Eens wordt met grote vreugd' ontdekt
hoever d’ hemel is uitgestrekt,
ons ontvangt in oneindigheid
waarvan haar schoonheid ons verblijdt.

Als wij haar ruimten binnengaan
begint voor ons een nieuw bestaan,
overvloedig met liefd’ gevuld
en rijkelijk ons wordt onthuld.

In alle zalen die er zijn
zitten Gods kinderen aan ’t festijn,
God maakt op voorhand ons bekend
dat ’t hemels feest geen einde kent.