Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde
dat is de blijde toekomst die ons wacht.
Die krijgen nieuwe glans en nieuwe waarde
en daarmee nieuwe schoonheid nieuwe pracht.
Al ’t oude wordt door God dan afgebroken
en in een oogwenk tot iets nieuws gemaakt.
Wanneer de dag der dagen is ontloken
en ’t eeuwig morgenlicht voor ons ontwaakt.

Geen dood geen ziekte zullen wij meer vrezen
geen zonde zal er meer op aarde zijn.
God heeft het kwade dan zijn plaats gewezen
en niemand kent er meer verdriet en pijn.
Dan worden alle namen door God afgeroepen
die achter Jezus ’t Godsrijk zullen binnengaan.
Die Hij verzamelen zal in grote groepen
waarvoor Hij met zijn kruis heeft ingestaan.

Die nieuwe wereld zal ons dan verblijden
een gouden stad met woningen staat klaar.
God zal aan ’t hoofd der stoet naar binnen rijden
en ieder noden met Zijn brede handgebaar.
Wij zullen dan verbaasd naar alle rijkdom kijken
die in die nieuwe wereld zich rond ons bevindt
En naar het woord van God ons ook zal blijken
dat roest noch mot die rijkdom ooit verslindt.