Eens vindt de mens aan d’ eeuw’ge kusten
de door God hem beloofde rust.
Om na zijn aards bestaan te rusten
zich van die zaligheid bewust.
Hier mag hij wandelen langs de stranden
of langs de paden door het land.
Waarboven ’t eeuwig licht blijft branden
of zitten aan de waterkant.
 
Hier komen zoveel stromen samen
hier klinkt het ruisen van de vloed.
Om hier in stilte te beamen
wat is God voor Zijn kinderen goed.
Hoe fijn is ’t om hier feest te vieren
altijd in een ontspannen sfeer.
Die wordt geuit op veel manieren
met dank en lof aan God de Heer.
 
Een nieuwe schepping is geboren
hemel en aarde zijn nu één.
Met prachtig zingende engelenkoren
verenigd om Gods kinderen heen.
Hier vloeien nooit meer bittere tranen
maar klinkt altijd vrolijk een lach.
Men mag in ’t Paradijs zich wanen
met nimmer nacht maar altijd dag.
 
Nog bestaat ’t onstuitbaar verlangen
van velen naar die nieuwe tijd.
Niet meer door zorg en moeit gevangen
maar levend in Gods heerlijkheid.
’t Is zeker dat die dag zal komen
die door God nu wordt voorbereid.
En zullen rusten aan de stromen
genietend van de eeuwigheid.
 
 
 

 

You have no rights to post comments