden hoor van Zijn bedoelen.
Nadat Hij eerst geluisterd heeft
naar al mijn moeiten zorg en vragen.
Waarop Hij mij steeds ’t antwoord geeft
“Mijn kind Ik zal je altijd dragen!”

Behandel de liefde behoedzaam
en koester haar teer als een roos.
Bewandel met haar steeds die wegen
en bedenk steeds de liefde is broos.

Het wonder der liefde gegeven
dat kwam uit Gods hand en Zijn bron.
Want liefde haar taak is te leiden
waarom het in ’t leven begon.

God heeft er de glans aan gegeven
en ook er de geur aan gebracht.
Verfijnder is er niet te vinden
zo heerlijk doordringend en zacht.

Besef dat die roos ook kan breken
er niet goed mee om wordt gegaan.
Dat liefde daardoor kan verwelken
en daardoor als roos zal vergaan.

Zorg goed voor die roos in het leven
doorlopend met aandacht gevoed.
Dan kan en dan blijft zij ook prijken
bedoeld als zij is en behoed.
     
 
 
 

God leidt ons naar Zijn heilsland toe
en gaat daarbij Zijn wondere wegen.
Als mens weten wij vaak niet hoe
uiteindelijk wordt het ons tot zegen.
Geleid door ’t leven aan Zijn hand
zullen wij Sion eens bereiken.
Waar Hij ’t beloofde onderpand
als gift en schat ons aan zal reiken

Weg uit het land van Babylon.
uit ballingschap zullen wij trekken.
Onder een stralend warme zon
en het beloofde land betrekken.
In d’ handpalm van Gods rechterhand
staan onze namen opgeschreven.
Daarin gegrift houdt God gestand
beloften die Hij heeft gegeven.

De uittocht die door God geleid
laat ons ’t beloofde doel bereiken.
Als Hij het land ons binnenleidt.
met vrede zover als wij kijken.
Want in de verte ligt de stad
die op ons komen staat te wachten.
En wij aan ’t einde van het pad
verwonderd blikken naar haar prachten.

Ons oog dat zich naar Sion richt
de stad die God voor ons laat bouwen.
Zullen wij eens in ’t goddelijk licht
met grote vreugde gaan aanschouwen.
Dat komend nieuw Jeruzalem
daar zullen wij met velen wonen
En God de Heer met hart en stem
daar eeuwig lof en dank betonen.
     
 
 

Er staat een sneltrein op ’t station
waarmee wij allen eens vertrekken.
In de coupe van de wagon
zullen wij ’t einddoel gaan ontdekken.
Een vaste plaats heeft iedereen
die in die trein met ons zal reizen.
Wij gaan de tocht dus niet alleen
op weg naar ’s hemels paradijzen.

Ook op de trein staat ’t eindstation
dus niemand kan zich ooit vergissen.
Elk weet voordat de reis begon.
dat Hij het einddoel niet zal missen.
De klok wijst ’t uur van vertrek aan
en laat de wijzers stil verglijden.
Voordat de trein op weg zal gaan
naar zijn bestemming ons zal rijden.

Het afscheid nemen dat blijkt zwaar
om wie wij moeten achterlaten.
Als eenmaal met een laatst gebaar
wij iedereen zullen verlaten.
Maar op het weerzien mag gehoopt
van wie wij tot het laatst beminden.
Als ook hun trein straks binnen loopt
en wij elkander weer hervinden.

Wij nemen geen bagage mee
die hebben wij op reis niet nodig.
Want die blijkt straks naar Gods idee
voor reisgenoten overbodig.
Al ons bezit heeft daar geen nut
waar wij straks zullen gaan verblijven.
Daar wordt uit andere bron geput
met woorden nimmer te beschrijven

De instapkaart bij het loket
wordt afgestempeld opgevouwen.
Daarop is ‘t kruisteken gezet
van Hem op wie ons hart zal bouwen.
Wanneer het fluitsignaal weerklinkt
sluit Hij de deuren gaan wij rijden.
En het geluid dat binnendringt
laat op het spoor de trein voortglijden.

Elk raam biedt uitzicht over ’t land
dat aan ons oog voorbij zal trekken.
Tot wij het licht zien dat er brandt
wat onze harten op zal wekken.
Het wenkt ons komend dichterbij
het doel inzicht de reis ten einde.
Dan is de treinreis haast voorbij
en zien wij daar de eeuwig Zijnde.

Want Hij die eens de deuren sluit
van de wagon maakt ze weer open.
Dan laat Hij ons er vriendelijk uit
om met Hem verder te gaan lopen.
Door d’ uitgang van het eindstation
want daar begint ons nieuwe leven.
Onder paradijselijke zon
dat God ons na de reis zal geven.

Liefde blijft voor God het thema
waar het in ’t leven om blijft gaan.
Hij bezit daarvoor een schema
waar de voorwaarden in staan.
Hoe haar te interpreteren
en hoe liefd’ dient uitgevoerd.
Van haar beginselen leren
dat het mensenharten roert.

In Corinthe staat beschreven
wat haar grondbeginselen zijn.
Geldend voor het hele leven
liefde is als zoete wijn.
Is lankmoedig en geduldig
rekent nimmer ’t kwade toe.
Praalt niet en is niet afgunstig
en kwetst ook niemands gevoel.

Maar er valt nog veel te leren
in het land der christenheid.
Waarin vaak nog boze sferen
weer tot ongenoegen leidt.
’t Blijkt zo moeilijk op te brengen
wat de liefde van ons vraagt.
En ons niet in ’t kwaad te mengen
God verdriet doet niet behaagt.

Laat ons eindelijk eens proberen
om in liefd’ te maken waar.
Wat Gods woord aan ons wil leren
schenk dat woord dat liefd’gebaar.
Want als wij dat gaan bereiken
en daar dagelijks stil bij staan.
Zal op zekere dag gaan blijken
met de liefde kunnen we ’t aan.

Ben jij ook door de Heer geraakt
liet Hij jouw hart ook sneller kloppen.
Door ’t woord dat je gelukkig maakt
je voor Jezus niet hoeft verstoppen.
De Heer weet wat er in je leeft
bekend met al je zorg, bezwaren.
Hij die jou graag Zijn liefde geeft
zal die je telkens weer verklaren.

Hij weet hoe leeg het hart kan zijn
als daar de liefd’ niet in zal wonen.
En ’t overspoelt door leed en pijn
groeven in je gelaat laat tonen.
Maar wie voor Hem de deur ontsluit
van ’t hart en Hem laat binnenkomen.
Dan bant Hij angst en vrees er uit
laat rijkelijk Zijn vrede stromen.

Wie door Jezus is aangeraakt
hij krijgt dan ook een ander leven.
Dat hem versterkt en krachtig maakt
door wat de Heer aan hem zal geven
aan moed aan liefde en aan kracht
de wetenschap dat Hij helpt dragen.
De levenslast die Hij verzacht
als wij het maar met Jezus wagen.

Want waar Jezus in harten woont
zal blijdschap, vreugde overheersen.
En daarin op de zetel troont
in liefde over ons zal heersen.
Daar straalt de vreugd van ons gezicht
omdat wij ons geborgen weten.
Bij Hem de drager van het licht
en die ons nimmer zal vergeten.
     
 
 
 

Een stroom van liefde en genade
van rust en vrede voel ik gaan.
Waarmee mijn hart wordt overladen
komt uit de hemelen vandaan.
Want God liet mijn gebed verhoren
toen ik geknield de Heer verzocht.
Maak mij weer heel Heer en herboren
schenk mij het heil waarnaar ik zocht.

Want zonder U kan ik niet leven
dan speel ik het alleen niet klaar.
Wilt U mij Heer Uw zegen geven
toon mij toch Heer Uw liefd’gebaar.
Tot tranen toe werd ik bewogen
toen ik mijn hart geopend had.
Die Hij weer wiste van mijn ogen
toen ik Hem om Zijn bijstand bad.

Toen liet God ’t wonder stil gebeuren
en maakte alles in mij schoon.
Opende ramen alle deuren
en sprak mij toe op milde toon.
“Kom hier Mijn kind en treedt maar nader
Ik breng jouw leven weer in ’t spoor.
Daarvoor ben Ik immers jouw Vader
dat moet je niet vergeten hoor!”

Ik zal je hoeden en bewaren
zonden en schuld tel Ik niet meer.
Mijn liefde en trouw blijf Ik verklaren
die zijn er elke dag steeds weer.
De warme stroom die mij doorgloeide
doortrilde krachtig mijn gemoed.
Waar Vaders liefde mij mee boeide
die Hij mij schonk in overvloed.

Twee handen zijn ons toegestoken
twee armen worden wijd gespreid.
’t Heeft Jezus niet aan liefd’ ontbroken
wordt er ten diepste door geleid.

Twee ogen blijven zich steeds richten
twee oren bieden ruim gehoor.
Zijn woorden willen ’t hart verlichten
Zijn voeten gaan ons voor in ’t spoor.

Tien vingers schenken ons de zegen
een vinger wijst de weg te gaan.
Die ons begin is van de wegen
waar langs Hij voert in ons bestaan.

Een hart blijft steeds vol liefde kloppen
dat zich volkomen aan ons geeft.
Om daar ook nimmer mee te stoppen
en zorgt dat ieder eeuwig leeft!

Werken in Gods smederij
is de opdracht ons gegeven.
Die Hij gaf aan jou en mij
elke dag weer in het leven.
Waar de liefde wordt beleden
trouw ook niet vergeten wordt.
Door in liefde saam te smeden
en daarmee een eenheid wordt.

Liefd’ gelouterd in het vuur
kan bewerken grote dingen.
Dat van goud gemaakt zo puur
ons als mensen kan omringen.
En ons met haar glans verblijden
God reikt ons het gouderts aan.
Om het in het vuur te scheiden
en van alle kwaad ontdaan.

Werken in Gods smederij
dat is steeds dat kunstwerk maken.
En wat wij verheugd en blij
koesterend aan mogen raken.
Al wat wij met liefde smeden
en dat met zorgvuldigheid.
God zegt daarvan in het heden
heeft waarde tot in eeuwigheid.
     
 

Drink de beker der genade
van Gods liefde en troost maar uit.
Ga steeds bij de Heer te rade
voor dat je tot iets besluit.
Laat je door Gods antwoord leiden
dat Hij neerlegt in je hart.
En voorkomt dat je zult lijden
aan gevolgen van de smart.

’t Is steeds die genadebeker
die je aangeboden wordt.
Van Gods zegen ben je zeker
die wordt rijkelijk uitgestort.
Van vergeving mag je leven
God is immers groot genoeg.
Om je die steeds weer te geven
als je Hem daar ook om vroeg.

Tot de bodem mag je drinken
uit die beker die God biedt.
Hoor Zijn liefdewoorden klinken
jij Mijn kind vergeet Ik niet.
Ik zal altijd Mijn troostwoord schenken
als Ik tranen moeite zie.
En je liefdevol gedenken
in een sfeer van harmonie.

Aan ’t einde van de tunnel brandt het licht
dat alle doodse grauwheid laat verdwijnen.
Daar staat de Heer op wie ons oog zich richt
en die Zijn eeuwige lichtglans blij laat schijnen.
Hij komt ons met Zijn liefde tegemoet
en roept ons toe; Kom hier Gij zijt de Mijnen.

Hij heeft Zijn beide armen uitgespreid
om ons in ’t Vaderhuis te gaan ontvangen.
Waarin Hij ons met vreugde binnenleidt
en aan ons geeft de schat die wij verlangen.
Hij schenkt aan elk het blinkend witte kleed
waarmee wij door Zijn hand worden omhangen.

Dit is de dag waarop het feest begint
waaraan in eeuwigheid geen eind zal komen.
Wij zijn van onze oorsprong reeds bemind
en zijn voorgoed nu veilig thuis gekomen.
Met wijn en spijzen wordt het feest gevierd
dat overstijgt al onze schoonste dromen.


Melodie; 487 Liedboek van de Kerken

Wees als een christen Gods getuige
die naam ook waardig die u draagt.
Voor Hem, Zijn Zoon de Christus buigen
en handelen naar wat Hij u vraagt.
Laat door uw levenswijze merken
zijn woord dat bij u ingang heeft.
Toon Hem, uw naasten goede werken
in liefde waar u steeds naar streeft.

Houd steeds de liefde hoog in ere
en draag haar uit met hart en mond.
Gelijk de woorden Gods u leren
en sla in harten nooit een wond.
Maar wees bereid om steeds te helen
in liefde waar u wonden ziet.
Dit is wat God u blijft bevelen
die liever vreugd dan tranen ziet.

Bewandel Gods gebaande wegen
en sla geen zijpad immer in.
Want op Gods wegen vindt u zegen
de tekenen van Zijn bemin.
Laat u dan door Zijn woorden leiden
door Zijn hand die u houdt omvat.
Dan zult u komen tot bevrijden
die in Gods toekomst ligt vervat.

Al wie naar ’s Heren woorden leven
zich voegen naar wat Hij hen zegt.
Zij worden met Zijn heil omgeven
Hij komt met vrede en met recht.
God vraagt van ons naasten te dragen
zoals Hij ook ons zelve draagt.
In voorspoed en in tegenslagen
Hij ons en onze voeten schraagt.

Melodie Psalm 118 LvdK
     
 
 
 

Heer wil naar mijn beden horen
open toch voor mij Uw oren.
Laat mij niet door ’t duister gaan
maar biedt Heer Uw licht mij aan.
Kom mij tegemoet getreden
Heer ik ben zo moegestreden.
Strek Uw handen tot Mij Heer
zie op mij in liefde neer.

Heer ik blijf Uw hulp verwachten
breng toch rust in mijn gedachten.
Schenk Uw vrede aan mijn hart
dat vertwijfeld en verward
wegen zoekt om ‘t overleven
en met moeiten is omgeven.
Stil de angst die mij bekruipt
in mijn hart naar binnensluipt.

Heer kom toch met Uw bevrijden
laat Uw kind niet langer lijden.
Breng verlossing in mijn nood
neem mij veilig op Uw schoot.
Sla in liefd’ om mij Uw armen
toon mij Heer Uw groot erbarmen.
U die Mijn ontfermer zijt
wees de Herder die mij leidt.


Melodie Psalm 86