Gij brengt ons de vrede,verlicht onze harten,
en heft onze ziel uit de duisternis op.
Een mantel van liefde rondom ons geslagen,
reikt Gij aan de deur van ons hart als Gij klopt.
Uw ogen met zachtheid en teder bewogen.
Uw armen wijd nodigend voor ons gespreid.
Uw stem die ons roepende wenkt in de stilte,
Uw hand die bewogen ons veilig geleid.


Gij zijt als een licht in de wereld gekomen,
het Goddelijk licht dat de aard' overstraalt.
Het licht ons verschenen dat nimmer zal doven,
wiens lichtglans ons leven de richting bepaald.
Het wijst ons de wegen om die te betreden,
Haar gloed werpt haar stralen met heldere schijn.
Verlicht onze voeten en doet onze schreden,
in vrolijkheid opgaan naar 's hemels festijn.


Uw licht roept ons op in haar voetspoor te treden,
naar oorden van vrede, van heil en van rust.
En volgend dit licht, zullen wij eens bereiken,
het land waar de Vader Zijn kinderen kust.
Waar Hij ons omarmend met vree zal begroeten,
wij na ons omzwerven, herenigd met Hem.
Door het licht dat Hij zond, ons de weg heeft ontsloten,
het licht van Zijn liefde, Zijn roepende stem.


Uw licht ons verschenen, het licht der verwachting,
het licht dat ons voorgaat bij dag en bij nacht.
Het licht dat haar stralen rondom ons blijft weven.
het licht dat de Vader Zijn kind'ren toedacht.
Dat licht zal ons leiden naar d' hemelse poorten,
uit edelgesteenten en paar'len gebouwd.
De weg ons er heen met haar stralen plaveien,
Jeruzalems Goddsstad van 't zuiverste goud.


Justus. A van Tricht


13 april 2006

You have no rights to post comments