Met hemelglans omgeven
met Goddelijk licht gedoopt.
Ontvangen we eens het leven
waarnaar op aard gehoopt.

Naar ’t woord van Gods gelofte
zien wij met vreugde uit.
Vervulling van beloften
waartoe Hij eens besluit.

Ons uitzien en verwachten
vraagt van ons het geduld
tot eens met hemelprachten
God ’t Morgenlicht onthuld.

Dan vloeit de nacht stil henen
en ’t duister gaat voorbij.
God zal ons  ’t licht verlenen
roept ons Zijn volk nabij.

De gouden gloed die stralend
ons warm en zacht omgeeft.
Is alleszins bepalend
waardoor de mens herleeft.

Een nieuw bestaan geschonken
vreugd die haar top beleeft.
Na ’t woord van God geklonken
die hemelrijkdom geeft.