Kom maar Mijn kind om bij Mij uit te huilen
kom aan Mijn boezem in Mijn armen schuilen
Ik hoef je kind toch immers niets te vragen
ik ken de pijn ’t verdriet dat je moet dragen.
 
Kom maar Mijn kind Ik zal je tranen drogen
Ik zal ze zachtjes wissen uit je ogen.
Ik laat op je gezicht een lach doorbreken
nadat daarop ’t verdriet is weggeweken.
 
Met alles mag je steeds naar Mij toe komen
want er wordt alle tijd voor je genomen.
Je mag aan Mij kind alles gaan vertellen
als ’t nodig is steeds in Mijn armen snellen.
 
Met vreugde droefheid en verstoorde dromen
ook daarmee mag je tot Mij komen
en met elkaar samen details bepraten
wat je moet doen en wat er moet gelaten.