De dood verloste van de pijn,
van strijd en moeiten steeds verdragen.
God heeft je nu naar huis gedragen
om daar voorgoed bij Hem te zijn.

Je levensweg hier kwam ten eind,
God had wat beters in gedachten.
Na al die dagen en die nachten,
in ‘t hemelslicht door Hem omlijnd.

Naast zorgen was er ook de vreugd’,
om kleine aardse simpele dingen.
Nu mag je in Gods heilslicht zingen,
door ‘t licht omstraald dat je verheugd.

Wij zeggen nu adieu, vaarwel,
tot weerziens op de grote morgen.
Je aardse huis wordt nu geborgen,
ter ruste in d’ aard tot Gods appel.

Wij houden je steeds in gedacht’,
en zo voortdurend in ons midden.
Samen straks ‘t Onze Vader bidden,
met ‘t fluisterend afscheidswoord RUST ZACHT.