Ik heb mijn hart aan U gegeven,
mijn leven in Uw hand gelegd.
Naar d’ inhoud van Uw woord te streven,
zoals het mij is uitgelegd.
Om in Uw voetspoor Heer te gaan.
’t pad wat U wijst mij aan.

Mijn ogen richt ik op Uw lippen,
waarvan Uw woord als richtsnoer vloeit.
Uw stem hoedt mij voor scherpe klippen,
het is de klank die mijn ziel boeit.
Mijn hart en ziel wordt opgericht,
door U steeds naar het licht.

Bij U heb ik de vree gevonden,
bij U de rust in mijn bestaan.
Bij U vergeving van mijn zonden,
Heer aan Uw hand mag ik steeds gaan.
Ik krijg een woning en een thuis,
eens bij U Heer in huis.


Melodie Lied 430 L.v.d.K.