Nederlandse-gedichten

U bent het Heer die vrede schenkt,
die rust biedt aan vermoeide harten.
En ons in liefde steeds gedenkt,
wetend van vreugden en van smarten.
U gaat aan tranen nooit voorbij,
maar zult z' ons van de ogen wissen.
In trouw staat U ons steeds terzij,
wij kunnen Heiland U niet missen.

Ons leven zonder U is doods
wie zou in ons de leegte vullen?
Wie biedt als U Uw liefde groots,
laat met haar mantel ons omhullen.
De mens die naar U zoekt en vindt,
hij zal bij U de vrede vinden.
Geliefd door U als kind bemind,
door hem vast aan Uw hart te binden.
God in de hoge,
met ons bewogen,
vol van liefde, zorg en trouw.
Hij zal nooit schaden,
schenkt ons genade,
Zijn woorden zijn een reddend touw.
Daarmee omwonden,
bevrijdt van zonden,
door Zijn vergeven,
mogen w' herleven,
door Jezus Christus Zijn lieve Zoon.
Hij zal ons geven,
het eeuwig leven,
Hij zal gedenken,
Gods kinderen wenken,
Hij schenkt aan ons eens 't hemels loon.

Hij zal bewaren,
ons eens vergaren,
en ons eens plaatsen in het licht.
De dag zal komen,
waarvan wij dromen,
als 't Godsrijk groots wordt opgericht.
Hij deelt ons mede,
de eeuw'ge vrede,
die neer zal dalen,
uit 's hemels zalen,
in rijke stromen vloeiend uit.
De aarde sieren,
om feest te vieren,
Hij zal ons kronen,
wij zullen wonen,
in 't huis des Heren naar Zijn besluit.

Melodie L.v.d.K 477
Het geloof maakt alle dingen mogelijk
haar kracht en macht zijn onbeperkt.
Hoe groot de wens of hoe onmogelijk
wie haar bezit weet hoe het werkt.
De grondslag is het Godsvertrouwen
het is de macht van 's Heren woord.
Wie op dat fundament zal bouwen
voor hen gaat open elke poort.

Want geloof dat als een mosterdzaadje
in God geworteld is gegroeid.
Verandert rijk ons levensplaatje
dat boven moeiten ons ontgroeit.
Het is 't gereedschap om te strijden
het is de kracht van ons bestaan.
Het heeft de woorden van bevrijden
waar onze voet vast op zal staan.

Het zal de hoogste muren slechten,
de hoogste bergen haalt het neer.
Wanneer wij onze harten hechten
aan de beloften van de Heer.
Het schept door zeeën vaste paden,
rivier en meren legt het droog.
Het stormgeweld zal ons niet schaden
want 't geloof voert wegen naar omhoog.

Laat dan het geloof uw richtsnoer wezen,
op alle wegen waar u gaat.
Dan hebt u waarlijk niets te vrezen
dan wordt uw leven niet geschaad.
Het geloof doet over kracht beschikken
en toont aan ons het resultaat.
Het laat ons op de uitkomst blikken
naar ieders inzicht en zijn maat.

Hoe groter geloof, hoe groter werken
een mens zal zien op 't levenspad.
Die God voor hem zal gaan bewerken
de schatten die het rijk bevat.
God zal door 't geloof Zijn wonderen tonen
wat Hij al eeuwen heeft gedaan.
Wie op Hem bouwt die zal Hij lonen
en gelovig op Zijn wegen gaan.
God heeft Zijn voordeur niet gesloten
die voor een ieder openstaat.
En komend bij Hem aan zal bellen
die bij de deur te wachten staat.
God sluit Zijn kinderen niet buiten
daarvoor is Zijn hart veel te groot.
Het was dat hart dat deed besluiten
om ons te redden van de dood.

In Bethlehem is het begonnen
op Golgotha is het voltooid.
Gods plan Zijn Zoon tot ons te zenden
gekruist doornenkroon getooid.
Zijn Zoon die voor ons wilde lijden
heeft ons de weg weer vrijgemaakt.
Hij kwam om zondaars te bevrijden
en met Zijn liefde aangeraakt.

De deur naar God blijft voortaan open
tot al Gods kinderen binnen zijn.
En iedereen die is genodigd
aanwezig is op 't groot festijn.
Want God zal eens een feest aanrichten,
dat eeuwigdurende zal zijn.
En opgesierd met hemellichten
steeds rijk voorzien van spijs en wijn.
Heer ga die ene weg met mij
die mij geleidt tot 't eeuwig leven.
En wees mij op die weg nabij
wil met Uw liefde mij omgeven.
Laat door Uw trouw en hand geleid
mij met U 't einddoel eens bereiken.
Tot ik voor mij zie het land zo wijd
zover als Heer mijn oog kan kijken.

U bent de Weg Heer en de Deur
waarop en waardoor ik mag treden.
Tot ik de lichtglans en de kleur
aanschouwend tot in d'eeuwigheden.
Met grote vreugde binnengaand
met d'engelen U lof te zingen.
Voor 's Vaders troon dan blijde staand
in 't licht dat m' eeuwig blijft omringen.

Het smalle pad wil 'k met U gaan
dat naar de hemel mij zal leiden.
Waar 't smet'loos kleed mij aangedaan
door 't stralend wit mij zal verblijden.
Leid mij dan Heer op 't pad omhoog
en wil mij voeren tot Uw vrede.
Die op mij neerdaalt als 'k de boog
de poort des hemels zal betreden.
Met Hem op reis, de lange tocht aanvaard,
om samen 't einddoel te bereiken.
Gaand aan Zijn hand,
laat Hij Zijn liefde blijken,
Die met Zijn trouw aan mij wordt openbaart.

Hij gaat mij voor de weg die Hij mij wijst,
om in Zijn voetsporen te treden.
Door 't woeste land
leidt Hij met zorg mijn schreden.
Waar voor mijn oog het hooggebergte rijst.

Hij trekt met mij door menig diepe dal,
leidt mij door bruisende rivieren.
Hij waarschuwt mij,
voor slang en wilde dieren.
Behoedt mij steeds voor struikelen en val.

Ik word gewezen op het boze kwaad,
dat onderweg mij kan belagen.
Dat onverwachts,
plots voor mij op komt dagen.
En met haar wapens mij naar 't leven staat.

Maar met Hem overwin ik, kom ik thuis,
Hij immers blijft mij voortgeleiden.
Die zekerheid,
zal steeds mijn hart verblijden.
Ik weet dat 'k eens zal wonen in Zijn huis.

De lange tocht met Hem komt eens ten eind,
dan gaan voor mij de deuren open.
Dan mag ik blij
de hemel binnenlopen.
Om daar voorgoed samen met Hem te zijn.
Met bloemenpracht heeft God gesierd
het oppervlak der aarde.
Wat elke dag Zijn glorie viert
en dat kleurrijk verklaarde.
Geheel Gods schepping zingt het lied
voor Hem in lof verheven.
Voor alles wat de Schepper biedt
aan rijkdom en aan leven.

Wij zien de dieren in het veld
de vogels in de bomen.
De kleuren ons voor 't oog gesteld
ons overal omzomen.
Hoe mooi en weids is de natuur
zover wij kunnen kijken.
Dat in elk jaargetij zo puur
haar schoonheid ons laat blijken.

De grote oceaan, de zee
die ook van vreugde bruisen.
Zij jubelen al ruisend mee
wanneer wij hen doorkruisen.
Zo wordt verbonden elke stem
in 't lied tot God ter ere.
Om lovende en prijzend Hem.
al dankend Hem te eren.
Als je leven is gebroken,
en je enkel scherven ziet.
Ga tot Hem die ze wil helen,
aan jou weer de uitkomst biedt.
Als je neerzit bij de brokken,
rijk versplinterd om je heen.
Kun je slechts een weg bewand'len,
dat is gaan tot God alleen.

Liefdevol wil Hij herstellen,
al hetgeen wat jij niet kunt.
Maar de Heer zal het bewerken,
die jou weer Zijn vrede gunt.
Luister naar Gods wijze woorden,
sprekend tot je hart en geest.
God zal 't zijn met liefdekoorden
die je innerlijk geneest.

Alles zal Hij nieuw gaan maken,
door Zijn vinger aangeraakt.
Ja Hij zal je hart verblijden
en weer vreugdekreten slaakt.
Geloof de Heer zal weer herbouwen,
wat in puin gevallen is.
Stel op Hem maar je vertrouwen,
dan komt 't goed en gaat niets mis.
Er staat een cirkel opgesteld
met gouden licht en gouden stralen.
Bijeengebundeld die ons meldt
van 't heil waarvan God laat verhalen.
't Is Christus die Zijn licht uitstraalt
dat in de wereld is gekomen.
Dat van de liefde Gods verhaalt
die d' hele aard doet overstromen.

Hij Jezus, 's Heren afgezant,
de trouwe Zoon van God de Vader.
Reikt ons met heil en vree de hand
treedt ons als Goede Herder nader.
Hij nodigt ieder in de kring
geen mens hoeft meer in 't duister toeven.
Hij laat ons met verwondering
voorsmaak van 't eeuwig leven proeven.

Hij is de weg voor ons gegaan
van zond' en schuld ons te bevrijden.
Hij liet zich aan het kruishout slaan
en wilde voor ons allen lijden.
De dood is nu niet 't einde meer
want Christus heeft hem overwonnen.
Nu wacht door Hem de hemel weer
waar 't Hem in liefd' om is begonnen.

De cirkel wordt eens uitgebreid
verruimd eens tot Gods hemelzalen.
De eeuwigheid oneindig wijd
waar Hij ons eens zal binnen halen.
Weet elk wie kiezen zal voor 't licht
dat Jezus Christus ons wil wezen.
Wat voor ons oog staat opgericht
hij heeft geen dood en graf te vrezen.
Leg in ons hart de juiste woorden,
als onze mond ze eenmaal spreekt.
Laat die verbindend zijn als koorden,
en nooit de goede banden breekt.
Laat vriendelijkheid, oprechtheid, liefde,
daarvan steeds weer de klanken zijn.
Opdat geen woord, zal kwetsen, griefde,
dat schade toebrengt met veel pijn.

Leer ons steeds weer naar U te kijken,
die ons daar in ten voorbeeld bent.
En naar dit beeld ons leven ijken,
dat door ons heen U wordt herkend.
Behoedt ons dat wij anderen schaden,
dat onze tong niemand verwondt.
Leer ons zorgvuldig Heer beraden,
plaats Heer een wacht voor onze mond.

Laat door de mond dan onze woorden,
steeds uit het hart gegrepen zijn.
Geproefd door allen die ze hoorden,
steeds mogen zijn als goede wijn.
Laat uit ons hart het beste komen,
wat U daar in heeft neergelegd.
En dat uit onze harten stromen
met liefde telkens uitgezegd.

Naar onbekende verten voortgeleid,
achter de horizon van het verlangen.
In 't licht dat onze voeten voorwaarts leidt,
en in haar zachte windselen gevangen.
Komt eens het uur der waarheid en van vreugd,
wanneer wij het beloofde heil aanschouwen.
Als God ons met Zijn koninkrijk verheugt,
waarop wij in het geloof deden vertrouwen.

De Heer gaat door de tijden met ons mee,
Hij brengt ons in het land van Zijn beloften.
Zoals bij Mozes eens het trekken door de zee,
uit slavernij naar 't oord van Zijn gelofte.
Zo redt Hij ons ook eenmaal door Zijn hand,
vanuit de slavernij van onze zonden.
Want ieder kind van God hij ziet het land,
waarin 't geluk de heerlijkheden wordt gevonden.
     
 
 
 

Ons wordt een spiegel voorgehouden,
om liefd' te schenken aan elkaar.
Daarvan is Jezus ons ten voorbeeld,
in woord en daad en in gebaar.
Hij heeft ons d' opdracht meegegeven
te zijn van Hem een spiegelbeeld.
Om Hem daarin steeds na te streven
aan ons getoond en meegedeeld.

Maar om Zijn beeld te reflecteren
moeten wij ook een spiegel zijn.
Om zo goed mogelijk weer te geven,
wie Jezus is, wie Hij wil zijn.
Het beeld van Jezus kan slechts stralen,
door wat Hij in ons heeft gelegd.
Aan liefde waar wij van verhalen,
zijnd' met ons hart aan Hem gehecht.

Wie als zo'n spiegel wil fungeren,
zoals door Jezus is bedoeld.
Biedt aan de Heer geheel zijn leven,
dat op de liefde is gestoeld.
Om gaandeweg steeds meer te lijken,
een mens te worden naar Zijn beeld.
Die aan Zijn liefde zich wil ijken,
te zijn van Hem een spiegelbeeld.

Maar niemand van ons kan bereiken,
het beeld wat hem voor ogen staat.
't Volmaakte zullen wij nooit halen,
dat boven ons vermogen gaat.
Maar Jezus vraagt dat wij gaan streven
dat Hij door ons heen wordt gekend.
En door onze manier van leven,
als Zaligmaker wordt herkend.
Weet jij wie je in Christus bent
als mens naar Hem vernoemd?
Dat Hij doorgrondt, dat Hij je kent
en jou met God verzoent.
Ervaar jij ook in je de kracht
die Christus jou verleent.
Erkennend Jezus wondere macht
en met de Heer vereend?

Is Hij voor jou ook nummer een
in 't leven dat je leidt?
Volg jij de Heiland, Hem alleen
volledig toegewijd?
Wie Christus als zijn Leidsman heeft
die mens is welbewaard.
Het heil wat Jezus aan hem geeft
is 't volgen zeker waard.
U Heer met majesteit bekleed,
uw hand zo machtig sterk en breed,
Uw liefd' die wij aanschouwen.
In alles wat U ons bereid,
wat door Uw liefd' ons toegewijd,
U ons blijft toevertrouwen.
In Uw genade ligt verwoord,
beloften van Uw heilig woord,
het woord voor ons ten leven.
Dat als een licht rondom zich spreidt,
een mantel die zacht om ons glijdt,
met liefd' aan ons gegeven.

Uw woord geklonken is gehoord,
een toorts van licht die ongestoord,
voor onze voet zal schijnen.
Die met ons mede gaat op reis,
op weg naar 't hemels paradijs,
dat voor ons zal verschijnen.
Uw woord leidt op de weg daarheen,
het is Uw stem die niet verdween,
die U steeds weer laat horen.
Al gaan wij door de zwartste nacht,
wij worden veilig thuisgebracht,
de morgen zal eens gloren.

Melodie Psalm 68
'k Loop schouder aan schouder met Jezus mijn Heer
met Hem door de tijden en dagen.
Ik leg al mijn moeiten en zorg voor Hem neer
die mij daarin wil steunen en schragen.
Ik ga aan Zijn hand op de wegen geleid
waarlangs Hij mij veilig wil voeren.
Al kost dat ook moeite, al kost dat ook strijd,
Zijn hand blijft de mijne beroeren.

Hij schenkt mij Zijn liefde Hij schenkt mij de kracht
de weg met Hem saam te volbrengen.
Waar met Hem aan 't einde de vrede mij wacht
in het licht met haar eeuwig verlengen.
Hij is mij tot troost, ja Hij stilt mijn verdriet
Hij zal mij in Zijn trouw bewaren.
Hij laat mij niet los en hetgeen wat Hij biedt
is de hemel met haar engelenscharen.
De Heer wil jou zo graag ontmoeten,
Hij kijkt al jaren naar je uit.
Om jou in liefde te begroeten,
wanneer je komt tot 't besluit.
Zijn roepstem heeft al vaak geklonken,
maar nochtans kreeg Hij geen gehoor.
De wereld om je heen bleef lonken,
dat was jouw weg, daar koos je voor.

Maar Jezus Hij blijft op jou wachten,
Hij heeft de tijd, Hij heeft geduld.
Totdat je aan het eind der krachten,
tot Hem zult gaan met al je schuld.
Hij wil je een ander leven schenken
dan 't leven wat je nu nog leidt.
En in Zijn liefde je gedenken,
van moeiten zorg en schuld bevrijdt.

Waarom zul je nog langer dralen,
waarom niet tot de Heer gegaan?
Om Hem je zonden te verhalen,
en al wat er is misgegaan.
Hij zal je van je schuld bevrijden,
vergeving vind je bij de Heer.
Leg alle pijn verdriet en lijden,
maar stil voor Jezus voeten neer.

Laat Hem voortaan je hart bewonen,
waarin Zijn licht steeds branden zal.
Dan zal Hij je met liefde tonen,
hoe dan je leven worden zal.
Je zult de rijkdom gaan ervaren,
de stille vrede die Hij brengt.
Zijn hand zal hoeden en bewaren,
die ook aan jou Zijn zegen schenkt.
Verwachtend zien wij uit naar morgen
de dag die alles anders maakt.
Een toekomst komend zonder zorgen
door 't eeuwig heilslicht aangeraakt.
Er is een hand die ons zal leiden
ons voerend naar het land van licht.
Naar oorden van geluk, verblijden
wat voor ons oog wordt opgericht.

Steeds naderbij komt deze morgen
na wisseling van dag en nacht.
Waarop wij eens voorgoed geborgen
verblijd worden naar huis gebracht.
De eerste stralen die reeds blinken
gaan als haar boden reeds vooruit.
Tot het bazuingeschal zal klinken
definitief haar komst besluit.

Weest dan alert, blijf hoopvol waken
tot eens de overwinning schalt.
God zal voor ons de strijd gaan staken
waarop de boze niet meer bralt.
Dan wordt het kwaad voorgoed gebonden
en worden wij voorgoed bevrijd.
Door Christus vrijgepleit van zonden
het eeuwig Godsrijk ingeleid.
't Is liefde die ons draagt,
geen kracht blijkt immers sterker.
Zij is het die steeds schraagt,
en van het heil bewerker.
Zij zoekt het kwade niet,
maar is zijn tegenstrever.
Om 't kwaad heeft zij verdriet,
als immers gulle gever.

Het goede streeft zij na,
haar vaandel hoog geheven.
Zij is nooit uit op scha,
maar altijd op het leven.
Dat heeft haar hoogste doel,
wat zij steeds wil bereiken.
Steeds zuiver van gevoel,
waaraan men zich kan ijken.

Zij is naast hoop en geloof,
van deze drie de meeste.
Zij houdt zich nimmer doof
want liefde laat ons feesten.
't Is liefd' die overwint,
door muren heen kan breken.
Wie zich op liefd' bezint,
zal nooit een mens meer wreken.
Leg je leven in Mijn handen
kind dan ben je welbewaard.
Nimmer maak Ik jou ten schande
Ik heb Mijn liefde jou verklaard.
Als je hart tot Mij wil spreken
laat het woord dan Abba zijn.
Ik zal Mijn trouw aan jou nooit breken
altijd rond en met jou zijn.

Weet je kind maar stil geborgen
in Mijn liefde die je draagt.
Iedere dag zal Ik voor je zorgen
't nodige schenken wat je vraagt.
Al je pijn, verdriet en noden
buig Ik eens tot vreugde om.
Heil geluk word je geboden
kind eens in Mijn Heiligdom.

Lieve kind, Ik ben jouw Herder
die de wacht houdt en die waakt.
En die trekkend met jou verder
tranen eens tot parels maakt.
Op een dag kind zul je juichen
en je hart zal zijn verblijd.
Al het onrecht valt in duigen
waar je hart nog onder lijdt.

Ik zal voor jou het licht ontsteken
en je voeren naar het Licht.
't Zal je kind aan niets ontbreken
op het feest dat Ik aanricht.
Als je eens bent thuisgekomen
na de lange aardse strijd.
Mag je in Mijn hemel komen
feestend in de eeuwigheid.
Gods zegen zit in vele dingen,
wanneer het oog die maar wil zien.
Ze doen u dagelijks omringen
en als u telt vaak meer dan tien.
Maar wij vergeten vaak te tellen,
de zegeningen die God geeft.
Terwijl Hij dikwijls blijft vertellen,
hoeveel Hij voor ons over heeft.

Het blijft maar uit de hemel stromen,
en vloeien uit Gods gulle hand.
Vaak mooier nog dan onze dromen,
vult onze handen tot de rand.
Hij laat ze rijkelijk overlopen,
als gunstbewijzen van Zijn hart.
Vervult de wens waarop wij hopen,
en schenkt elk rijkelijk zijn part.

Gods hart blijkt ruim vol goede gaven,
waaraan maar steeds geen einde komt.
Waarmee Hij hart en ziel wil laven,
door vreugde die Hij strooit in 't rond.
De Heer laat ons als vorsten leven,
als wij Hem echt zijn toegedaan.
Dan zal Hij ons het beste geven,
en biedt dat steeds genadig aan.

Leer Hem voor alles dan te danken,
wat uit Zijn handen tot u vloeit.
En dat met dankbaarheid verklanken,
door trouw en liefde uitgegroeid.
Dan zal de bron nimmer verdrogen,
en vloeit de hoorn des overvloeds.
Voortdurend steeds vanuit de hoge
met ruime zegen, alle goeds.