Een biechtgeheim kan men nimmer openbreken
't is elke priester duidelijk opgelegd.
Hij zal nooit een geheim van anderen bespreken
tot in de dood blijft hij aan dit gebod gehecht.

Nooit zal er een geheim over zijn lippen komen
als dat geschiedt ontvangt hij daarvoor straf.
Waar hij als priester niet aan kan ontkomen
omdat hij zijn vertrouwen aan zijn naaste gaf.

Geheimhouding blijft in zijn ambt verzekerd
wat opgebiecht is sluit hij in zijn hart
Een biechteling heeft daar steeds op gerekend
de priester geldt als mededrager van zijn smart.

Als men de absolutie eenmaal heeft ontvangen
de priester 't kruis op 't voorhoofd heeft gezet.
Hoe fijn is dan weer 't menselijk verlangen
vervuld, dat de band Gods ook weer is rechtgezet!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen