Je wacht nu op de jongste dag,
dit leven hoort nu tot ‘t verleden.
Wij zeggen je Adieu, gedag,
want je was moe en uitgestreden.

We leggen je ter rustte neer,
in ‘t graf nu rijk getooid met bloemen.
Totdat de tijd komt dat de Heer,
je wekkend bij je naam zal noemen.

Het afscheid nemen valt ons zwaar,
‘t is niet voorgoed, er komt een weerzien.
Een afscheidstraan, een stil gebaar,
wij weten God zal naar je uitzien.

Hij wacht totdat je aan zult komen,
Zijn armen wijd voor je gespreid.
Je mag bij Hem straks verder dromen,
gedragen tot Zijn heerlijkheid.

Vergeten zullen wij je niet,
je naam leeft voort in onze harten.
Al hebben wij intens verdriet,
en lijden wij om ‘t heengaan smarten.

Maar wat ons troost is ‘s Heren woord,
dat Hij ook ons niet zal vergeten.
Blij wachtend tot Zijn dag die gloort,
waarop wij van het weerzien weten.

Rust nu maar uit van alle zorgen,
de Heer is jou en ons nabij.
Wij allen zijn in Hem geborgen,
Gods morgen komt steeds dichterbij.