Het orgel gaf hem speelgenot
dat deed hem veel plezier.
Hij voelde zich in dienst van God
dat was voor hem vertier.
Hij koos met zorg registers uit
naar hun speciale klank.
Van prestant tot mixtuur en fluit
bracht hij de Schepper dank.

Van fluisterstemmen tot vol werk
klonk voor 't luisterend publiek.
De lofzang Gods zonder beperk
van schitterende muziek.
Al preluderend op 't klavier
toonde hij zijn talent.
Dat was de enige manier
werd daaraan steeds herkend.

De samenzang werd tot een feest
tussen de solo's door.
Zijn spel is altijd 't feest geweest
voor God en zijn gehoor.
En iedere zondag klonk het weer
zijn spel dat harten boeit.
Dat als een loflied voor de Heer
vanuit zijn vingers vloeit.

Als men de eerste klanken hoort
dan raakt het hart geroerd.
En liefdevol het hart doorboort
de zang ten hemel voert.
Heerlijk als hij zo musiceert
met hart en ziel zich geeft
Waarmede hij de Schepper eert
daar vreugde aan beleeft.

Zijn orgelspel dwingt respect af
voor virtuositeit.
In de bespeling die hij gaf
de luisteraars verblijdt.
Hij speelt vol vuur en met genot
legt hart en ziel in 't spel.
Zo musiceert hij steeds voor God
ontroeren kan hij wel.

Hij voegt de daad steeds bij het woord,
en schept daarbij een band
met ieder die de klanken hoort
gezegend door Gods hand.
Als Gods speelman en zeer bekend
verwierf hij zich een naam.
Om zijn bijzonder groot talent
bezit hij grote faam.