Een God naar eigen beeld geschapen,
dat is wat elke christen wil.
Die hij naar eigen hand kan zetten,
en alles doen zal wat hij wil.
Dat is de ware God ontkennen,
de enige die eeuwig leeft.
En niet Zijn naam met eer erkennen,
de God die ons het leven geeft.

Men heeft van God toch zoveel beelden,
maar ’t juiste beeld dat toont God zelf.
Woorden van liefd’ die mededeelden,
en spreken van het ruim gewelf.
Het hemelhuis waar Hij doet wonen,
waarin Hij ’t licht is dat bestaat.
En dat hij aan ons steeds wil tonen,
door ’t woord dat komend tot ons gaat.

Zijn woord schenkt ons de juiste beelden,
de werkelijkheid zoals Hij is.
En niet Zijn heerlijkheid verheelden,
Zijn macht en Zijn geheimenis.
Door ’t woord laat Hij zich openbaren,
in ’t licht daarvan laat Hij zich zien.
Want door Zijn woord laat God verklaren,
zoals men Hem als God moet zien.

God laat zich in ons beeld niet vangen,
daarop ligt immers Zijn verbod.
Alleen door ’t woord wat wij ontvangen,
ontstaat het juiste beeld van God.
Het beeld wat voor ons op zal lichten,
vertelt ons over Gods natuur.
Hij immers blijkt het licht der lichten,
in liefd’ zo zuiver, helder, puur.