Vanuit duisternis naar ’t licht,
zo heeft de Heer besloten.
Wat op ons wordt gericht
en daarmee overgoten.

Zijn licht wat altijd schijnt
dat laat God nederdalen.
En steeds elk mens omlijnt
om ’t hart aan op te halen.

Krachtig doet het schijnen
duidelijk om ons heen geplooid.
God laat niet verdwijnen
de gloed waarmee Hij ons tooit.

Waar God ’t licht laat schijnen
daarmee verwarmt Hij ons hart.
Dat over de zijnen
liefdevol wordt opgestart.