Stil zijn de dagen van de week.
leeg zijn de grauwe lange uren.
De tijd die voor mij eindeloos bleek,
mijn hart voelt aan als lege schuren.
Vanbinnen woelt nog felle pijn,
om het verdriet van jouw verscheiden.
De vraag waarom het zo moest zijn,
manier waarop jij zo moest lijden.

Je lichaam werd door ziekt' gesloopt,
je onderging veel chemokuren.
Op beterschap werd steeds gehoopt
hoe lang de weg ook maar mocht duren.
Maar ondanks al je moed en strijd,
moest jij 't gevecht toch eens verliezen.
Maar door het geloof was jij bereid
het laatste pad met God te kiezen.

Ik merk hoe dat je wordt gemist,
maar doe in dankbaarheid beseffen.
Dat God zich nimmermeer vergist,
door Zijn geliefde op te heffen.
De grote trooster dat is Hij,
wiens woorden hart en ziel versterken.
Om gaande aan 't verdriet voorbij,
Zijn eeuwige liefde op te merken.
Justus A. van Tricht