Eenmaal wacht ons ’t levenseinde
maar daarna de Eeuwig Zijnde.
Die als wij met groot verlangen
ons vol liefde op zal vangen.

Dan zien wij met groot erbarmen
God de Heer met open armen.
Ons met liefde daarin sluiten
want niemand sluit Vader buiten.

Plots als mens opnieuw herboren
is de toekomst die zal gloren.
Want wat Vader God zal geven
’t ons beloofde eeuwig leven.